Nieuws & Tips

HomeNieuwsbrieven voor het MKBMKB Nieuwsbrief 3 – 2015

MKB Nieuwsbrief 3 – 2015

  • Gepubliceerd op

 


  1. Geleend voor eigen woning bij familie of eigen bv? Doe opgaaf!
  2. Gestapelde financiering. Iets voor u?
  3. Ontslag nu of na 1 juli 2015?
  4. Een nieuwe stap in flexibel werken
  5. Kort nieuws & Tips

1. Geleend voor eigen woning bij familie of eigen bv? Doe opgaaf!

Leent u geld voor uw eigen woning van iemand die niet verplicht is dat aan de Belastingdienst door te geven? En bent u verplicht om af te lossen op de lening om renteaftrek te krijgen? Dan moet u een opgaaf lening eigen woning doen. Doe de opgaaf nadat u de lening bent aangegaan of nadat u de lening hebt gewijzigd. Denk daarbij aan de termijnen!

Tip:
Bent u in 2014 een lening voor uw eigen woning aangegaan bij familie of uw bv? Doe de opgaaf lening eigen woning voordat u uw aangifte inkomstenbelasting 2014 indient. Doet u pas in 2016 aangifte over 2014? Doe dan de opgaaf in 2015!

Geen opgaaf, geen renteaftrek

Bent u in 2014 een lening aangegaan en doet u daarvan niet tijdig opgaaf? Dan heeft u over 2014 geen renteaftrek. Doet u de opgaaf wel tijdig voor 2015, dan heeft u vanaf 2015 renteaftrek.

Opgaaf voor sommige woningschulden van na 2012

De opgaaf lening eigen woning is één van de voorwaarden voor renteaftrek voor leningen die zijn aangegaan vanaf 2013. Voor een nieuwe hypotheek krijgt u alleen nog renteaftrek als u de lening in 360 maanden aflost, ten minste volgens een annuïtair schema. Om renteaftrek te krijgen moet de Belastingdienst naast de aangifte ook gegevens over de lening ontvangen. Als u leent bij een bank, dan levert die de informatie aan de Belastingdienst. Als u leent bij familie of bijvoorbeeld uw eigen bv, dan moet u de informatie over de lening aanleveren. U vult daartoe het formulier ‘Opgaaf lening eigen woning’ – via ons kantoor of via de site van de Belastingdienst – in.

Let op!
U hoeft niet jaarlijks de opgaaf te doen. Alleen nadat u de lening bent aangegaan of nadat de lening is gewijzigd moet u opgaaf doen. Leningen die u al voor 2013 had en waarop u niet hoeft af te lossen om renteaftrek te krijgen, hoeft u niet op te geven met het formulier ´Opgaaf lening eigen woning´.

In de volgende voorbeelden moet u een opgaaf lening eigen woning doen:

  • U bent in 2014 een lening bij familie of uw bv aangegaan voor de aanschaf, onderhoud of verbouwing van uw woning.
  • U bent in 2014 gescheiden en heeft geleend om het aandeel van uw partner in de woning over te nemen.
  • U bent verhuisd en heeft voor de nieuwe woning meer geleend dan voor uw oude woning.
  • Heeft u een woninglening van voor 2013 overgesloten bij familie of uw eigen bv? Dan hoeft u tot het bedrag van de oude lening geen opgaaf te doen.

De termijn voor de opgaaf is veel korter als de lening wijzigt. Denk bijvoorbeeld aan de looptijd, de manier van aflossen (annuïtair of lineair) of het rentepercentage. Dan moet u de opgaaf doen uiterlijk in januari van het jaar volgend op het jaar waarin de lening is gewijzigd.

naar boven


2. Gestapelde financiering. Iets voor u?

Het aanbod van mkb-financiering is weer iets verbreed. Nederlandse pensioenfondsen, verzekeraars en banken gaan in de komende drie jaar 2 miljard extra investeren in het Nederlandse mkb. Nu het financieringsaanbod alsmaar breder wordt is wellicht gestapelde financiering iets voor uw onderneming.

Recent kondigde het ministerie van Economische Zaken aan dat de Nederlandse Investeringsinstelling (NLII) twee investeringsfondsen heeft opgericht: een Achtergestelde Leningen Fonds (ALF) en een Bedrijfsleningen Fonds (BLF). Hiermee ontstaat aanvullende financieringscapaciteit voor zowel het midden- en kleinbedrijf (mkb) als middelgrote ondernemingen.

