Nieuws & Tips

HomeNieuwsbrieven voor het MKBSpecial: Eindejaarstips 2014

Special: Eindejaarstips 2014

  • Gepubliceerd op

Voor u liggen de eindejaarstips voor 2014. In deze tips hebben wij zo veel mogelijk rekening gehouden met de plannen van het kabinet voor volgend jaar. Een aantal van deze plannen is echter nog niet definitief omdat ze nog door de Tweede en Eerste Kamer moeten worden goedgekeurd.

De tips zijn onderverdeeld in zeven categorieën:

  1. Tips voor alle belastingplichtigen
  2. Tips voor ondernemers en rechtspersonen
  3. Tips voor de ondernemer in de inkomstenbelasting
  4. Tips voor de bv en de dga
  5. Tips voor werkgevers
  6. Tips voor de automobilist
  7. Tips voor de woningeigenaar

1. Tips voor alle belastingplichtigen

1. Betaal uw lijfrentepremie op tijd

Premies voor een lijfrenteverzekering of stortingen op een lijfrentespaarrekening of beleggingsrecht zijn in 2014 aftrekbaar als u in het voorafgaande jaar en/of de voorafgaande zeven jaren niet voldoende pensioen heeft opgebouwd. Dit wordt bepaald aan de hand van de jaarruimte of reserveringsruimte. Verder geldt dat lijfrentepremies in 2014 alleen aftrekbaar zijn als u ze ook in 2014 betaalt! Doet u dit niet, dan kunt u de lijfrentepremie niet in uw aangifte 2014 in aftrek brengen.

Voor ondernemers die in 2014 een onderneming of zelfstandig onderdeel van een onderneming staken, geldt een uitzondering op de regel dat lijfrentepremies alleen aftrekbaar zijn als zij ook daadwerkelijk in dat jaar betaald zijn. Staakt u als ondernemer uw onderneming in 2014 en zet u de stakingswinst vóór 1 juli 2015 om in een lijfrente, dan is de premie aftrekbaar in 2014 mits u deze in de eerste zes maanden van volgend jaar betaalt. Datzelfde geldt voor de omzetting van de oudedagsreserve in een lijfrente.

Tip:
Als u uw onderneming omzet in een bv kunt u de lijfrente bedingen bij de bv in plaats van bij een bank of verzekeraar. Bovendien hoeft u niet af te rekenen over (een deel van) de stakingswinst. Bespreek met ons de mogelijkheden en voorwaarden.

naar boven

2. Veranderingen kindgebonden budget: let op uw vermogen en snellere afbouw bij de inkomenstoets

Het kindgebonden budget is in 2015 hoger dan in 2014 voor ouders met een laag inkomen. Ook komt er een toeslag voor alleenstaande ouders (ouderkop) van € 3.050. Toch gaan veel ouders erop achteruit. De bedragen worden namelijk vanaf een lager inkomen afgebouwd, waardoor veel ouders ten opzichte van 2014 toch een lager kindgebonden budget zullen gaan krijgen. De afbouw gaat al lopen vanaf een inkomen ter grootte van het wettelijk minimumloon (23 jaar en ouder: € 19.767).

Ook wordt de vermogenstoets voor het kindgebonden budget iets verhoogd. Als het vermogen van de ouder alleen of ouders gezamenlijk op 1 januari 2015 meer is dan € 82.093 plus het heffingvrij vermogen in box 3, dan bestaat geen recht op kindgebonden budget.

Tip:
Wilt u weten hoeveel kindgebonden budget u gaat ontvangen in 2015? Kijk dan op www.toeslagen.nl en maak daar de proefberekening. U kunt dit uiteraard ook aan ons vragen. Zorg ervoor dat uw belastbaar vermogen in box 3 niet te hoog wordt. Hoe u dat kunt doen, leest u in de volgende tip ‘Verlaag het vermogen in box 3’.

Let op!
Heeft u recht op zorg- of huurtoeslag of kindgebonden budget, houd er dan rekening mee dat de vrijstelling voor groene beleggingen in box 3 niet meetelt voor de toeslagen. Groene beleggingen tellen dus mee als vermogen voor de vermogenstoets.

naar boven

3. Verlaag het vermogen in box 3

Nu de spaarrentes historisch laag staan, vraagt u zich misschien af hoe u de belastingheffing over uw vermogen kunt beperken. Maak gebruik van de vrijstellingen en doe dat nog voor 1 januari 2015, de waardepeildatum voor de vermogensrendementsheffing voor het belastingjaar 2015.

Spaartegoeden en beleggingen moet u opgeven in box 3. Belegt u in groene projecten, dan heeft u een vrijstelling in box 3 van maximaal € 56.420 (€ 112.840 voor partners gezamenlijk). Bovendien heeft u nog recht op een heffingskorting van 0,7% (2014) van het vrijgestelde bedrag in box 3.

Een andere manier om uw vermogen in box 3 buiten de heffing te houden, is het investeren in kunstvoorwerpen die niet hoofdzakelijk ter belegging dienen. Ook blijken zonnepanelen vaak een hoger rendement op te leveren dan de spaarrekening. Door aanschaf van zonnepanelen voor de eigen woning wordt vermogen dat is belast in box 3 omgezet in zonnepanelen die niet in box 3 hoeven te worden aangegeven.

Tip:
Bespaar op de vermogensrendementsheffing door uw vermogen te beleggen in groene beleggingen, kunst en antiek of andere roerende zaken die niet hoofdzakelijk ter belegging worden aangehouden (bijvoorbeeld auto’s) of door de aanschaf van zonnepanelen.

naar boven

4. Speel in op het wegvallen van de partnertoeslag

De AOW-partnertoeslag vervalt op 1 april 2015. Dat is al besloten in 1995. U heeft na 1 april 2015 alleen nog recht op partnertoeslag als u bent geboren voor 1 januari 1950, u voor 1 januari 2015 gehuwd of samenwonend was én voor 1 april 2015 een gedeeltelijke of hele toeslag kreeg. De AOW-partnertoeslag is een toeslag voor AOW’ers met een jongere partner die nog geen AOW heeft. De partner mag niet te veel verdienen.

Tip:
Bereikt u straks de AOW-gerechtigde leeftijd, dan kan door het vervallen van de partnertoeslag uw gezamenlijke inkomen lager uitvallen dan waar u op rekende. Dit kunt u opvangen met arbeidsinkomen of vooraf extra sparen. Komt u onder het sociaal minimum, dan kunt u een beroep doen op de aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO).

De voorgenomen afbouw van de partnertoeslag in drie jaren voor ouderen met een partner met een hoger inkomen, gaat niet door. Het wetsvoorstel dat dit moest regelen per 1 juli 2015 is niet door de Eerste Kamer aangenomen.

naar boven

5. Afkoop levenslooptegoed: in 2015 nogmaals 80%-regeling

In 2015 mogen belastingplichtigen fiscaal voordelig hun levenslooptegoed in één keer opnemen. Van dat tegoed is dan 80% belast.

De levensloopregeling is inmiddels afgeschaft. Had u echter op 31 december 2011 op uw levenslooprekening € 3.000 of meer staan, dan kunt u tot en met het jaar 2021 blijven deelnemen aan de levensloopregeling. Vanaf 2012 bouwt u echter geen levensloopverlofkorting meer op. U kunt het tegoed bestedingsvrij en volledig belast opnemen. In 2013 bestond de mogelijkheid om het tegoed ineens op te nemen. Dan was 80% van de waarde van de levensloopaanspraken op 31 december 2011 belast.

Dezelfde regeling wordt nu nog eens ingevoerd in 2015. Dan geldt de 80%-regeling voor het bedrag van de aanspraken op 31 december 2013. Het overige tegoed (opgebouwd in 2014) is wel volledig belast.

Tip:
Ontvangt u nu uitkeringen uit een levenslooptegoed? Overweeg dit jaar de uitkeringen te stoppen. De laatste uitkering(en) in 2014 kunt u daardoor met het gehele tegoed opnemen in 2015, waarbij u dan kunt profiteren van de 80%-regeling.

Let op!
Neemt u het tegoed volgend jaar in één keer op, dan eindigt voor u definitief de levensloopregeling.

naar boven

6. Inkeren bij zwart geld: eerste kans voorbij, boete omhoog per 1 juli 2015

Heeft u inkomsten of vermogen verzwegen die u wel had moeten aangeven? Dan kunt u nog tot 1 juli 2015 inkeren met een lagere boete. Eigenlijk heeft u uw kans al een beetje voorbij laten gaan: tot 1 juli 2014 was de inkeerregeling tijdelijk verruimd en legde de Belastingdienst bij een vrijwillige inkeer geen vergrijpboete op. Keert u in tussen 1 juli 2014 en 1 juli 2015, dan moet u rekenen op een vergrijpboete van 30%. Vanaf 1 juli 2015 wordt de vergrijpboete bij vrijwillige inkeer verhoogd naar 60%.

Tip:
Het internationale net sluit zich steeds meer voor zwartspaarders. Keer in voordat nog hogere boetes gaan gelden.

naar boven

7. Geef uw (klein)kind een financieel steuntje in de rug

Schenken bij leven is nog altijd voordeliger dan vererven bij overlijden. Bovendien is het leuker: schenken geeft een goed gevoel. Maak handig gebruik van de vrijstellingen in de schenkbelasting. Dit jaar mag u aan uw kinderen belastingvrij een bedrag schenken van € 5.229, aan kleinkinderen € 2.092. Is uw zoon of dochter tussen de 18 en 40 jaar, dan kunt u eenmalig belastingvrij een bedrag schenken van € 25.096. Dit kan ook als uw kind zelf ouder is dan 40 jaar, maar zijn of haar partner die leeftijd nog niet heeft bereikt.

Deze eenmalig verhoogde vrijstelling voor kinderen van 18 tot 40 jaar kan nog verhoogd worden tot € 52.281 als uw kind het geld gebruikt voor de eigen woning of om een dure studie te betalen. Er gelden aanvullende voorwaarden, dus laat u goed informeren voordat u een schenking doet.

Tip:
Van 1 oktober 2013 tot 1 januari 2015 geldt er zelfs een hogere vrijstelling als het gaat om een schenking voor de eigen woning. In plaats van het plafond van € 52.281, geldt tijdelijk een vrijstelling van maximaal € 100.000. Het ontvangen bedrag moet dan worden gebruikt voor de eigen woning of voor de aflossing van een hypotheekschuld. De leeftijdsgrens geldt niet voor de eenmalig verhoogde vrijstelling voor de woningschenking en ook de relatie tussen schenker en ontvanger is niet van belang. Iemand mag dus ook een schenking (maximaal € 100.000) voor de eigen woning ontvangen van een ander familielid of van een willekeurige derde. Tot slot mag de schenking ook worden gebruikt voor de aflossing van een restschuld na verkoop van de eigen woning. Dit is een structurele verruiming vanaf 29 oktober 2012, die ook na 1 januari 2015 mogelijk blijft. In het onderdeel ‘Tips voor de woningeigenaar’ vindt u meer informatie over deze – tijdelijke – verruimde vrijstelling voor de woningschenking.

naar boven

8. Regels voor buitenlands belastingplichtigen veranderen

Vanaf 1 januari 2015 kunnen buitenlands belastingplichtigen niet meer kiezen voor binnenlandse belastingplicht. Dat is van belang voor mensen die buiten Nederland wonen en Nederlands inkomen of vermogen hebben. De nieuwe regeling voor kwalificerende buitenlandse belastingplicht gaat gelden voor mensen die wonen in een EU-land, Liechtenstein, Noorwegen, IJsland, Zwitserland, op Bonaire, Sint Eustatius of Saba en die minimaal 90% van hun inkomen uit Nederland halen. Die mensen hebben dan in Nederland recht op de aftrekposten eigenwoningrenteaftrek voor de buitenlandse woning, de uitgaven voor inkomensvoorzieningen en de persoonsgebonden aftrek.

