Nieuws & Tips voor het MKB

HomeOverzicht Nieuws & Tips voor het MKB (Page 180)

De overheid maakt het voor particulieren aantrekkelijk om geld te lenen aan startende ondernemers. In de volksmond is dit bekend als de Tante Agaathlening. Mits u aan de voorwaarden voldoet, biedt een dergelijke geldverstrekking u een aantal fiscale voordelen.

De eerste is de vrijstelling in box 3 voor het bedrag van het durfkapitaal. Dit bedrag is in 2007 vastgesteld op maximaal € 53.421,= per belastingplichtige (lees: persoon). Uw fiscale partner mag hetzelfde bedrag op verzoek aan u overdragen. De vrijstelling wordt zo verdubbeld. Daarnaast hebt u recht op een extra heffingskorting van 1,3 % voor directe beleggingen in durfkapitaal. ‘Direct’ wil in dit geval zeggen dat u zelf het geld uitleent aan de startende onderneming, dus niet via een bank of participatiemaatschappij.

Ten slotte mag u bij calamiteiten (bijvoorbeeld het faillissement van de startende ondernemer) het (gedeeltelijke) verlies op de financiering als persoonlijke verplichting in box 1 aftrekken tot een maximum van € 46.984,= per beginnende ondernemer. Dat betekent grofweg dat de winsten onbelast dan wel belast zijn tegen het (lage) tarief van box 3 en de verliezen aftrekbaar zijn tegen het progressieve (en vaak hogere) tarief. Aangezien de vrijstelling per persoon geldt, is het voor fiscale partners in voorkomende gevallen aantrekkelijker om beiden de lening te verstrekken, in plaats van het eigen aandeel over te dragen.

Uiteraard moet u voldoen aan een aantal voorwaarden. U moet bijvoorbeeld het geld uitlenen aan een ondernemer/onderneming (ook de BV valt eronder) die in beginsel korter bestaat dan 7 jaar (in bijzondere gevallen 14 jaar). De lening moet daarnaast zijn achtergesteld bij andere schuldeisers en worden geregistreerd bij de belastingdienst. Ook mag u geen hoger rentepercentage bedingen dan de wettelijke rente. Tenslotte moet de lening worden gebruikt voor de financiering van verplicht ondernemingsvermogen en mag u geen geleend geld inzetten voor een dergelijke geldverstrekking.

Tip
Leen dit jaar aan een startende ondernemer en profiteer optimaal van de fiscalevrijstellingen en kortingen. Voor dit advies kunt u bij ons terecht.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

De scholing van uw werknemers komt niet alleen de efficiëntie en kennis van uw bedrijf ten goede, ook is er voor de werkgever een aanzienlijk fiscaal voordeel

Sinds 2006 is bij een tweetal regelingen een (groter) fiscaal voordeel te behalen. De eerste regeling heeft betrekking op de werkgevers die voormalig werkloze werknemers opleiden tot deze een zogenaamde startkwalificatie hebben. Daar is een aantal voorwaarden aan verbonden. Het loon van de werknemer mag bijvoorbeeld niet hoger zijn dan het toetsloon in een bepaald loontijdvak. Daarnaast moet u een verklaring van het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) hebben dat de werknemer vóór indiensttreding als werkloze te boek stond. Als u aan deze voorwaarden voldoet hoeft u minder loonheffing af te dragen. Door het besluit wordt de afdrachtvermindering per kalenderjaar verhoogd van € 1.500,= naar € 3.000,=.

De tweede regeling is nieuw. U kunt ‘vermindering afdracht loonbelasting en premie volksverzekeringen’ ontvangen voor het aanbieden van stages binnen de beroepsopleidende leerweg op MBO 1- of 2- niveau. De afdrachtvermindering bedraagt € 1.200,= per kalenderjaar. Het recht bestaat voor leerlingen die gedurende tenminste 2 maanden een stage volgen in het kader van een beroepsopleiding.

Als deze leerlingen of werknemers bij u in dienst zijn dan kunt u recht hebben op deze (verhoogde) kortingen. Wanneer de opgestuurde aangifte loonbelasting door de afdrachtvermindering negatief blijkt te worden, dan kan de teruggave worden verkregen door een zogenaamde correctie. Dit wordt ook het correctiebericht genoemd. Controleer dit nauwkeurig.