Economische Zaken ondersteunt dit private initiatief van institutionele beleggers (zoals verzekeraars en pensioenfondsen) en stelt garanties beschikbaar. Naar verwachting kunnen ondernemers in de zomer via hun bank een beroep doen op de fondsen.

Ook wil het kabinet crowdfunding meer ruimte bieden. Volgens minister Dijsselbloem van Financiën is crowdfunding namelijk een waardevolle toevoeging aan de mogelijkheden voor bijvoorbeeld het mkb om financiering te verkrijgen.

Gestapelde financiering

Het mkb-financieringsaanbod wordt alsmaar breder, waardoor u ook steeds minder afhankelijk bent van alleen bancaire kredietverlening. Heeft u geld nodig voor uw bedrijfsplannen dan is wellicht gestapelde financiering iets voor u. Dit is eigenlijk niets meer en niets minder dan het zoeken en vinden van financiering op verschillende plaatsen. Een combinatie dus van eigen vermogen, traditionele financiering, private financiering (familie of bijvoorbeeld vrienden en zakenrelaties) en alternatieve financieringsvormen, zoals kredietunies, crowdfunding of private equity. Vaak werkt een combinatie van verschillende financieringsbronnen ook positief uit naar de bank. Deze zal wellicht eerder geneigd zijn om nog een resterend deel van het door u benodigde kapitaal aan u te lenen.

naar boven


3. Ontslag nu of na 1 juli 2015?

Per 1 juli 2015 gaat het nieuwe ontslagrecht in. De huidige ontslagvergoeding maakt dan plaats voor de transitievergoeding. Wat nu als u de (tijdelijke) dienstbetrekking van uw werknemer wenst te beëindigen? Is het dan financieel gunstiger om de werknemer nu te ontslaan of juist te wachten tot na 1 juli 2015? Het antwoord op die vraag hangt af van de situatie.

Stel het tweede jaarcontract van uw werknemer eindigt van rechtswege vóór 1 juli 2015. Laat u dit contract gewoon aflopen en neemt u afscheid van de werknemer dan kost dat u op dit moment niets. Het wordt anders als u het tijdelijke arbeidscontract nog een keer zou verlengen en de einddatum ligt na 1 juli 2015. Laat u het verlengde contract daarna van rechtswege aflopen dan bent u aan de werknemer wel een transitievergoeding verschuldigd. Na 1 juli 2015 is de werknemer immers langer dan twee jaar bij u in dienst geweest.

Voorbeeld

Stel, u houdt een zieke werknemer in dienst na afloop van de tweejaarstermijn. De loondoorbetalingsverplichting is weliswaar gestopt, maar zolang de werknemer ziek is loopt het dienstverband ‘slapend’ door. Zegt u dit dienstverband vóór 1 juli 2015 op, dan bent u geen ontslagvergoeding verschuldigd. Na 1 juli 2015 moet u aan de zieke werknemer, indien u het slapende dienstverband wilt beëindigen, een transitievergoeding betalen. Betreft het een lang dienstverband dan kan deze vergoeding voor u erg oplopen.

Tip:
Soms is het financieel gunstiger om te wachten met een beëindiging tot na 1 juli 2015. Bijvoorbeeld als u buiten de reguliere UWV-procedure om het contract wilt ontbinden van een oudere werknemer met een lang dienstverband. De huidige kantonrechtersformule valt dan duurder uit dan de transitievergoeding. Vergelijk daarom de uitkomst van de kantonrechtersformule met de transitievergoeding. Dan weet u wat voor u financieel voordeliger is: beëindiging nu of na 1 juli 2015.

naar boven


4. Een nieuwe stap in flexibel werken

Werknemers kunnen straks een verzoek indienen bij hun werkgever voor andere werktijden en een andere werkplaats. De Eerste Kamer heeft namelijk op dinsdag 14 april 2015 ingestemd met de Wet flexibel werken die de Wet aanpassing arbeidsduur zal gaan opvolgen.

Flexibel werken

Flexibel werken is tegenwoordig de trend en om dit te bevorderen is er nu de Wet flexibel werken. Daarmee wordt tijdonafhankelijk en plaatsonafhankelijk werken mogelijk. In een aantal cao’s liggen afspraken over thuiswerken of over flexibele uren al vast, maar dit wordt nu dus ook wettelijk geregeld.

Let op!
De Wet flexibel werken is alleen van toepassing op werkgevers met meer dan tien werknemers.