Let op!
Mensen die nu niet voor binnenlandse belastingplicht hebben gekozen, kunnen vanaf 1 januari 2015 wel ‘kwalificerende buitenlandse belastingplichtige’ worden als zij over minimaal 90% van hun wereldinkomen in Nederland belasting betalen.

Tip:
Woont u in het buitenland en heeft u Nederlands inkomen en/of vermogen? Beoordeel nog in 2014 de gevolgen voor uw belastingplicht in Nederland. Voldoet u aan het 90%-criterium maar is het ongunstig voor u om straks automatisch te kwalificeren als buitenlands belastingplichtige, bekijk dan mogelijkheden om uw Nederlandse inkomen en/of vermogen te verlagen.

naar boven

9. Is uw alimentatieverplichting vanaf 2015 nog juist vastgesteld?

Vanaf 1 januari 2015 zijn uitgaven voor levensonderhoud van kinderen niet meer aftrekbaar. De regeling voor ouders die hun kind in belangrijke mate onderhouden en bepaalde vaste bedragen voor de betaalde kinderalimentatie in aftrek kunnen brengen, vervalt. Dat is van belang voor vastgestelde partner- en kinderalimentatieverplichtingen. Nu de alimentatieplichtige geen belastingvoordeel meer heeft, kan diens bijdrageverplichting te hoog zijn vastgesteld. Dit is een van de vele omstandigheden die een aanleiding kunnen zijn voor het aanpassen van de alimentatie.

Tip:
Ga na of de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat aanpassing van de alimentatie redelijk is. De kans dat de alimentatie wordt aangepast, wordt groter als naast het vervallen van de fiscale aftrek voor kinderalimentatie ook sprake is van andere gewijzigde omstandigheden. Bespreek dit met uw ex-partner of dien een verzoek in bij de rechtbank.

naar boven

10. Voorkom belastingrente: verzoek eventueel om een aanvullende voorlopige aanslag

Voor zo’n vijf tot zes miljoen mensen zal de belastingaanslag 2014 waarschijnlijk hoger uitvallen dan verwacht. De algemene heffingskorting is dit jaar inkomensafhankelijk geworden en de Belastingdienst heeft hiermee in de systemen niet op tijd rekening kunnen houden. Verwacht u dat uw voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2014 te laag is en dat u over 2014 moet bijbetalen? Voorkom dat u belastingrente moet betalen. Dien tijdig de aangifte inkomstenbelasting in, dat wil zeggen vóór 1 april 2015. Zijn nog niet alle gegevens gereed, verzoek dan tijdig om een nadere voorlopige aanslag, maar in ieder geval vóór 1 mei 2015.

Tip:
Zorg ervoor dat u vóór 1 juli 2015 een (voorlopige) aanslag over 2014 hebt. Vanaf 1 juli 2015 rekent de Belastingdienst namelijk belastingrente over de openstaande belastingschuld.

naar boven


2. Tips voor ondernemers en rechtspersonen

11. Profiteer optimaal van de investeringsaftrek

Investeert u in bedrijfsmiddelen, dan heeft u recht op kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. De investeringen moeten dan wel meer zijn dan € 2.300. Voorkom dat u door veel kleine investeringen deze drempel van € 2.300 net niet haalt. Kijk in dat geval of u investeringen naar voren kunt halen.

Het kan lonen om grote investeringen te spreiden over meerdere jaren. De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek neemt namelijk af naarmate het totale investeringsbedrag groter wordt. Bedraagt het investeringsbedrag in 2014 meer dan € 306.931, dan is helemaal geen aftrek meer mogelijk.

Niet alle bedrijfsmiddelen komen in aanmerking voor de investeringsaftrek. Zo zijn bedrijfsmiddelen met een investeringsbedrag van minder dan € 450 uitgesloten, maar ook bijvoorbeeld goodwill, grond, woonhuizen en personenauto’s die niet bestemd zijn voor beroepsvervoer.

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek 2014

Investering meer dan Maar niet meer dan Aftrek
€ 2.300
€ 2.300 € 55.248 28% van het investeringsbedrag
€ 55.248 € 102.311 € 15.470
€ 102.311 € 306.931 € 15.470 -/- 7,56% van het investeringsbedrag
boven € 102.311
€ 306.931 0

Investeert u in een bedrijfsmiddel dat u in 2014 nog niet in gebruik neemt, dan kunt u voor de investeringsaftrek alleen uitgaan van het bedrag dat u dit jaar voor het bedrijfsmiddel heeft betaald.

Tip:
De Belastingdienst past de investeringsaftrek niet automatisch toe. U moet hiervoor in de aangifte kiezen. Voldoet u aan alle voorwaarden van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, maar bent u vergeten hiervoor te kiezen? Geen nood! U mag alsnog binnen vijf jaar een verzoek indienen bij de Belastingdienst voor investeringsaftrek. U verzoekt de inspecteur dan om een ambtshalve vermindering toe te passen.

naar boven

12. Extra voordeel voor de ‘bewuste’ ondernemer

Investeert u in bedrijfsmiddelen die voorkomen op de zogenoemde energielijst of milieulijst, dan komt u naast de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek mogelijk ook in aanmerking voor de energie-investeringsaftrek (EIA) of de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil). Het minimuminvesteringsbedrag voor de EIA en de MIA/Vamil is € 2.500. Het maximuminvesteringsbedrag voor de EIA is € 118 mln.

Let op!
U heeft alleen recht op de EIA, MIA of Vamil wanneer u het betreffende bedrijfsmiddel tijdig aanmeldt bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl).

Met de EIA kunt u 41,5% van de investeringskosten aftrekken van de fiscale winst. Afhankelijk van de categorie waarin uw milieu-investering valt, kunt u tot maximaal 36% van het investeringsbedrag in mindering brengen op de fiscale winst. Met de Vamil heeft u de mogelijkheid om 75% van de milieu-investering willekeurig af te schrijven.

Let op!
Naast de EIA of de MIA kunt u ook gebruikmaken van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Een investering kan echter niet zowel voor de EIA als voor de MIA in aanmerking komen.

Ook voor de EIA en de MIA geldt dat u hiervoor moet kiezen in de aangifte inkomstenbelasting (bij winst uit onderneming) of de aangifte vennootschapsbelasting. Heeft u niet op tijd gekozen maar voldoet u wel aan de voorwaarden, dan kunt u alsnog binnen vijf jaar een verzoek indienen bij de Belastingdienst voor een ambtshalve vermindering. Dit verzoek kan tevens omvatten het verzoek om alsnog de kosten van een energieadvies of een milieuadvies in aanmerking te nemen.

naar boven

13. Stel een desinvestering nog even uit

Heeft u in de afgelopen vijf jaar gebruikgemaakt van de investeringsaftrek en verkoopt u het bedrijfsmiddel weer of stoot u het bedrijfsmiddel af, dan moet u de aftrek gedeeltelijk terugbetalen. Dit heet desinvesteringsbijtelling. U krijgt te maken met de desinvesteringsbijtelling zodra de desinvestering/-investeringen meer bedraagt/bedragen dan € 2.300. Door de vijfjaargrens kan het handig zijn om een desinvestering nog even uit te stellen.

naar boven

14. Voorkom bijbetaling van belasting

Met het einde van het jaar in zicht, kunt u uw winst over 2014 redelijk goed inschatten. In de voorlopige aanslag die u aan het begin van het jaar van de Belastingdienst heeft ontvangen, kan de winst mogelijk te hoog of te laag zijn vastgesteld. Check daarom samen met ons de voorlopige aanslag en voorkom dat u te weinig of te veel belasting betaalt. Vraag – indien nodig – de Belastingdienst om een (nadere) voorlopige aanslag. Zo voorkomt u tevens dat u onnodig belastingrente betaalt als de winst hoger uitvalt dan in eerste instantie verwacht.

naar boven

15. Laat geen innovatieve fiscale voordelen liggen

Voor innovatieve ondernemers is er een aantal fiscale innovatieregelingen. Zo is er de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) om de loonkosten voor deze werkzaamheden binnen uw bedrijf te verlagen. Voor de zelfstandig innovatief ondernemer is er de S&O-aftrek. De Research en Development Aftrek (RDA) verlaagt de overige kosten van speur- en ontwikkelingswerk. Tot slot kent de vennootschapsbelasting nog de innovatiebox met een extra laag belastingtarief voor winsten behaald met innovatieve activiteiten.

Tip:
Bent u of zijn uw werknemers innovatief bezig en maakt u nog geen gebruik van bovenstaande regelingen, verdiep u dan eens in de mogelijkheden. Laat fiscaal voordeel op innovatie niet zomaar liggen.

Maakt u al wel gebruik van de fiscale innovatieve regelingen en/of wilt u vanaf 1 januari 2015 gebruikmaken van de WBSO/RDA, wees dan op tijd met uw aanvraag. Uw aanvraag moet minstens één kalendermaand voor het begin van de projectperiode worden ingediend. Start de projectperiode op 1 januari aanstaande, dan moet uw aanvraag dus digitaal binnen zijn bij RVO.nl uiterlijk 30 november 2014. Bent u zelfstandig ondernemer, dan geldt deze datum niet. U kunt nog tot en met 31 december 2014 WBSO/RDA aanvragen voor uw innovatieve werkzaamheden die starten op 1 januari 2015.

In 2015 blijven de grenzen, het plafond en de percentages van de WBSO-regeling gelijk aan 2014. Wel wordt het contractonderzoek door publieke kennisinstellingen uit de WBSO gehaald. De RDA blijft in 2015 60%. Mogelijk worden de WBSO en de RDA in 2016 samengevoegd.

naar boven

16. Benut de herinvesteringsreserve

Heeft u dit jaar een bedrijfsmiddel verkocht en daarbij boekwinst behaald, dan kunt u de belastingheffing hierover uitstellen door de boekwinst te reserveren in een herinvesteringsreserve. U moet dan wel een vervangingsvoornemen hebben. De herinvesteringstermijn bedraagt maximaal drie jaar na het jaar waarin u het bedrijfsmiddel heeft verkocht. Investeert u binnen deze termijn in een ander bedrijfsmiddel, dan boekt u de reserve af op de aanschafprijs van het nieuwe bedrijfsmiddel.

Tip:
Ook als u bepaalde vermogensbestanddelen ter beschikking stelt aan bijvoorbeeld uw bv, mag u een herinvesteringsreserve vormen. Deze mogelijkheid staat namelijk ook open voor de terbeschikkingsteller.