Tip
Controleer of u ook recht heeft op deze verhoogde afdrachtverminderingen!

  • Gepubliceerd op
Lees verder

De WOZ-waarde van bedrijfsruimtes waarin machines staan, geven vaak aanleiding tot discussies. Horen deze wel of niet tot de onroerende zaak waarover belasting is verschuldigd? Hot Amsterdam heeft met 3 criteria aangegeven wat zij onder onroerende machines verstaat en daarmee de belastbaarheid concreet gemaakt.

Er zijn 3 elementen van belang om voor vrijstelling in aanmerking te komen, aldus de rechter. Ten eerste moet de machine zonder beschadiging uit de ruimte kunnen worden gehaald. Daarnaast moet zij ook nog kunnen functioneren, nadat zij is verwijderd. Tenslotte moet de ruimte waarin de machine stond haar waarde behouden.

Beschadiging
Wat betreft dit criterium vindt het Hof dat enige beschadiging niet van invloed is voor de werktuigenvrijstelling. Het moet dan gaan om beschadiging van een relatief geringe betekenis.

Functionaliteit
Over de demontage en het behoud van functionaliteit merkte zij op dat montage op zichzelf niet van doorslaggevend belang is. Het gaat er alleen om of het werktuig zijn functionaliteit behoudt. Als voorbeeld moet u denken aan het doorslijpen van pijpleidingen bij de demontage en het vervolgens lassen bij het gebruik elders. Bij hergebruik kan worden bepaald of zij met behoud van hun functie kunnen worden verwijderd, oftewel is er sprake van (on)belastbaarheid.

Waarde
Het Hof is duidelijk over het behoud van warde in bedrijfseconomische zin na verwijdering. De technische staat van het werktuig na verwijdering is van belang en niet de bedrijfseconomische waarde na verwijdering. Dit lijkt ook logisch. De werktuigenvrijstelling mag immers niet afhankelijk zijn van de (fluctuerende) markt voor gebruikte werktuigen.

Tip
Wanneer u voor uw machines in uw onderneming wordt belast voor de WOZ, ga dan aan de hand van de hiervoor genoemde criteria na of u de werktuigenvrijstelling mag toepassen.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

U kunt voor een periode van 3 maanden een proefplaatsing van een arbeidsongeschikte of werkloze aanvragen, waarbij het UWV de uitkering van de werknemer blijft doorbetalen. Wat zijn de voordelen en voorwaarden?

Het is mogelijk om nagenoeg kosteloos iemand voor 3 maanden op proef aan te nemen. Het moet gaan om iemand met een WIA-, WAO-, WAZ-, Wajong- of ZW-uitkering of een WW-uitkering die al langer dan 6 maanden wordt uitgekeerd. het UWV blijft dan de uitkering van de werknemer voor deze periode doorbetalen.

Op deze manier kunt u indien u twijfelt om iemand wel of niet aan te nemen, iemand 3 maanden op proef laten komen. In deze periode betaalt u geen loon uit. U moet de werknemer wel verzekeren voor ongevallen en aansprakelijkheid. Bent u na de proeftijd tevreden en komt de werknemer in kwestie in vaste dienst, dan hoeft u minder sociale premies te betalen voor deze werknemer. U kunt ook nog in aanmerking komen voor een vergoeding voor eventuele extra kosten die samenhangen met aanpassingen op de werkvloer. Hierbij moet u denken aan aangepaste machines of een aangepast toilet.
Wordt uw werknemer binnen 5 jaar ziek, dan zal het UWV u een groot deel van de ziektekosten vergoeden. Het grootste voordeel is echter dat u met deze regeling in contact kunt komen met zeer gemotiveerde werknemers, die waardevol kunnen zijn voor uw onderneming.

Wilt u gebruik maken van de proefplaatsing voor 3 maanden, dan moet u voldoen aan de volgende voorwaarden:
– U ondertekent de intentie om de werknemer een dienstverband van minimaal 6 maanden aan te bieden als de proef slaagt,
– Het werken zonder loon duurt maximaal 4 maanden,
– Indien de werknemer een WW-uitkering ontvangt, dan moet hij/zij al 6 maanden werkloos zijn.

U kunt de proefplaatsing aanvragen door samen met de werknemer het formulier “Melding UWV proeftijd” in te vullen.

