Nieuws & Tips voor het MKB

HomeOverzicht Nieuws & Tips voor het MKB (Page 181)

Steeds meer succesvolle fiscale regelingen worden door Financiën afgeschaft. Een interessante regeling die (nu) nog bestaat is de fiets van de zaak.
Op grond van deze regeling kan een werkgever onder voorwaarden een voor het woon-werkverkeer te gebruiken fiets vergoeden, in eigendom verstrekken of ter beschikking stellen.
De belangrijkste voorwaarde is dat de werknemer op meer dan de helft van het aantal dagen dat hij pleegt te reizen in het kader van het woon-werkverkeer gebruik maakt van de fiets. De maximale onbelaste vergoeding bedraagt € 681,-. Wordt de fiets ter beschikking gesteld dan hoeft tot een maximale catalogusprijs van € 749,- geen bijtelling bij het loon plaats te vinden. Met de fiets samenhangende zaken die direct dienstbaar zijn aan het woon-werkverkeer, zoals regenkleding, onderhoud en sloten kunnen tot maximaal € 250,- per 3 jaar vergoed worden.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Stoppen met roken valt niet mee, maar is wel een issue sinds invoering van het recht op een rookvrije werkplek in dit jaar. De staatssecretaris van Financiën onderkent dit probleem blijkbaar ook en heeft onlangs een besluit gepulbiceerd dat werknemer en werkgever kan helpen. Op grond van dit besluit kan een cursus stoppen met roken belastingvrij worden vergoed of verstrekt door de werkgever. Voorwaarde is dat de cursus feitelijk deel uitmaakt van een arboplan. Maatregelen die een werkgever neemt om handhaving van een rookverbod op de werkplek te vergemakkelijken kunnen naar het oordeel van de staatssecretaris gezien worden in het kader van de vereiste zorg van de werkgever voor de arbeidsomstandigheden. Voor werkgevers die soortgelijke maatregelen hebben getroffen zonder dat deze feitelijk deel uitmaken van een arboplan wordt goedgekeurd dat het opnemen in een arboplan van deze maatregelen terugwerkende kracht krijgt tot 1 januari 2004 indien dit gebeurt voor 1 januari 2005.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Onlangs is het wetsvoorstel Wet kinderopvang door de tweede kamer aangenomen. Dit wetsvoorstel regelt de kwaliteit en de financiering van de kinderopvang. Uitgangspunt van de nieuwe wet is dat de kinderopvang een zaak is van ouders, overheid en werkgevers. In beginsel draagt iedere partij 1/3 deel van de kosten. Het gaat hierbij om kosten van bij de gemeente geregistreerde instanties. Er is geen verplichting van de werkgever om bij te dragen. Wel wordt veronderstelt dat werkgevers en ouders afspraken met elkaar maken. Vaak is dit middels een CAO geregeld. Standaard kan een werkgever 1/6 van de kosten belastingvrij vergoeden. Betaalt de werkgever van de partner van de werknemer niets of minder dan kan de werkgever tot 1/3 belastingvrij vergoeden. Uiteraard zal dan aangetoond moeten worden dat de andere werkgever niet of minder bijdraagt.
De bijdrage van de overheid kan uit 2 bestanddelen bestaan: de reguliere bijdrage en de compensatieregeling. De laatste regeling komt in beeld wanneer de werkgevers niet of minder dan 1/3 bijdragen. Daarnaast geldt deze regeling voor zelfstandige ondernemers. Recht op vergoeding van de overheid bestaat in beginsel alleen indien beide ouders werken. De overheidsbjidrage is afhankelijk van het inkomen, het aantal uren opvang, het uurtarief van de opvang, het aantal kinderen en de soort opvang.
Let op: de aanvraag voor de overheidsbijdrage over 2005 dient uiterlijk 30 november 2004 ingediend te zijn bij de belastingdienst. Aanvraagformulieren zullen vanaf 15 september beschikbaar komen.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Zoals u weet is de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ) dit jaar afgeschaft. U heeft al gemerkt dat u dit jaar geen premie meer hoefde te betalen. Middels de WAZ waren zelfstandigen verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. De maximale uitkering op grond van de WAZ bedraagt 70% van het minimumloon.
Uw arbeidsongeschiktheidsverzekering hield tot voor kort rekening met het reeds via de WAZ verzekerde bedrag. Een zelfstandige die na het afschaffen van de WAZ niets regelt en arbeidsongeschikt wordt heeft alleen nog recht op een bijstandsuitkering. Het is dan ook van belang uw arbeidsongeschiktheidsverzekering uit te breiden voor het ontstane inkomensgat. Voor zelfstandigen die zich binnen drie maanden na afschaffing van de WAZ melden, maar die worden geweigerd voor een gewone particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt er door de overheid in overleg met de verzekeraars een alternatieve verzekering geboden. Indien gewenst kunnen wij u hier nader over informeren.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Vanaf 1 januari 2005 zijn ondernemers verplicht om elektronische aangifte te doen voor de omzetbelasting, de opgaaf intracommunautaire leveringen, de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. De loonbelasting volgt in 2006 als de premieheffing en -inning voor de werknemersverzekeringen van eht UWV overgaat naar de belastingdienst
U kunt de elektronische aangiften zelf verzorgen of door ons laten verzorgen. Deze keuze kunt u per belastingsoort maken. Indien u zelf aangiften elektronisch wilt gaan indienen middels uw eigen softwarepakket moet u zich aanmelden bij de belastingdienst voor een postbus en een pincode of certificaat. Houd u er rekening mee dat het aanmelden bij de belastingdienst enige doorlooptijd vergt.
Indien u de aangifte(n) door ons laat verzorgen hoeft u nu geen actie te ondernemen. Onze fiscale software is reeds klaar voor elektronische aangiften en wij hebben digitale certificaten van de belastingdienst voor beveiligde verzending van gegevens. Deze certificaten worden uitgegeven door een onafhankelijke derde (diginotar) en bieden de hoogste beveiligingsgraad. Uiteraard zullen wij u de komende maanden op de hoogte houden van de ontwikkelingen.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Besloten en naamloze vennootschappen dienen jaarlijks binnen acht dagen na vaststelling van de jaarrekening doch uiterlijk binnen 13 maanden na afloop van het boekjaar hun jaarrekening te deponeren. Voor 1 februari aanstaande dient de jaarrekening over het boekjaar 2002 gepubliceerd te zijn. Het te laat deponeren is strikt genomen een economisch delict. Voor dit delict kan een forse boete opgelegd worden.