Heeft u in 2011 de boekwinst van een bedrijfsmiddel toegevoegd aan de herinvesteringsreserve maar nog geen nieuw bedrijfsmiddel gekocht, dan heeft u hiervoor nog tot 31 december 2014 de tijd. Zo niet, dan valt de boekwinst alsnog vrij en moet u hierover belasting betalen. In bijzondere omstandigheden en onder strikte voorwaarden is het mogelijk om de herinvesteringstermijn te verlengen. Dit kan alleen als u hiervoor toestemming heeft van de Belastinginspecteur.

Tip:
Voorkom vrijval en (her)investeer op tijd.

naar boven

17. Laat uw bedrijfsverlies niet verdampen

Uw bedrijfsverliezen zijn niet onbeperkt verrekenbaar met uw bedrijfswinsten. Een verlies kunt u in de vennootschapsbelasting verrekenen met de belastbare winst uit het voorafgaande jaar (carry-back) of met de winsten uit de komende negen jaar (carry-forward). Bent u ondernemer in de inkomstenbelasting, dan kunt u een verlies verrekenen in box 1 met positieve inkomsten uit de drie voorafgaande jaren en de negen volgende jaren.

Heeft u in 2005 een verlies geleden en is dit verlies nog niet volledig verrekend, dan is verrekening alleen nog mogelijk met de winst die u dit jaar behaalt. Laat dit verlies niet ongemerkt verdampen.

Tip:
Vermijd het risico van verliesverdamping. Haal indien mogelijk alsnog bedrijfswinst naar voren.

Wilt u bijvoorbeeld een bedrijfsmiddel verkopen, stel dit dan niet uit. Behaalt u met de verkoop namelijk een belaste (boek)winst, dan kunt u hiermee namelijk nog openstaande verliezen verrekenen. Wellicht is het ook mogelijk om stille reserves te realiseren, winstgevende activiteiten in te brengen of fiscale voorzieningen af te bouwen.

Let op!
Voor de jaren 2009 tot en met 2011 gold in de vennootschapsbelasting een tijdelijke verruiming van de carry-backtermijn van één naar drie jaar. Heeft uw bv hiervoor gekozen, dan is de voorwaartse verliesverrekening (carry-forward) beperkt tot zes jaar. Heeft deze tijdelijke verruiming geen belastingteruggave opgeleverd omdat er in de betreffende extra voorafgaande jaren geen belastbare winst beschikbaar was voor verliesverrekening, dan geldt de beperking van de carry-forwardtermijn niet. Voor uw bv blijft de voorwaartse verliesverrekeningstermijn dan gewoon negen jaar.

naar boven

18. Registreer u voor de mini One Stop Shop-regeling

Vanaf 1 januari 2015 veranderen de btw-regels voor telecommunicatie-, omroep- en elektronische diensten (digitale diensten). Levert u als ondernemer dergelijke diensten aan niet-belastingplichtige afnemers (zoals particulieren) binnen de EU, houd dan op tijd rekening met de gewijzigde regels. Nu zijn deze digitale diensten nog belast in Nederland met 21% btw. Vanaf 1 januari zijn deze diensten belast in het land waar de niet-belastingplichtige afnemer woont. Dat betekent dat u binnen de EU te maken kunt krijgen met 28 verschillende btw-tarieven en 28 btw-registraties.

Om het u makkelijker te maken, kunt u zich bij de Belastingdienst registreren voor de mini One Stop Shop-regeling. U hoeft zich dan niet in elke EU-lidstaat te registreren en u kunt gewoon in Nederland aangifte doen voor de btw die u in andere EU-lidstaten verschuldigd bent.

Indien u zich vóór 31 december aanstaande registreert en aan de voorwaarden voldoet, kunt u vanaf 1 januari meedoen met de mini One Stop Shop-regeling.

U bent niet verplicht om gebruik te maken van de mini One Stop shop-regeling. Levert u digitale diensten en maakt u geen gebruik van de regeling, dan moet u zich registeren in alle lidstaten waar uw klanten wonen, daar de btw-aangiften doen en btw betalen.

Let op!
De mini One Stop Shop-regeling is een administratieve lastenverlichting. U mag de btw dan wel in Nederland aangeven, maar u moet desondanks wel het btw-tarief berekenen dat geldt in het land waar uw particuliere klant woont. Naast uw gebruikelijke btw-aangiften moet u ook nog apart btw-meldingen doen.

naar boven

19. Ondernemerskrediet nodig? Ruimere kredietmogelijkheden bij Qredits

Nog steeds is het voor veel ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf (mkb) lastig om voor een financiering aan te kloppen bij een bank. Heeft u wel behoefte aan krediet, dan biedt het mkb-krediet van Qredits voor u mogelijk een oplossing. Qredits biedt onder de noemer mkb-krediet zakelijke leningen aan voor zowel startende als bestaande ondernemers in het mkb van minimaal € 50.000 en maximaal € 150.000. Deze kredietlimiet wordt met ingang van 1 januari 2015 verhoogd naar € 250.000. Financieringsaanvragen boven de € 150.000 kunnen vanaf 1 december 2014 al worden ingediend.

Net als iedere kredietfaciliteit kent ook het mkb-krediet van Qredits een aantal voorwaarden. Omdat het een zakelijke lening betreft, bent u uiteraard ook gewoon rente en kosten verschuldigd.

Tip:
Meer weten over ondernemingsfinanciering? Kijk dan eens op de site van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) of op www.ondernemersplein.nl.

naar boven

20. Let op de herzieningstermijn

Heeft u in de afgelopen tien jaar een onroerende zaak met btw aangeschaft, let er dan op dat de in aftrek gebrachte btw in het aanschafjaar en de negen opvolgende jaren wordt gecorrigeerd als die onroerende zaak meer of minder wordt gebruikt voor btw-belaste prestaties. Als het gebruik is gewijzigd ten opzichte van het gebruik waarvan u uitging op het moment van aanschaf, dan moet u meer of minder btw betalen. Deze herzienings-btw geeft u op in de laatste btw-aangifte van het jaar.

Voor roerende zaken waarop wordt afgeschreven of waarop kan worden afgeschreven geldt ook een herzieningstermijn, maar die is vijf jaar.

naar boven

21. Verricht uw huurder nog voldoende btw-belaste prestaties?

Verhuurt u een onroerende zaak en heeft u met uw huurder gekozen voor btw-belaste verhuur? Let er dan op dat uw verhuurder ten minste 90% (sommige situaties 70%) btw-belaste prestaties verricht. Doet hij dat niet, dan is uw inkoop-btw – bijvoorbeeld op onderhoud – niet aftrekbaar en loopt u binnen de herzieningstermijn aan tegen gedeeltelijke herziening van de btw op de aanschaf van de onroerende zaak. Uw huurder is verplicht om u binnen vier weken na afloop van het boekjaar te informeren dat hij de onroerende zaak niet ten minste 90% voor btw-belaste prestaties gebruikt.

Tip:
Vraag uw huurder om binnen vier weken na afloop van het boekjaar schriftelijk aan u te verklaren of hij de onroerende zaak ten minste 90% zakelijk gebruikt.

naar boven

22. Verricht uw koper nog voldoende btw-belaste prestaties?

Heeft u een onroerende zaak verkocht en met de koper geopteerd voor btw-belaste verkoop? Dan geldt het jaar van levering en het daarop volgende jaar als referentieperiode. De huurder moet over die periode binnen vier weken na afloop verklaren of hij de onroerende zaak voor ten minste 90% heeft gebruikt voor btw-belaste prestaties. Heeft hij de onroerende zaak voor minder dan 90% voor btw-belaste prestaties gebruikt, dan heeft dat btw-gevolgen voor de verkoper en koper.

Tip:
Vraag de koper van de met btw geleverde onroerende zaak om binnen vier weken na de referentieperiode te verklaren of het btw-belaste gebruik ten minste 90% is.

naar boven


3. Tips voor de ondernemer in de inkomstenbelasting

23. Houd uren bij voor het urencriterium

Wilt u profiteren van een aantal aantrekkelijke ondernemersfaciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek voor beginnende ondernemers en de meewerkaftrek, dan zult u moeten voldoen aan het urencriterium. Oftewel, u moet elk jaar minimaal 1.225 uren werken aan, in en voor uw bedrijf (bedrijven). Bent u niet alleen ondernemer maar bijvoorbeeld ook werknemer, dan zit er een addertje onder het gras. U moet namelijk meer dan de helft van de tijd aan uw bedrijf besteden. Vergeet dus niet uw uren te administreren. Zo kunt u bij vragen of controle van de Belastingdienst in ieder geval aantonen dat u aan het urencriterium voldoet.

Let op!
Er gaan geluiden dat het kabinet overweegt om de ondernemersfaciliteiten af te bouwen. Concrete plannen zijn er echter nog niet. Uiteraard houden we u hiervan op de hoogte.

Voldoet u aan het urencriterium, dan bedraagt de zelfstandigenaftrek dit jaar een vast bedrag van € 7.280 (€ 3.640 bij AOW-leeftijd of ouder), maar maximaal het bedrag van de winst vóór ondernemersaftrek. Is uw winst te laag, dan mag u het bedrag aan niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek verrekenen in de volgende negen kalenderjaren. Voor startende ondernemers geldt – naast de zelfstandigenaftrek – een startersaftrek van € 2.123. De beperking dat de zelfstandigenaftrek niet meer kan bedragen dan de winst geldt niet voor een starter.

Tip:
Voor de mkb-winstvrijstelling hoeft u niet te voldoen aan het urencriterium. Deze vrijstelling vermindert uw belastbare winst uit onderneming na ondernemersaftrek (zoals de zelfstandigenaftrek) met 14%. U bent zo minder belasting verschuldigd, maar let op: leidt u verlies, dan verkleint de mkb-winstvrijstelling dit verlies. De vrijstelling werkt dan dus in uw nadeel.

naar boven

24. Van VAR naar BGL

De Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) wordt naar alle waarschijnlijkheid in de loop van 2015 vervangen door de Beschikking geen loonheffingen (BGL). De Tweede en Eerste Kamer moeten hier eerst nog wel mee instemmen. Het aanvragen van de BGL gaat straks via een webmodule. Na het invullen van een vragenlijst ziet u direct hoe de Belastingdienst uw arbeidsrelatie met een (potentiële) opdrachtgever beoordeelt. Het invullen van de vragen kost ongeveer twintig minuten, mits u de benodigde informatie bij de hand heeft. De gegevens blijven bewaard, zodat u voor een volgende BGL alleen de wijzigingen hoeft in te vullen. Het is vervolgens aan u of u de BGL daadwerkelijk aanvraagt.

Let op!
Een aantal van de door u ingevulde vragen komt straks op de BGL te staan. Voor de juistheid van die gegevens is uw opdrachtgever straks medeverantwoordelijk.

Als opdrachtnemer heeft u met de BGL geen zekerheid over de fiscale kwalificatie van uw werkzaamheden. De BGL zegt bijvoorbeeld niets over de vraag of u in aanmerking komt voor ondernemersfaciliteiten in de inkomstenbelasting. Uw opdrachtgever weet met de Beschikking dat hij geen loonheffing en premies werknemersverzekeringen hoeft af te dragen over uw beloning, mits uiteraard de gegevens vermeld op de BGL kloppen met de werkelijke situatie.