TIP
Overweeg of een plaatsing van een arbeidsongeschikte en/of werkloze voor u aantrekkelijk kan zijn.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Per 1 januari is de afdracht loonheffing voor de fiets van de zaak afgeschaft. u mag nu aan uw werknemers eens per 3 jaar geheel onbelast een fiets van de zaak vergoeden of verstrekken tot een bedrag van € 749,=.

De afschaffing scheelt u € 68,= loonbelasting, maar vooral een hoop administratieve lasten.

Bijkomende kosten aan de fiets mag u vergoeden tot een bedrag van € 82,= per kalenderjaar, zonder dat u daarvoor nader bewijs hoeft te leveren. In de oude regeling was dit nog € 250,= verspreid over 3 jaren. Onder de bijkomende kosten vallen bijvoorbeeld een regenpak en een fietstas. Een fietsverzekering mag u overigens altijd onbelast vergoeden of verstrekken. Voorwaarde is en blijft wel dat uw werknemer op meer dan de helft van het aantal werkdagen van de fiets gebruik maakt voor het woon-werkverkeer.

TIP
Het belastingvrij verstrekken dan wel het vergoeden van een zakelijke fiets is administratief eenvoudiger en voordeliger geworden. Overweeg of de nieuwe regeling ook voor u aantrekkelijk kan zijn.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Met ingang van 1 juli jl. zijn er wijzigingen doorgevoerd in de arbowet met als doel bedrijven meer keuze te geven wat betreft ondersteuning bij aanpak van arbeidsomstandigheden en verzuim.
De belangrijkste wijzigingen zijn:

• Alternatief mogelijk voor arbodienst
• Invoering verplichte preventiemedewerker
• Onder 10 medewerkers is een deskundige toets op de verplichte risico inventarisatie en -evaluatie vaak niet nodig.

Met ingang van 1 juli jl. bent u verplicht een preventiemedewerker aan te wijzen. De preventiemedewerker is een eigen werknemer die de werkgever helpt bij de dagelijkse veiligheid en gezondheid en arbeidsomstandigheden binnen het bedrijf. De preventiemedewerker houdt zich bezig met de veiligheid en gezondheid. Hij moet dus kennis hebben van de specifieke arbo-risico’s binnen de onderneming. De preventiemedewerker hoeft geen algemene cursus te volgen, als hij maar over specifieke kennis van de arborisico’s beschikt die voor de onderneming relevant is. Heeft u niet meer dan 15 werknemers, dan kunt u deze taak zelf op u nemen.
Zoals u weet bent u reeds een aantal jaren als werkgever verplicht een risico inventarisatie en -evaluatie uit (te laten) voeren. Tot nu toe moest deze laten toetsen door een gecertificeerde arbodienst. Heeft u niet meer dan 10 werknemers dan is deze verplichte (dure) toetsing vervallen. Indien gewenst kunnen wij u in een adviesgesprek nader informeren over alle wijzigingen en uw specifieke situatie.
Voor algemene informatie over de wijzigingen verwijzen wij u naar www.szw.nl

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Op 1 januari 2006 gaat de nieuwe zorgverzekering in.
De zorgverzekeringswet regelt dat noodzakelijke zorg voor iedereen toegankelijk is. De zorgverzekering kent een wettelijk vastgelegd basispakket. Zorgverzekeraars zijn verplicht iedereen te accepteren voor deze basisverzekering. Uiteraard krijgt u de mogelijkheid zich bij te verzekeren.
Er komt een zorgtoeslag als tegemoetkoming in de kosten van de premie. Deze zorgtoeslag is inkomensafhankelijk. Als u, op basis van gegevens van de belastingdienst, in aanmerking komt voor de zorgtoeslag dan zenden zij u een aanvraagformulier toe. Ontvangt u geen formulier, maar bent u van mening wel voor de zorgtoeslag in aanmerking te komen dan is het zaak een formulier aan te vragen.
De premie bestaat uit een nominaal deel (momenteel geschat op € 1.100,- per jaar) en een inkomensafhankelijk deel. Over uw inkomen tot maximaal € 30.000,- wordt door uw werkgever 6,25% bijgedragen. Bent u zelfstandig werkzaam dan ontvangt u een aanslag van de belastingdienst voor de inkomensafhankelijke bijdrage.
Maakt u geen of nauwelijks zorgkosten dan kunt u tot maximaal € 225,- terugkrijgen van uw verzekeraar.
Voor meer informatie verwijzen wij u naar www.denieuwezorgverzekering.nl