Flexibele tijd en arbeidsplaats

Naast een verzoek om het aantal uren aan te passen, mag uw werknemer u in de toekomst dus ook verzoeken om te mogen werken op andere tijden of op een andere plek, bijvoorbeeld thuis. Een verzoek tot aanpassing van de arbeidsduur en de werktijd zult u in principe moeten inwilligen, tenzij sprake is van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Een verzoek om aanpassing van de werkplek moet u overwegen. U heeft daarbij de vrijheid om het verzoek af te wijzen. Doet u dit, dan moet u de afwijzing van het verzoek wel overleggen met de werknemer.

Indienen verzoek

Uw werknemer kan straks al een verzoek tot aanpassing van arbeidsduur, arbeidsplaats of werktijd indienen als hij of zij een halfjaar bij u in dienst is. Na een verzoek, al dan niet ingewilligd, moet de werknemer wel een jaar wachten voordat hij een nieuw verzoek bij u kan indienen. Een verzoek tot aanpassing van arbeidsduur, arbeidsplaats of werktijd kan dus al na een jaar gewijzigd worden.

Let op!
De Eerste Kamer heeft ingestemd met de Wet flexibel werken en daarmee is deze wet definitief. Het is echter nog niet bekend wanneer de Wet flexibel werken ook daadwerkelijk in werking treedt.

naar boven


Kort nieuws & Tips

1. Premie bestuurdersaansprakelijkheid niet onbelast vergoeden

Mag u de premie van de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering van de directeur-grootaandeelhouder (dga) onbelast aan hem vergoeden? Het antwoord is nee. De aansprakelijkheidsverzekering voor de bestuurder is loon onder de werkkostenregeling. Uiteraard mag u de vergoeding wel aanwijzen als eindheffingsloon.

Veel dga’s sluiten een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering af om het risico te beperken om persoonlijk (in privé) aansprakelijk gesteld te worden voor de schulden van de bv. Onder de oude regels voor vergoedingen en verstrekkingen was het nog mogelijk om de kosten van een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering onbelast tot een bedrag van € 454 te vergoeden. Dit is onder de werkkostenregeling echter niet meer mogelijk. Vergoedt u de premie van de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering dan moet u deze vergoeding tot het belastbare loon van de dga rekenen. U kunt de vergoeding wel aanwijzen als eindheffingsloon, zodat u deze kunt onderbrengen in de vrije ruimte. Houdt er wel rekening mee dat u op jaarbasis maximaal 1,2% van de totale fiscale loonsom kunt gebruiken voor onbelaste vergoedingen en verstrekkingen. Overschrijdt u de vrije ruimte dan betaalt u loonbelasting over het bedrag boven deze vrije ruimte in de vorm van een eindheffing van 80%.

naar boven

2. Sneller langer doorwerken

De AOW-leeftijd gaat vanaf 2016 stapsgewijs versneld omhoog naar 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021. De Tweede Kamer heeft hier op 26 maart 2015 mee ingestemd. De huidige overbruggingsregeling die in 2019 zou eindigen, wordt verruimd en verlengd tot 2023.

De verhoging van de AOW-leeftijd betekent dat u langer moet doorwerken voordat u kunt stoppen en kunt gaan genieten van uw oude dag. De overbruggingsregeling is er speciaal voor mensen die geen of te weinig (gezamenlijk) inkomen hebben en biedt een uitkering op minimumniveau in de periode tussen 65 jaar en de verhoogde AOW-leeftijd. De overbruggingsregeling eindigt in 2023 en wordt ook opengesteld voor mensen die tussen 1 januari 2013 en 1 juli 2015 met VUT of vroegpensioen gaan of zijn gegaan. Oorspronkelijk gold de regeling alleen voor mensen die vóór 2013 met vervroegd pensioen waren gegaan. De Eerste Kamer moet zich nog buigen over de versnelde stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd.

naar boven

3. Als uw hobby een bron van inkomen wordt

Heeft u een tijd- en geldverslindende hobby die zo langzamerhand meer wordt dan een hobby? Dan kan het zijn dat u dit moet gaan opgeven in uw aangifte inkomstenbelasting. U krijgt dan verplichtingen, maar ook belastingvoordelen.