De webmodule is nog in ontwikkeling en totdat deze ook daadwerkelijk operationeel is en de BGL ook in werking treedt, blijft de VAR voor 2014 voorlopig ook in 2015 nog geldig. U hoeft voor het kalenderjaar 2015 dus geen nieuwe VAR-aanvraag in te dienen, mits u hetzelfde werk onder dezelfde omstandigheden en voorwaarden blijft doen.

naar boven

25. Sparen voor uw oude dag in de onderneming

Een belangrijk onderscheid tussen u als ondernemer en een gewone werknemer is dat u de mogelijkheid heeft om geld in uw onderneming te reserveren voor uw oude dag: de oudedagsreserve. Voldoet u aan het urencriterium en had u aan het begin van dit jaar de AOW-leeftijd nog niet bereikt, dan mag u bij voldoende eigen vermogen een deel van de winst toevoegen aan uw oudedagsreserve. Over dit deel betaalt u dan nog geen inkomstenbelasting. Dit jaar bedraagt de toevoeging 10,9% van de winst met een maximum van € 9.542. Vanaf 2015 gaat dit percentage omlaag naar 9,8%. Het maximumbedrag wordt dan € 8.640.

Eventuele pensioenpremies die u al van de winst heeft afgetrokken, verminderen de toevoeging aan de oudedagsreserve.

Let op!
De oudedagsreserve zorgt voor uitstel van belastingheffing, maar niet voor afstel. Op de opgebouwde reserve rust nog een belastingclaim. Op enig moment, vaak als u stopt met uw onderneming, zult u moeten afrekenen. Toevoegen aan de oudedagsreserve is vaak alleen aantrekkelijk als u nu in de hoogste belastingschijf zit.

Wilt u liever extern pensioen opbouwen?
Misschien is de nieuwe collectieve pensioenregeling voor zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) iets voor u. Naar alle waarschijnlijkheid start deze regeling vanaf 1 januari 2015. Een van de belangrijkste kenmerken van de collectieve pensioenregeling voor zelfstandigen is flexibiliteit. U kunt namelijk vrijwillig in- en uitstappen en u bepaalt zelf hoeveel u periodiek wilt inleggen. Er wordt geen levenslange uitkering verzekerd. De uitkeringsduur is namelijk van tevoren bepaald. De ingelegde gelden worden collectief belegd en beheerd. Op www.startjezzppensioen.nl is meer informatie te vinden over de collectieve pensioenregeling.

naar boven

26. Denk eens aan de bv

Voor veel ondernemers is de bv-vorm aantrekkelijk. Toch is het antwoord of u wel of niet moet overstappen op de bv-vorm niet eenvoudig te geven. Bedrijfsgroei kan een reden voor overstap zijn, maar er spelen meer factoren, waaronder uw persoonlijke situatie. Bij zeer hoge winsten kan het om fiscale redenen voordeliger zijn om voor de bv-vorm te kiezen, maar ook dat is lang niet altijd het geval. Overweegt u de bv-vorm, overleg dit dan met ons.

Sinds 1 oktober 2012 is oprichting en overstap naar de bv-vorm wel eenvoudiger geworden. Ook is meer maatwerk mogelijk. Bij oprichting van de bv hoeft u niet langer een minimumkapitaal te storten van € 18.000. Wel kunt u als bestuurder of aandeelhouder eerder aansprakelijk gesteld worden voor schulden van de bv.

naar boven

27. Afkoop van lijfrente bij langdurige arbeidsongeschiktheid

Vanaf 1 januari 2015 is het mogelijk om een lijfrente geheel of gedeeltelijk af te kopen als u langdurig arbeidsongeschikt bent. U kunt het inkomen dat u mist vanwege uw arbeidsongeschiktheid daarmee aanvullen. Bij een gehele of gedeeltelijke afkoop bent u dan geen revisierente verschuldigd. Over de afkoopsom moet u wel belasting betalen. Afkopen kan alleen als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • u moet langdurig arbeidsongeschikt zijn;
  • u mag nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt;
  • er geldt een maximum aan het op te nemen bedrag aan lijfrente. De afkoopuitkering mag niet meer bedragen dan € 40.000 of, als dat hoger is, het gemiddelde inkomen in de voorafgaande twee jaar.

naar boven

28. Laatste btw-aangifte: vergeet niet het privégebruik bedrijfsauto

Gebruikt u als ondernemer de auto van de zaak ook privé, dan moet u voor de btw met dit privégebruik rekening houden. De eventueel verschuldigde btw geeft u aan en betaalt u bij de laatste btw-aangifte van het jaar.

De regel is als volgt. Gebruikt u de auto van de zaak ook privé, dan kunt u de btw op de aanschaf, eventuele leasekosten, het onderhoud en het gebruik aftrekken voor zover u de auto gebruikt voor belaste omzet. Omdat u de auto ook privé gebruikt, moet u over het privégebruik btw betalen. U kunt daarvoor gebruikmaken van een forfaitaire regeling. Voor de btw-heffing over het privégebruik gaat u dan uit van 2,7% van de catalogusprijs van de auto, inclusief btw en bpm.

Tip:
Voor de auto die vijf jaar (inclusief het jaar van ingebruikneming) in de onderneming is gebruikt en tot uw bedrijfsvermogen hoort, geldt een lager forfait van 1,5%. Heeft u bij de aankoop van de auto geen btw in aftrek gebracht, dan mag u voor de berekening van het privégebruik eveneens uitgaan van 1,5%.

U hoeft geen gebruik te maken van de forfaitaire regeling. U mag namelijk ook btw betalen over het werkelijke privégebruik. Dit kan soms voordeliger zijn dan de forfaitaire regeling. U moet dan wel een sluitende kilometeradministratie bijhouden.

Let op!
De laatste btw-aangifte over het jaar 2014 moet uiterlijk op 31 januari 2015 ingeleverd en betaald zijn aan de Belastingdienst. Houd in deze laatste btw-aangifte ook rekening met een eventuele correctie in verband met privégebruik van goederen en diensten die tot uw bedrijf horen, of een mogelijke correctie op personeelsvoorzieningen.

naar boven

29. Wisselende inkomsten? Middeling biedt uitkomst

Ondernemers hebben vaak te maken met ‘schommelende’ winsten. Heeft u de afgelopen jaren sterk wisselende inkomsten in box 1 van de inkomstenbelasting gehad, dan heeft u waarschijnlijk meer belasting betaald dan wanneer de inkomsten gelijkmatig waren geweest. Door over een periode van drie aaneengesloten kalenderjaren uit te gaan van de gemiddelde inkomsten, kan middeling in een aantal gevallen leiden tot een teruggaaf van te veel betaalde belasting. Er geldt een drempel van € 545. Een verzoek om middeling moet schriftelijk worden ingediend bij de Belastingdienst, inclusief een berekening van de middelingsteruggaaf.

naar boven


4. Tips voor de bv en de dga

30. Dividend en verkoopwinst aanmerkelijk belang in 2014 belast tegen lager tarief

Het belastingtarief voor inkomen uit aanmerkelijk belang is alleen in 2014 verlaagd van 25% naar 22%, tot een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 250.000. De belastingbesparing over dividend uit de bv en winst bij verkoop van de aandelen kan oplopen tot € 7500. Fiscale partners die het hele jaar elkaars fiscale partners zijn, kunnen het inkomen uit aanmerkelijk belang verdelen, zodat ieder € 250.000 inkomen uit aanmerkelijk belang heeft. Het gezamenlijke belastingvoordeel kan dan oplopen tot € 15.000.

Let op!
Keer niet zomaar dividend uit. Ga eerst na of de bv voldoende vrij uitkeerbare reserves heeft en of de bv ook na de dividenduitkering haar verplichtingen kan blijven nakomen. Dat zijn de balans- en uitkeringstoets. Komt de bv niet door die toetsen heen, dan zijn bestuurders en aandeelhouders aansprakelijk voor de onvoldaan gebleven schulden ten gevolge van de dividenduitkering.

Het tariefsvoordeel van 3% (25%-22%) maakt het aantrekkelijk om nog in 2014 dividend uit te keren. Voorkom vermogensrendementsheffing over het uitgekeerde bedrag per 1 januari 2015 door aan het eind van het jaar het dividend niet uit te keren, maar rentedragend schuldig te blijven. Als dga krijgt u dan een vordering op de bv die niet in box 3 valt. Als kort na de jaarwisseling de bv het dividend uitbetaalt, blijft de dividenduitkering buiten de rendementsgrondslag.

Tip:
Zit u inmiddels in een verkooptraject van de bv, kijk dan of u dit traject nog in 2014 kunt afronden. Over een verkoopwinst tot een bedrag van € 250.000 bespaart u dan 3%. Voor voljaars fiscale partners geldt dit dubbel.

naar boven

31. Regels voor gebruikelijk loon dga aangescherpt per 1 januari 2015

Dga’s moeten hun loon in 2015 toetsen aan strengere regels om te beoordelen of hun loon wel gebruikelijk is. Zo wordt de speelruimte waarbinnen u uw loon mag vaststellen, verkleind. Deze zogenoemde doelmatigheidsmarge wordt verlaagd van 30% naar 25%. De marge mag alleen worden toegepast bij een loon boven € 44.000. De Belastingdienst krijgt het gemakkelijker bij de vaststelling of het loon gebruikelijk is: het loon van de dga moet worden vergeleken met het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, niet meer met een soortgelijke dienstbetrekking.

Vanaf 2015 moet u als dga een loon ontvangen ter hoogte van het hoogste van de volgende bedragen:

  • 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
  • het hoogste loon van de overige werknemers van de bv of daarmee verbonden vennootschappen (lichamen);
  • € 44.000.

Uw loon mag ook met de strengere regels lager worden gesteld, maar u moet dit dan wel aannemelijk kunnen maken.

Let op!
Vanaf 2015 is de groep van verbonden lichamen waarvoor de dga werkt en waarvoor hij een gebruikelijk loon moet ontvangen, vergroot. Ook deelnemingen waaruit de bv direct of indirect met toepassing van de deelnemingsvrijstelling voordelen kan genieten, tellen mee voor het gebruikelijk loon van de dga. Dat is al bij 5% aandelenbelangen.

Heeft u een loon uit uw bv dat hoger is dan het standaardbedrag van € 44.000 en heeft u daarover een afspraak gemaakt met de Belastingdienst? Die bestaande en nog lopende afspraak vervalt per 1 januari 2015. Indien gewenst kunt u met de Belastinginspecteur een nieuwe afspraak maken over de hoogte van uw gebruikelijk loon. Er geldt een praktische regeling zolang de Belastingdienst geen contact heeft opgenomen voor een nieuwe gebruikelijk loonafspraak, of tot het verlopen van de geldigheidsduur van de oorspronkelijke gebruikelijk loonafspraak. U mag dan uitgaan van een loon ter grootte van 75/70e van het loon uit 2014. Dat betekent in feite dat u de gebruikelijk loonafspraak zoals eerder gemaakt continueert, met inachtneming van de kleinere doelmatigheidsmarge per 1 januari 2015. De feiten en omstandigheden moeten dan wel gelijk blijven.