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Vanaf 1 januari 2006 is de gecombineerde loonaangifte een feit. Werkgevers kunnen dan bij één loket aangifte doen voor de loonheffing en premies werknemersverzekeringen. Hiervoor is door de belastingdienst en het UWV een werkgeversadministratie ingericht waarin de aansluitnummers en de loonbelastingnummers van elke werkgever zijn geregistreerd. De belastingdienst heeft inmiddels overzichten verzonden met de bij haar bekende gegevens. Uiteraard is het van belang deze gegevens te controleren.
U bent verplicht de loonaangifte elektronisch in te dienen. Momenteel wordt de elektronische aangifte van de gecombineerde loonaangifte door de belastingdienst samen met softwareontwikkelaars getest.
De bij de belastingdienst in te dienen loonaangifte bestaat uit totalen per werkgever en gegevens per werknemer. De belastingdienst draagt zorg voor doorzending van de gegevens per werknemer aan het UWV voor opname in de polisadministratie. Nieuwe werknemers meldt u dan ook vanaf 2006 bij de belastingdienst en niet langer meer bij het UWV.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

In de loop van 2006 zal de eerstedagsmelding ingevoerd gaan worden. De hoofdregel is dat de werkgever een nieuwe werknemer uiterlijk 1 dag voorafgaand aan de dag waarop de werkzaamheden aanvangen moet aanmelden bij de belastingdienst. Niet nakomen van deze verplichting kan leiden tot een naheffingsaanslag en boete.
Voor situaties waarbij de dienstbetrekking en de aanvang van de werkzaamheden samenvallen is een uitzondering op de hoofdregel van toepassing. De eerstedagsmelding moet dan op dezelfde dag maar vóór aanvang van de werkzaamheden worden gedaan.
De werkgever zal aannemelijk moeten maken dat de uitzondering onvermijdelijk was. Worden tijdens een controle van de Belastingdienst op de werkplek werknemers aangetroffen waarvoor geen eerstedagsmelding is gedaan dan kan de Belastingdienst een naheffingsaanslag en/ of boete opleggen. De werkgever zal in dit geval aannemelijk moeten maken dat de werknemer pas op de dag van de controle is begonnen met de werkzaamheden, of dat er geen sprake is van een dienstbetrekking.
De wijze waarop de eerstedagsmelding vorm zal krijgen wordt nog nader uitgewerkt. Er is al voorgesteld dat de Belastingdienst een internetsite ter beschikking stelt waarop de werkgever een beperkt aantal gegevens kan invoeren.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Met ingang van 1 januari 2006 wordt het privé-gebruik van de auto van de zaak niet langer in de aangifte inkomstenbelasting aangegeven. Vanaf deze datum zal de auto van de zaak in de loonbelasting worden aangegeven. Dit betekent niet alleen een administratieve lastenverzwaring voor u als werkgever. U wordt namelijk verantwoordelijkheid voor het juist en volledig aangeven van de bijtelling voor privé-gebruik. Zoals bekend bedraagt de bijtelling momenteel 22% van de cataloguswaarde. Een eventuele bijdrage mag, onder voorwaarden, op de bijtelling in mindering gebracht worden. Kan door middel van een sluitende kilometeradministratie aangetoond worden dat minder dan 500 kilometer privé is gereden, dan kan de bijtelling achterwege blijven.
Gebeurt de aangifte niet juist dan zal in het vervolg de werknemer niet langer in verzuim zijn , maar de werkgever. Aan hem kan dan een naheffingsaanslag en/ of boete voor de loonbelasting worden opgelegd.
Uiteraard wilt u voorkomen dat er achteraf onduidelijkheden en of discussies ontstaan over de bijtelling. Wij raden u dan ook aan reeds nu diverse zaken te inventariseren, beleid te ontwikkelen naar uw werknemers en gemaakte afspraken schriftelijk vast te leggen.
Uiteraard kunnen wij u hierbij van dienst zijn.

  • Gepubliceerd op
Lees verder