Van een bron van inkomen is sprake als uw activiteiten zich afspelen in het economisch verkeer en als u winst kunt verwachten. U moet er duurzaam voordeel uit behalen. Dat is bijvoorbeeld niet het geval als uw activiteiten alleen in de hobby- of familiesfeer liggen. Maar wel als u bijvoorbeeld gedurende een aantal dagen per week via marktplaats handelt en uw opbrengsten structureel groter zijn dan uw kosten. U bent dan al snel ondernemer voor de inkomstenbelasting. In het eerste jaar als ondernemer kunt u verliezen uit de aanloopfase van uw onderneming in aftrek brengen. De aanloopfase is de periode van vijf jaar voor het startjaar als ondernemer. Daarnaast heeft u als ondernemer ook recht op de MKB-winstvrijstelling en als u voldoet aan het urencriterium ook de zelfstandigenaftrek.

naar boven

4. Camerabeelden toegestaan voor controle bijtelling

Voor de controle op het privégebruik van zakelijke auto’s mag de Belastingdienst gebruikmaken van foto’s van politiecamera’s boven de snelwegen. Dat heeft hof Den Bosch beslist.

Maakt u gebruik van een auto van de zaak, dan krijgt u te maken met een bijtelling. Die bijtelling kan achterwege blijven als u kunt aantonen dat u de auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer privé gebruikt. Dat kan met een sluitende rittenadministratie. Voor de controle of een rittenadministratie inderdaad wel sluitend is, gebruikt de Belastingdienst diverse middelen, zoals foto’s van camera’s boven snelwegen. Dat is wat Hof Den Bosch betreft geoorloofd. Ondanks dat sprake is van een inmenging in het privéleven van burgers, is die inmenging wat de rechter betreft wel toegestaan. Het is nog niet bekend of tegen deze uitspraak een cassatieberoep wordt ingesteld bij de Hoge Raad.

naar boven

5. Laag btw-tarief ook voor tuinaanleg- en onderhoud

Heeft u tuinplannen? Of bent u hovenier? Onderneem dan snel actie! Ook het aanleggen of onderhouden van de tuin valt onder het tijdelijk verlaagde btw-tarief voor renovatie en herstel van woningen. Het lage btw-tarief van 6% geldt alleen voor de arbeidskosten en geldt nog tot 1 juli 2015.

Wilt u uw tuin ingrijpend veranderen? Als de herinrichting van de tuin is afgerond vóór 1 juli 2015, dan brengt uw hovenier nog 6% btw in rekening op zijn arbeidskosten. Het verlaagde btw-tarief geldt niet voor tuinarchitecten, behalve als zij ook ‘het uitvoerende werk’ doen. Wilt u besparen op een tuinontwerp? Laat dat dan maken door de hovenier die ook uw tuin komt aanleggen. Het verlaagde btw-tarief geldt voor werkzaamheden aan woningen ouder dan twee jaar die zijn bestemd voor permanente bewoning. Dat zijn bijvoorbeeld eigen woningen, maar ook verhuurde woningen. Vakantiewoningen zonder permanente woonbestemming vallen buiten de regeling.

naar boven

6. Onbelaste vergoeding ook voor de meerijder

Carpoolen is helemaal van deze tijd. Gezamenlijk rijden naar het werk is goed voor het milieu, over het algemeen gezellig en het bespaart benzine en andere kosten. Wist u dat u, naast de bestuurder van de auto ook de meerijdende werknemer een onbelaste kilometervergoeding van 0,19 per kilometer mag geven? Er zit echter wel een klein addertje onder het gras.

Dat addertje heet ‘vervoer vanwege de werkgever’. Wanneer dit het geval is mag u alleen de onbelaste kilometervergoeding geven aan de bestuurder van de auto en niet aan de meerijders. Er is sprake van ‘vervoer vanwege de werkgever’ als u met een werknemer afspreekt dat hij met zijn eigen auto ook andere werknemers ophaalt. U mag de chauffeur van de auto dan wel een onbelaste vergoeding geven van maximaal € 0,19 voor de totale afstand – dus inclusief de omrijkilometers – maar niet de meerijders. Een vergoeding aan de meerijders kan dus alleen als werknemers onderling afspraken maken over carpoolen en u zich hierin niet mengt. Let er wel op dat u in dat geval aan de bestuurder van de auto niet ook de omrijkilometers onbelast vergoed. De Belastingdienst ziet deze kilometers bij carpoolafspraken tussen werknemers onderling namelijk als privékilometers.

naar boven

Tot slot
Heeft u naar aanleiding van deze nieuwsbrief nog vragen, neem dan gerust contact met ons op.

Bij de samenstelling van de teksten is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd. Onze organisatie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.