Tip:
Voorkom discussie over het gebruikelijk loon. Stel als dga een marktconform loon vast en laat bij twijfel de Belastingdienst zich daarmee akkoord verklaren.

naar boven

32. Keer uw loonstamrecht uit in 2014 (maar wel weloverwogen)

Heeft u in het verleden een ontslagvergoeding ontvangen in de vorm van een stamrecht? U kunt dat stamrecht in 2014 fiscaal voordelig afkopen. Als u het gehele stamrecht in een keer uitkeert, is slechts 80% van de afkoopsom belast. Bovendien hoeft u geen 20% revisierente over de afkoopsom te betalen. Heeft u uw loonstamrecht in uw eigen bv ondergebracht (Gouden Handdruk bv)? Dan geldt deze regeling ook voor u. Er zijn voorwaarden voor de waardering van de afkoopsom. Laat u daarover informeren.

Het is in 2014 ook mogelijk geworden om het loonstamrecht niet ineens af te kopen, maar in enkele termijnen vervroegd uit te keren. Dan betaalt u geen revisierente, maar de gunstige 80%-regeling in 2014 is niet van toepassing op een afkoop in delen.

Let op!
De gunstige afkoopregeling geldt alleen voor loonstamrechten die vóór 15 november 2013 zijn overgemaakt naar een verzekeringsmaatschappij of een stamrecht-bv. De gunstige afkoopregeling maakt het in 2014 mogelijk om fiscaal voordelig uw stamrecht-bv op te heffen. Is het stamrecht niet volledig afgedekt met beleggingen in de bv omdat u het vermogen aan de bv heeft onttrokken via dividenduitkeringen of rekening-courantopnames? Dan nog kan het zinvol zijn om uw stamrecht af te kopen als u daarmee een fiscaal probleem oplost dat zich in de toekomst zal (kunnen) gaan voordoen.

Overweeg nog gebruik te maken van de 80%-afkoopregeling voor loonstamrechten in 2014. Hikt u aan tegen de te betalen belasting over de afkoopsom? Ga dan na hoeveel belasting u in de toekomst moet betalen over de stamrechtuitkeringen en neem in de vergelijking ook de jaarlijkse kosten van de bv mee. Afkoop in 2014 hoeft dan nog niet zo nadelig te zijn.

Tip:
Ook na 2014 kunt u uw loonstamrecht afkopen. Dan betaalt u wel belasting over 100% van de afkoopsom, maar u bent geen revisierente verschuldigd. Doe dit bijvoorbeeld als u een verlies verwacht dat u met de afkoopsom kunt compenseren.

naar boven

33. Pas uw eigen pensioenregeling aan voor 1 januari 2015

Vanaf 1 januari 2015 worden de jaarlijkse pensioenopbouwmogelijkheden verder beperkt en kan geen pensioen meer worden opgebouwd over het loon dat uitkomt boven € 100.000. Voor meer uitleg: kijk naar de tip voor werkgevers ‘Pas de pensioenregeling van uw werknemers aan’ (tip 43). Dga’s die nog pensioen opbouwen, moeten er ook voor zorgen dat hun pensioenregeling past binnen de nieuwe wettelijke kaders per 1 januari 2015. Een bovenmatige pensioenregeling heeft zeer grote fiscale gevolgen.

Voor het loon boven € 100.000 is het vanaf 1 januari 2015 mogelijk om nettopensioen te sparen of nettolijfrente te sparen. U spaart dan in box 3 vrijgesteld met niet-aftrekbare premies. Meer informatie vindt u bij de tip voor werkgevers ‘Nettopensioen/nettolijfrente: draagt u bij?’ (tip 44). Er gelden voorwaarden. Laat u daarover informeren.

Tip:
Pas uw pensioenregeling aan vóór 1 januari 2015 om deze te laten passen binnen de nieuwe wettelijke regels. Bent u dga met een pensioen in eigen beheer dat is ondergedekt en waarvan u de opbouw nog niet heeft gestaakt? Ga na of u uw pensioenopbouw moet staken. Neem hierover contact met ons op.

naar boven

34. Vraag een voorlopige verliesverrekening aan

Heeft uw bv in 2013 een winst behaald, maar wordt het jaar 2014 vermoedelijk afgesloten met een verlies, dan kunt u de Belastinginspecteur na het indienen van de aangifte vennootschapsbelasting 2014 verzoeken om een voorlopige verliesverrekening. De Belastingdienst zal dan alvast 80% van het vermoedelijke verlies verrekenen met de winst van 2013. Dat levert een liquiditeitsvoordeel op, want uw bv kan sneller beschikken over een deel van het nog terug te verwachten belastinggeld. De voorlopige verliesverrekening wordt naderhand verrekend met de definitieve verliesverrekening of met de aanslag over het jaar 2014.

naar boven

35. Informatieplicht bij lening voor de eigen woning

Leent u geld van de bv voor uw eigen woning, dan is de door u betaalde rente aftrekbaar in box 1 onder de eigenwoningregeling. Bij de bv is de ontvangen rente belast. Vanaf 2013 gelden er nieuwe regels voor de hypotheekrenteaftrek. Voor een nieuwe hypotheek is alleen nog renteaftrek mogelijk als deze in 360 maanden en ten minste volgens een annuïtair schema volledig wordt afgelost. Als u een nieuwe eigenwoninglening bij uw eigen bv heeft waarop u voor de eigenwoningrenteaftrek verplicht moet aflossen, dan moet u de gegevens over deze lening doorgeven aan de Belastingdienst met het formulier ‘opgaaf lening eigen woning’. Dit formulier is te downloaden van de website van de Belastingdienst.

Alleen als u de gegevens heeft doorgegeven, mag u de hypotheekrente in aftrek brengen in uw aangifte inkomstenbelasting. Het formulier opgaaf lening eigen woning moet worden verstuurd bij het doen van de aangifte inkomstenbelasting 2013, maar uiterlijk vóór 31 december 2014. Is er een wijziging in de lening, dan moet u dit doorgeven binnen één maand na het einde van het jaar waarin de wijziging plaatsvond.

Hoeft u niet verplicht af te lossen om hypotheekrente in aftrek te brengen, bijvoorbeeld omdat u de lening al vóór 1 januari 2013 heeft afgesloten bij uw bv, dan hoeft u geen gegevens aan de Belastingdienst door te geven.

Tip:
Heeft u in 2013 een nieuwe hypotheek afgesloten bij uw eigen bv en heeft u die nog niet opgegeven? U kunt dan nog uiterlijk op 31 december 2014 de melding doen als tot die tijd uw aangifte inkomstenbelasting 2013 nog niet is ingediend. Heeft u in 2014 een nieuwe hypotheek afgesloten bij uw eigen bv? Stuur het formulier opgaaf lening eigen woning dan uiterlijk op bij het indienen van uw aangifte 2014 of, als u uw aangifte niet in 2015 indient, uiterlijk op 31 december 2015. Heeft u de looptijd, rente of aflossingswijze van een nieuwe hypotheek bij uw bv dit jaar gewijzigd? Geef dat dan door vóór 1 februari 2015.

naar boven

36. Uw pensioen-bv in zwaar weer? Stempel eenmalig af

Veel pensioenen in eigen beheer zijn (ernstig) ondergedekt, bijvoorbeeld door jarenlange tegenvallende beleggings- en ondernemingsresultaten. De opgebouwde pensioenaanspraken in eigen beheer mogen in dat geval echter niet zomaar zonder fiscale gevolgen worden verminderd.

Als er echter sprake is van een onderdekking (dekkingsgraad minder dan 75%) door reële beleggings- en ondernemingsverliezen, dan is het mogelijk om toch op de pensioeningangsdatum eenmalig een vermindering van de pensioenaanspraken toe te passen. De voorwaarden zijn streng. Zo mag bijvoorbeeld de te lage dekkingsgraad niet zijn ontstaan doordat uw bv aan u dividenduitkeringen heeft verricht.

Tip:
Is het pensioen in eigen beheer ondergedekt? Bespreek met ons wat u moet doen en of afstempeling van uw pensioenaanspraken in uw geval fiscaal voordelig is.

naar boven

37. Leningsovereenkomst? Een controle kan geen kwaad

Veel dga’s lenen geld bij hun bv of andersom. Van belang is dat deze leningen zakelijk zijn, ter voorkoming van ongewenste belastinggevolgen. Een lening is zakelijk als er ook anderen dan de dga/bv zijn die een dergelijke lening zouden verstrekken. Ook moet de lening zakelijke voorwaarden bevatten. Loopt de lening al enkele jaren, dan is het verstandig om dit eens te checken.

Van een zakelijke leningsovereenkomst is sprake als deze schriftelijk is vastgelegd, in de overeenkomst een aflossingsschema is opgenomen voor het terugbetalen van de lening en er een zakelijke rente is afgesproken. Bovendien moeten in de regel ook zekerheden zijn gesteld. Uiteraard moeten beide partijen (u en de bv) zich houden aan de afspraken zoals deze zijn vastgelegd in de leningsovereenkomst.

Tip:
Wilt u weten of u zakelijk handelt, stel u zelf dan de volgende twee vragen: Zou de bv een dergelijke leningsovereenkomst ook aangaan met een onafhankelijke derde? Kan ik als dga met mijn inkomen en vermogen ook een dergelijke lening afsluiten bij de bank? Is het antwoord op beide vragen ‘ja’, dan is sprake van zakelijk handelen.

naar boven

38. Laat u niet verrassen door een kortere deponeringstermijn

De jaarrekening van de bv moet ieder jaar worden gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel. De maximale deponeringstermijn is dertien maanden na afloop van het boekjaar. Bent u echter directeur en enig aandeelhouder, dan geldt voor u mogelijk een kortere deponeringstermijn. Dat heeft te maken met de vereenvoudigde vaststelling van de jaarrekening van de bv als alle aandeelhouders tevens bestuurder zijn van de bv. De ondertekening van de jaarrekening geldt dan direct als vaststellingsmoment. Tenzij deze werkwijze in de statuten is uitgesloten, gaat de wettelijke deponeringstermijn van acht dagen direct in zodra u uw handtekening onder de jaarrekening zet. Laat u hierdoor niet verrassen en zorg ervoor dat de jaarrekening 2013 van uw bv uiterlijk op 8 december aanstaande bij de Kamer van Koophandel is gedeponeerd.

Tip:
Is de jaarrekening 2013 van uw bv nog niet gereed? Deponeer dan voorlopige stukken.

naar boven

39. Verruiming faciliteit onbelast dividend op vererfde aandelen

Vanaf 2011 is het mogelijk dat dividend op vererfde aanmerkelijkbelangaandelen onbelast is, als het dividend binnen 24 maanden na het overlijden van de erflater wordt uitgekeerd. Dividend op aandelen die op het moment van overlijden op naam stonden van een ander, is volgens de wet normaal belast als inkomen uit aanmerkelijk belang. Dat maakt de regeling van onbelast dividend op vererfde aandelen fiscaal minder aantrekkelijk en kan tot problemen bij de afwikkeling van belastingschulden leiden.

Daarom keurt de Belastingdienst toch goed dat in die situaties het dividend op niet-vererfde aandelen binnen 24 maanden na overlijden van de erflater, ook onbelast is. De voorwaarden voor de regeling zijn:

  • Het overlijden heeft plaatsgevonden in de periode 2011 tot en met 2014.
  • Het dividend is/wordt uitgekeerd in de periode 2011 tot en met 2014.
  • Het dividend wordt uitgekeerd op dezelfde soort aandelen als de vererfde aandelen.
  • Het verzoek aan de Belastingdienst moet zijn ingediend uiterlijk op 31 december 2014.
  • De aandelen mogen na het overlijden niet zijn vervreemd.

Heeft u moeten afrekenen over een dividenduitkering op niet-vererfde aandelen? U kunt de Belastingdienst dan vóór 31 december 2014 verzoeken om het dividend alsnog onbelast te laten. Ook als de aanslag waarin het dividend is belast al onherroepelijk vaststaat, zal de Belastingdienst die aanslag dan herstellen.

Tip:
Is het dividend op niet-vererfde aandelen binnen 24 maanden na het overlijden van de erflater belast en had u ervoor willen kiezen dat het onbelast was? Dat kan nog tot en met 31 december 2014. Neem zo snel mogelijk contact met ons op. Samen met u bekijken we dan de mogelijkheden.

naar boven

40. Samenloopvrijstelling overdrachtsbelasting

Kopers die een nieuwe onroerende zaak kopen – dus met btw – en de btw kunnen verrekenen, kunnen een vrijstelling krijgen voor de overdrachtsbelasting om samenloop van btw en overdrachtsbelasting te voorkomen. Voorwaarde voor deze regeling is dat de onroerende zaak op het moment van levering nog niet in gebruik is genomen of nog niet is verhuurd. De Belastingdienst keurde goed dat de levering binnen 6 maanden na eerste ingebruikneming/verhuur ook is vrijgesteld. Als crisismaatregel is die 6-maandentermijn in de periode 1 november 2012 en 31 december 2014 tijdelijk verruimd naar 24 maanden om verkopers die moeilijk kopers konden vinden iets meer tijd te geven. Voor nieuwe onroerende zaken die vanaf 1 januari 2015 in gebruik worden genomen of verhuurd, geldt weer dat de levering binnen 6 maanden daarna aan een btw-aftrekgerechtigde ondernemer is vrijgesteld van overdrachtsbelasting.

Tip:
Heeft u voor uw nieuwe onroerende zaak nog geen koper? En overweegt u de onroerende zaak eerst zelf in gebruik te nemen of te gaan verhuren? Doe dat dan vóór 1 januari 2015. U heeft dan nog 24 maanden vanaf ingebruikname/verhuur de tijd om de onroerende zaak te verkopen zonder overdrachtsbelasting.

naar boven


5. Tips voor werkgevers

41. Overstappen op de werkkostenregeling: bent u er klaar voor?

Er is geen ontkomen meer aan. Per 1 januari 2015 is de werkkostenregeling voor iedere werkgever verplicht. Bent u nog niet overgestapt, dan is het nu de hoogste tijd om in actie te komen. Verdiep u in de werkkostenregeling, want de overstap vergt nogal wat voorbereiding. De volgende vijf stappen kunnen u op weg helpen:

  1. Inventariseer alle vergoedingen en verstrekkingen. De gegevens vindt u terug in uw boekhouding, het personeelshandboek, individuele arbeidscontracten en aanvullende arbeidsvoorwaarden.
  2. Deel de kosten in: wat valt onder de vrije ruimte? Zijn er bepaalde vergoedingen en verstrekkingen die niet ten koste gaan van de vrije ruimte omdat zij onder de gerichte vrijstelling vallen of is er wellicht een nihilwaardering van toepassing?
  3. Bepaal de fiscale loonsom. In 2015 kunt u maximaal 1,2% van het totale fiscale loon besteden aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen aan uw werknemers (vrije ruimte). Daarbij geldt het totale fiscale loon van 2015. Wilt u eerder weten of u volgend jaar mogelijk de vrije ruimte gaat overschrijden, dan kunt u dit schatten op basis van het totale fiscale loon van 2014. Met deze schatting in de hand kunt u bepalen welke vergoedingen en verstrekkingen u aanwijst als eindheffingsloon, zodat u de vrije ruimte van 1,2% niet overschrijdt. Over het bedrag boven de vrije ruimte betaalt u namelijk 80% eindheffing. U kunt ook beslissen om bepaalde vergoedingen en verstrekkingen niet in de vrije ruimte onder te brengen, maar deze te verlonen.
  4. Richt uw administratie in. Om de werkkostenregeling goed te kunnen toepassen, moet u uw administratie aanpassen. Houd er rekening mee dat het totale bedrag aan vergoedingen en verstrekkingen in de werkkostenregeling inclusief btw hoort te zijn, terwijl u in de financiële administratie vergoedingen en verstrekkingen hoogstwaarschijnlijk exclusief btw boekt.
  5. Overleg met werknemers en ondernemingsraad. Het kan zijn dat u door de werkkostenregeling bestaande arbeidsvoorwaarden moet aanpassen. In de meeste gevallen heeft u hiervoor toestemming nodig van uw werknemers. Overleg is dus geboden.

Tip:
Past u de werkkostenregeling al wel toe, ga dan na of u de grens al heeft bereikt van de vrije ruimte. Deze staat dit jaar op 1,5%. Is de grens nog niet in zicht, dan heeft u in december nog ruimte voor een extraatje aan uw werknemers.

Tot slot zijn er in de werkkostenregeling nog enkele vereenvoudigingen op komst. Met ingang van 2015:

  • kent de werkkostenregeling een noodzakelijkheidscriterium. Een vergoeding of verstrekking is geen belastbaar loon als deze noodzakelijk is voor het werk. Een vrijstelling geldt voorlopig alleen voor gereedschappen, computers (tablets), mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur.
  • hoeft u maar één keer per jaar vast te stellen wat de verschuldigde belasting is in het kader van de werkkostenregeling. Het is niet meer nodig om per aangiftetijdvak te toetsen of de vrije ruimte wordt overschreden.
  • maakt een concernregeling het mogelijk om de vrije ruimtes binnen één concern samen te voegen.
  • wordt de bestaande regeling voor personeelskorting gecontinueerd in de vorm van een gerichte vrijstelling. De regeling blijft nagenoeg gelijk, alleen is doorschuiven naar volgende kalenderjaren van een niet-gebruikt deel van de korting niet meer mogelijk.
  • komt er een nieuwe gerichte vrijstelling voor een aantal werkplekgerelateerde voorzieningen waarvoor nu een nihilwaardering geldt. Het gaat om zaken als arbovoorzieningen en hulpmiddelen die mede op de werkplek gebruikt of verbruikt worden. Voor deze voorzieningen verdwijnt het huidige onderscheid tussen vergoedingen en verstrekkingen.

Let op!
Ook voor het btw-knelpunt dat ontstaat wanneer diverse administraties (salaris- en financiële administratie) niet op elkaar aansluiten, is een oplossing gegeven. Werkgevers kunnen met de inspecteur een gemiddelde btw-druk over de verschillende voorzieningen uit de vrije ruimte afspreken.

naar boven

42. Fiets met voordeel

Bent u nog niet overgestapt op de werkkostenregeling, dan kunt u uw werknemer nu nog onbelast en onder voorwaarden een fiets vergoeden of verstrekken, mits de aanschafprijs van de fiets niet meer bedraagt dan € 749 (inclusief btw), uw werknemer de fiets gebruikt voor woon-werkverkeer en de afgelopen 3 jaar geen fiets heeft gekregen. Wilt u hier nog snel gebruik van maken, verstrek dan de fiets uiterlijk op 31 december aanstaande.

Let op!
Het onbelast verstrekken van een fiets kan volgend jaar nog steeds, maar dat gaat dan wel ten koste van de vrije ruimte. Binnen de werkkostenregeling heeft u niets meer te maken met de nu nog geldende normen van de fietsregeling. U kunt dus eventueel een duurdere fiets vergoeden of verstrekken zonder aanvullende eisen. Houd daarbij wel rekening met de gebruikelijkheidstoets.

naar boven

43. Pas de pensioenregeling van uw werknemers aan

Met ingang van 1 januari 2015 wordt de jaarlijkse pensioenopbouw verder aangescherpt. Zo gaat het maximale opbouwpercentage voor middelloonregelingen omlaag van 2,15% naar 1,875% en geldt voor pensioen op eindloonbasis een maximaal opbouwpercentage van 1,657% (2014: 1,9%) per dienstjaar. Een soortgelijke aanpassing vindt ook plaats voor beschikbare premieregelingen. Het maximale salaris waarover pensioen mag worden opgebouwd, wordt beperkt tot € 100.000.

De nieuwe pensioenaanscherpingen vanaf 2015 betekenen dat bestaande pensioentoezeggingen moeten worden aangepast. Deze moeten namelijk wel binnen de fiscale kaders blijven. Overleg daarom op tijd met de pensioenuitvoerder (pensioenfonds of pensioenverzekeraar) bij wie de pensioenregeling van uw werknemers is ondergebracht, of aanpassing van het pensioenreglement wenselijk dan wel noodzakelijk is en wat de gevolgen hiervan zijn. Het kan zijn dat uw werknemers formeel akkoord moeten gaan met een wijziging van het pensioenreglement. Bovendien moet u er als werkgever op toezien dat de pensioenuitvoerder uw werknemers tijdig inlicht over een wijziging van de pensioenovereenkomst (binnen drie maanden na de wijziging).

naar boven

44. Nettopensioen/nettolijfrente: draagt u bij?

Vanaf volgend jaar is het maximale salaris waarover pensioen kan worden opgebouwd, beperkt tot € 100.000. Werknemers die meer verdienen, kunnen op vrijwillige basis fiscaal vriendelijk bijsparen voor de oude dag met een nettolijfrente of een nettopensioen. Als werkgever mag u een bijdrage verstrekken aan uw werknemers die willen deelnemen aan de nieuwe nettolijfrente of het nieuwe nettopensioen. Deze werkgeversbijdrage wordt tot het loon gerekend. Voorwaarde is wel dat u dan de bijdrage ook geeft aan vergelijkbare werknemers die niet deelnemen aan een nettolijfrente/nettopensioen.

Let op!
Bent u bij een bedrijfstakpensioenfonds aangesloten, dan bent u verplicht om de vrijwillige regeling van het nettopensioen aan uw werknemers met een loon boven de € 100.000 aan te bieden. Deelnemen blijft een vrijwillige keuze van de werknemer. U kunt straks, onder voorwaarden, kiezen bij welke pensioenuitvoerder u de nettopensioenregeling wenst onder te brengen. Dat mag dus een andere pensioenuitvoerder zijn dan het verplichte bedrijfstakpensioenfonds.

naar boven

45. Doe de minimumloon-check

Per 1 januari 2015 stijgen de brutobedragen van het wettelijk minimumloon. Als werkgever bent u verplicht minimaal dit minimumloon uit te betalen aan uw werknemers. Bovendien moet u het wettelijk minimumloon vermelden op de loonstrook. Houd daarom tijdig rekening met de gewijzigde bedragen.

Het wettelijk brutominimumloon voor werknemers van 23 jaar en ouder bij een volledig dienstverband wordt per 1 januari 2015:

  • € 1.501,80 per maand;
  • € 346,55 per week;
  • € 69,31 per dag.

naar boven

46. Proeftijd aan banden

Vanaf 1 januari 2015 is het uit den boze om in tijdelijke arbeidscontracten van zes maanden of minder een proeftijd op te nemen. Ook in een aansluitend contract mag geen proeftijd meer worden opgenomen. Afwijking van deze hoofdregel is alleen mogelijk als in een bestaande cao nog een proeftijd wordt bedongen. Nieuwe regels gelden dan uiterlijk over anderhalf jaar, dan wel eerder als de bestaande cao afloopt.

Maak als werkgever dus de afweging of u een werknemer in spe een contract van zes maanden (of korter) zonder proeftijd aanbiedt of een langer contract met proeftijd.

Tip:
Een proeftijd is nog toegestaan in een tijdelijke arbeidsovereenkomst van zes maanden of minder die is aangegaan in 2014, maar die pas ingaat in 2015.

naar boven

47. Concurrentiebeding alleen nog bij bijzondere omstandigheden

Een concurrentiebeding in een tijdelijk contract is vanaf volgend jaar alleen nog mogelijk bij bijzondere omstandigheden. Denk bijvoorbeeld aan zwaarwichtige bedrijfs- of dienstbelangen die een dergelijk beding vereisen. Deze zwaarwichtige belangen moet u dan wel schriftelijk motiveren. Zonder overtuigende motivatie is het concurrentiebeding namelijk niet geldig. Wees alert op de gewijzigde regels voor het concurrentiebeding.

Tip:
U kunt nog wel gewoon een concurrentiebeding zonder nadere motivering opnemen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die is gesloten in 2014, maar pas ingaat in 2015.

naar boven

48. Anticiperen op de nieuwe aanzegplicht

Werkt u veel met tijdelijke arbeidscontracten van zes maanden of langer, dan moet u rekening houden met de nieuwe aanzegplicht. Door deze nieuwe verplichting moet u de werknemer op tijd – uiterlijk één maand voordat het arbeidscontract afloopt – schriftelijk op de hoogte stellen of u zijn tijdelijke contract al dan niet gaat verlengen en onder welke voorwaarden. Doet u dat niet, dan is de sanctie een all-in brutomaandsalaris, dan wel een pro rato deel als u te laat aanzegt.

Let op!
De aanzegverplichting geldt niet bij contracten waarbij de einddatum niet op een kalenderdatum is bepaald.

De aanzegtermijn gaat in voor tijdelijke arbeidscontracten van minimaal zes maanden die eindigen op of na 1 februari 2015. Dit betekent dat u voor contracten die eindigen op 1 februari 2015 al moet aanzeggen op 31 december 2014 of liefst nog eerder. U moet dus nu al anticiperen op de nieuwe aanzegplicht.

naar boven

49. Leg nu al transitiekosten vast

De huidige ontslagvergoeding maakt per 1 juli 2015 plaats voor de transitievergoeding. Kort gezegd heeft iedere werknemer die twee jaar of langer bij u heeft gewerkt en waarbij u het initiatief heeft genomen tot het beëindigen dan wel niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst, recht op deze vergoeding. De hoogte van de transitievergoeding hangt af van het aantal jaren dat de werknemer bij u in dienst is geweest en bedraagt maximaal € 75.000 bruto dan wel een jaarsalaris als uw werknemer meer dan € 75.000 bruto verdiende.

Tip:
De transitievergoeding geldt ook voor de tijdelijke werknemer die minstens twee jaar bij u heeft gewerkt en van wie het contract op uw initiatief niet wordt voortgezet. Inventariseer daarom alle tijdelijke contracten, zodat u goed in beeld heeft aan welke werknemers u straks eventueel een transitievergoeding verschuldigd bent. Gezien de transitievergoeding is het aangaan van tijdelijke contracten met een totale duur van minimaal twee jaar wellicht ongewenst.

Bepaalde kosten mag u straks van de transitievergoeding aftrekken. Het gaat om zogenoemde transitie- en inzetbaarheidskosten. Uw werknemer moet nog wel voordat transitie- of inzetbaarheidskosten worden gemaakt, schriftelijk instemmen met het in mindering brengen van dergelijke kosten op de transitievergoeding. Zorg ervoor dat u dit nu al regelt door dit bijvoorbeeld vast te leggen in een studieovereenkomst. Schriftelijke instemming is niet nodig als over de aftrekbaarheid van kosten afspraken zijn gemaakt met vakbonden of met de ondernemingsraad.

naar boven


6. Tips voor de automobilist

50. Investeer nog dit jaar in een milieuvriendelijke auto

Vanaf 2015 zouden de autobelastingen ingrijpend worden gewijzigd. Het kabinet heeft echter de Autobrief waarin de maatregelen zouden worden aangekondigd, uitgesteld tot medio 2015. Inmiddels zijn al wel veranderingen voor 2016 aangekondigd. Bijtellingsgrenzen worden aangescherpt en bijtellingscategorieën wijzigen. De bijtellingscategorie van 7% wordt afschaft.

Hoe milieuvriendelijker, hoe lager de bijtelling. Hoeveel de bijtelling precies is, hangt af van de CO2-uitstoot van de auto, de brandstof en het moment waarop voor het eerst een kenteken is afgegeven voor de auto. Elk jaar worden de normen strenger. Hoeveel bijtelling u moet betalen, hangt af van de periode wanneer voor het eerst een kenteken is afgegeven:

  • vóór 1 juli 2012
  • na 30 juni 2012 en voor 1 januari 2013
  • in 2013
  • in 2014
  • in 2015
  • in 2016

Overweegt u de aanschaf van een nieuwe zakelijke auto en wilt u in 2015 fiscaal voordelig rijden, dan loont het de moeite om nog dit jaar uit te kijken naar een model dat voldoet aan de CO2-normen voor de bijtelling van 4, 7, 14 of 20%. In 2015 zijn de bijtellingsgrenzen voor auto’s op diesel gelijk aan die van andere auto’s.

Tabel percentage bijtelling 2014 en 2015 voor auto’s

Categorie CO2-uitstoot in gram per kilometer
  2014 2014 2015
  Diesel Niet-diesel  
4% bijtelling 0 gram 0 gram 0 gram
7% bijtelling Niet meer dan 50 gram Niet meer dan 50 gram Niet meer dan 50 gram
14% bijtelling Meer dan 50 gram,
maar niet meer dan 85 gram
Meer dan 50 gram,
maar niet meer dan 88 gram
Meer dan 50 gram,
maar niet meer dan 82 gram
20% bijtelling Meer dan 85 gram,
maar niet meer dan 111 gram
Meer dan 88 gram,
maar niet meer dan 117 gram
Meer dan 82 gram,
maar niet meer dan 110 gram
25% bijtelling Meer dan 111 gram Meer dan 117 gram Meer dan 110 gram

Bijtellingscategorieën voor 2016

  • 4% bijtelling: volledig elektrische auto’s (nulemissie auto’s)
  • 15% bijtelling: auto’s met een CO2-uitstoot tussen 1-50 gr/km
  • 21% bijtelling: auto’s met een CO2-uitstoot tussen 51-106 gr/km
  • 25% bijtelling: auto’s met een CO2-uitstoot meer dan 106 gr/km

Let op!
De lage bijtelling gaat in op het moment dat het kenteken van de auto voor het eerst op naam wordt gesteld. Wees dus op tijd met uw beslissing om een zuinige auto aan te schaffen in verband met levertijden van nieuwe auto’s.

De aangeschafte auto blijft het bijtellingspercentage bij aanschaf houden voor een periode van zestig maanden. Aan het eind van die periode wordt bekeken of de auto tegen de dan geldende CO2-grenzen opnieuw voor een verlaagd bijtellingspercentage in aanmerking komt.

Als ondernemer in de inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting kunt u een extra voordeel behalen als u een zakelijke (semi) elektrische auto aanschaft. Een dergelijke auto komt namelijk in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek.

Motorrijtuigenbelasting
Voor (semi)elektrische auto’s met een CO2-uitstoot van niet meer dan 50 gr/km geldt in 2015 een vrijstelling (nihiltarief). In 2016 geldt voor elektrische auto’s (nulemissie-auto’s: CO2-uitstoot van 0 gr/km) een hele en voor semi-elektrische auto’s (CO2-uitstoot niet hoger dan 50 gr/km) een halve vrijstelling in de motorrijtuigenbelasting.

Bpm
In de bpm vervalt in 2015 het onderscheid tussen dieselauto’s en niet-dieselauto’s. De dieseltoeslag blijft wel bestaan. In 2015 is de bpm-vrijstelling er alleen voor elektrische auto’s (0 gram CO2-uitstoot). In 2016 worden de drie hoogste schijven (106-155 gr/km; 156-174 gr/km en meer dan 174 gr/km) verhoogd.

Let op!
Volgend jaar stijgt een aantal brandstoffen opnieuw in prijs door inflatiecorrectie van de accijnzen.

naar boven

51. Voorkom bijtelling met rittenregistratie

Heeft u liever geen bijtelling voor de auto van de zaak? Dat kan, maar dan mag u op jaarbasis niet meer dan 500 km privé rijden. U kunt dit aantonen met bijvoorbeeld een rittenregistratie. In de rittenregistratie moet u niet alleen een aantal basisgegevens vermelden, maar ook de gegevens per rit. Gebruik het model dat de Belastingdienst voorschrijft om ervan verzekerd te zijn dat u de juiste gegevens registreert.

Let op!
Voldoet uw rittenregistratie niet, dan krijgt u alsnog te maken met de bijtelling, tenzij u op een andere manier kunt aantonen dat u op jaarbasis niet meer dan 500 km privé heeft gereden. De Belastingdienst legt dan een naheffingsaanslag op. Daarnaast kan de Belastingdienst ook een boete opleggen van € 4.920.

Voor de bestelauto van de onderneming die u uitsluitend zakelijk gebruikt, kunt u bij de Belastingdienst een ‘verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ indienen. U hoeft dan geen rittenregistratie bij te houden. Dat kan echter alleen als er met de bestelauto ook echt 0 km privé wordt gereden. De verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto kunt u ook namens uw werknemer indienen die met de bestelauto van de zaak niet privé rijdt.

naar boven

52. De klassieker in de stalling

Oldtimers vanaf 40 jaar en ouder zijn vanaf 2014 vrijgesteld voor de motorrijtuigenbelasting (mrb).

Een jongere klassieke benzineauto vanaf 26 jaar en niet ouder dan 40 jaar valt in het kwarttarief in de mrb (maximaal € 120 per kalenderjaar), als u met de auto in de maanden december tot en met februari geen gebruikmaakt van de openbare weg.

Let op!
Voor de jonge klassieke auto op diesel of gas bent u vanaf 1 januari 2014 het volle mrb-tarief verschuldigd.

naar boven

53. Auto’s met dubbele cabine zwaarder dan 3500 kilogram

Auto’s met een dubbele cabine en een toegestaan maximumgewicht van meer dan 3500 kg, worden vanaf 1 januari 2016 voor de bpm en de motorrijtuigenbelasting aangemerkt als een personenauto als het zitgedeelte langer is dan de laadruimte. Ook voor de bijtelling voor de auto van de zaak worden deze auto’s vanaf die datum als personenauto’s aangemerkt. Het gaat om voertuigen als de Hummer, de Ford F250/F350/F450/F650, de Dodge Ram 2500/3500, de GMC High Sierra/Yukon en de Chevrolet Crew Cab/Silverado 2500.

Let op!
Overweegt u een auto met een dubbele cabine en een laadruimte aan te schaffen waarvoor nu nog een grijs kenteken wordt uitgegeven? Informeer dan bij de dealer of deze auto vanaf 1 januari 2016 ook nog een grijs kenteken behoudt.

naar boven


7. Tips voor de woningeigenaar

54. Maak gebruik van de tijdelijke verruiming van de woningschenking

In tip 7 ‘Geef uw (klein)kind een financieel steuntje in de rug’ las u al over de eenmalig verhoogde vrijstelling voor de woningschenking aan uw kinderen in de leeftijd 18 tot 40 jaar of hun partners van die leeftijd. In 2014 geldt deze vrijstelling voor iedereen aan wie u wilt schenken, ongeacht hun leeftijd. Bovendien is de vrijstelling verhoogd tot € 100.000. Kinderen die eerder een woningschenking hebben ontvangen met toepassing van de verhoogde schenkingsvrijstelling (2014: € 52.281) moeten de eerder ontvangen vrijgestelde bedragen op de maximale vrijstelling van € 100.000 in aftrek brengen.

Het ontvangen bedrag moet worden gebruikt voor de eigen woning of voor de aflossing van een hypotheekschuld. De schenking mag ook worden gebruikt voor de aflossing van een restschuld na verkoop van de eigen woning. Dit is een structurele verruiming: ook na 2014, als de oude voorwaarden voor de eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling weer herleven, mag een schenking worden gebruikt voor aflossing van een restschuld ontstaan op of na 29 oktober 2012.

Let op!
De eenmalig verhoogde vrijstelling tot € 100.000 moet vóór 1 januari 2015 aan de aankoop van een woning worden besteed of vóór 1 januari 2015 zijn gebruikt voor aflossing op een (rest)eigenwoningschuld. Voor een woning in aanbouw geldt enige coulance. In dat geval mag u ook volgend jaar nog gebruikmaken van de tijdelijke verruiming van de schenkingsvrijstelling, mits u in 2014 een deel van het geschonken bedrag heeft besteed aan minimaal de eerste termijn van het aankoopbedrag voor de nieuwbouwwoning. Het nog niet gebruikte schenkingsbedrag moet u dan besteden aan de eerstvolgende bouwtermijn(en) in 2015.

Ook is het mogelijk om in 2014 nog maximaal € 100.000 vrijgesteld te schenken, als het bedrag in de periode 2014, 2015, 2016 wordt besteed aan onderhoud of verbetering van een woning die al in 2014 in bezit is van de begunstigde.

Tip:
Maak nog gebruik van de in 2014 eenmalig verhoogde vrijstelling voor de woningschenking van maximaal € 100.000. Heeft u een woningschenking ontvangen in 2014? Dien dan uiterlijk in februari 2015 een aangifte schenkbelasting in. Doet u dat niet, dan moet u alsnog schenkbelasting betalen over het ontvangen bedrag.

naar boven

55. Rente op restschuld langer aftrekbaar

Verkoopt u uw woning en blijft u met een restschuld zitten, dan komt de overheid u tegemoet. De rente die u betaalt op een restschuld die is ontstaan tussen 29 oktober 2012 en 31 december 2017, kunt u onder voorwaarden nog in aftrek blijven brengen. De maximale periode voor aftrek van rente op restschulden wordt per 2015 zelfs verlengd van tien naar vijftien jaar.

Tip:
Ontvangt u een schenking voor de eigen woning, dan mag u dit bedrag ook gebruiken om de restschuld mee af te lossen.

naar boven

56. Dubbele woonlasten? De overheid verzacht uw pijn

Voor woningeigenaren is het hebben van dubbele woonlasten financieel erg nadelig. Gelukkig is er verzachting in de vorm van dubbele hypotheekrenteaftrek bij verhuizing (verhuisregeling). De termijn voor de dubbele hypotheekrenteaftrek wordt in 2015 permanent verlengd tot drie jaar (deze zou teruggaan naar twee jaar). Staat uw voormalige, leegstaande woning te koop of bent u nog niet verhuisd maar heeft u al wel een nieuwe woning aangeschaft, dan heeft u gedurende maximaal drie jaar renteaftrek voor beide woningen.

Ook voor woningeigenaren die tijdelijk hun te koop staande woning verhuren is er goed nieuws. De tijdelijke regeling ‘herleving van de hypotheekrenteaftrek na verhuur’ wordt permanent. Staat uw voormalige eigen woning na de verhuur weer leeg, dan heeft u wederom recht op hypotheekrenteaftrek tot het einde van de driejaarstermijn van de verhuisregeling.

Let op!
Eindigt de verhuurperiode van uw woning na de driejaarstermijn, dan gaat uw woning bij aanvang van de verhuurperiode al over naar box 3. Is op dat moment sprake van overwaarde in de woning, dan heeft dit ook op dat moment gevolgen voor de hypotheekrenteaftrek van uw nieuwe woning.

naar boven

57. Los een kleine hypotheek af

Heeft u nog maar een lage hypotheekschuld, dan kan het verstandig zijn om de hypotheek af te lossen. Dit is vaak het geval als de aftrekbare hypotheekrente minder is dan het eigenwoningforfait dat u moet betalen en u veel vermogen in box 3 heeft. Een en ander is echter ook afhankelijk van het rendement dat u behaalt op box 3-vermogen en de mogelijkheid om een bestaande hypotheek boetevrij af te lossen. Wilt u weten of aflossen voor u de beste optie is, neem dan contact met ons op.

Let op!
Het eigenwoningforfait voor woningen met een eigenwoningwaarde tussen de € 75.000 en € 1.040.000 gaat volgend jaar omhoog van 0,70% naar 0,75%.

naar boven

58. Meld uw woninglening bij de Belastingdienst

Heeft u op of na 1 januari 2013 een eigenwoninglening niet bij een bank of een andere financiële instelling afgesloten, maar bijvoorbeeld bij een familielid of bij de bv van uw ouder, dan moet u zowel bij het afsluiten van de lening als bij tussentijdse wijzigingen gegevens over deze lening doorgeven aan de Belastingdienst. Doet u dit niet (tijdig), dan heeft u geen recht op hypotheekrenteaftrek voor deze lening. Zie voor meer informatie tip 36 ‘Informatieplicht bij lening voor de eigen woning’.

Let op!
Bent u te laat met uw melding of is deze onjuist of onvolledig, dan heeft dit flinke nadelige gevolgen voor u. U heeft dan namelijk geen recht op hypotheekrenteaftrek. Dit kan tijdelijk zijn. Herleving van hypotheekrenteaftrek is mogelijk, maar ook dat luistert nauw. U loopt in ieder geval minimaal één jaar hypotheekrenteaftrek mis.

naar boven

59. Stel verbouwplannen niet langer uit

Heeft u verbouwplannen wacht dan niet langer. U kunt namelijk nu nog profiteren van het lage btw-tarief van 6% dat tijdelijk geldt op arbeidskosten bij verbouwing of renovatie van een bestaande woning (ouder dan twee jaar). Dit tijdelijk lage btw-tarief loopt nog tot 1 juli 2015. Daarna betaalt u weer 21% btw op de arbeidskosten.

Zorg er wel voor dat de verbouwing of renovatie van uw woning is afgerond vóór 1 juli 2015. Ontvangt u van de aannemer deelfacturen en is de dienst pas klaar na die datum, dan bent u namelijk 21% btw verschuldigd over de hele verbouwing of renovatie aan uw woning.

Let op!
Het lage btw-tarief van 6% geldt alleen op arbeidskosten en niet voor de materiaalkosten.

naar boven

60. Betaal hypotheekrente t/m juni 2015 vooruit in 2014

U kunt de hypotheekrente over het eerste halfjaar van 2015 vooruitbetalen in 2014 en in 2014 in aftrek brengen. Dat kan een belastingvoordeel opleveren als uw inkomen in 2014 hoger is dan in 2015. Als uw inkomen tegen het hoogste tarief wordt belast, profiteert u bovendien van een lagere beperking van de hypotheekrenteaftrek. De hypotheekrenteaftrek in de hoogste tariefschijf wordt namelijk jaarlijks met een half procent beperkt. In 2014 is uw belastingvoordeel dan 51,5%, een half procentje meer dan het belastingvoordeel in 2015.

naar boven

61. Zonnepanelen aangeschaft? Geef btw-privégebruik op en verzoek om ontheffing administratieve verplichtingen

Heeft u in 2014 zonnepanelen aangeschaft en daarvoor de btw teruggevraagd? Dien dan tijdig de btw-aangiften in. Voor het privégebruik van de opgewekte elektriciteit moet u een btw-correctie opgeven volgens de tabellen die de Belastingdienst daarvoor gebruikt.

Voldoet u aan de voorwaarden van de Kleine ondernemersregeling (KOR)? Dan kunt u de Belastingdienst verzoeken om vanaf 1 januari 2015 te zijn vrijgesteld van administratieve verplichtingen. U hoeft dan geen btw-aangiften meer in te dienen over tijdvakken vanaf die datum.

Let op!
Bent u ondernemer of zzp’er en heeft u zonnepanelen aangeschaft? Dan is al uw aan te geven btw van belang voor de toepassing van de KOR. Moet u per saldo meer afdragen dan € 1.883, dan kunt u niet worden ontheven van administratieve verplichtingen en blijft u ook voor de zonnepanelen verplicht om btw-aangiften in te dienen.

Tip:
Dien tijdig btw-aangiften in en geef het privégebruik aan in de btw-aangifte volgens de tabellen van de Belastingdienst. Verzoek dit jaar nog om ontheffing van administratieve verplichtingen, om vanaf 1 januari 2015 geen btw-aangiften meer te hoeven indienen.

naar boven

62. Einde verruimde doorverkooptermijn in de overdrachtsbelasting

De tijdelijk verruimde termijn van 36 maanden in de overdrachtsbelasting bij doorverkoop van een woning of pand loopt ten einde. Vanaf 1 januari 2015 geldt weer een termijn van zes maanden waarbinnen een opvolgende koper een vermindering van overdrachtsbelasting kan krijgen.

Heeft u een woning of bedrijfspand op of na 1 september 2012 gekocht en verkoopt u deze weer binnen de nu nog geldende 36 maandentermijn, wijs de koper er dan op dat hij alleen over de meerwaarde overdrachtsbelasting is verschuldigd. Mogelijk raakt u hiermee de woning of het bedrijfspand sneller kwijt.

Bent u van plan om in de laatste maanden van 2014 nog een nieuwe woning of een nieuw bedrijfspand te kopen, kijk dan goed naar de datum van de vorige levering. Wellicht kunt u profiteren van de vermindering en bent u alleen overdrachtsbelasting verschuldigd over de meerwaarde.

naar boven

Bij de samenstelling van de teksten is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd. Onze organisatie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.