Een groter probleem van te laat publiceren blijkt als de vennootschap onverhoopt failliet gaat. De curator zal in dit geval onderzoeken of er in de drie jaar voorafgaand aan het faillissement niet of te laat gedeponeerd is. Als dat het geval is dan kunnen de (gewezen) bestuurders aansprakelijk worden gesteld voor de schulden van de onderneming.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Regelmatig blijkt dat werkgevers de regels rondom de proeftijd niet kennen of verkeerd toepassen. Zo is slechts sprake van een proeftijd indien deze schriftelijk is overeengekomen. Daarnaast is de maximaal toegestane proeftijd afhankelijk van de gesloten arbeidsovereenkomst. Bij een arbeidsovereenkomst met een duur korter dan 2 jaar geldt een maximale toegestane proeftijd van 1 maand. Voor arbeidsovereenkomsten met een duur van tenminste 2 jaar of arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd geldt een maximale proeftijd van 2 maanden. Spreekt u een langere proeftijd af dan wettelijk is toegestaan, dan is het gehele beding ongeldig.

Met het gebruik van de opzegtermijn is het ook zaak de regelgeving scherp in de gaten te houden. Zonder specifieke bepalingen in de arbeidsovereenkomst of eventuele CAO geldt de wettelijke opzegtermijn. Voor werknemers is deze 1 maand. Voor werkgevers wordt de opzegtermijn in dit geval bepaald door de lengte van het dienstverband. Afhankelijk van de lengte van het dienstverband loopt de opzegtermijn voor de werkgever op tot 4 maanden. Wordt in de arbeidsovereenkomst afgeweken van de wettelijke opzegtermijn dan dient rekening gehouden te worden met een aantal voorwaarden. De verlenging dient schriftelijk vastgelegd te worden, de opzegtermijn voor de werkgever is tenminste 2 maal de voor de werknemer geldende opzegtermijn en de opzegtermijn voor de werknemer bedraagt maximaal 6 maanden.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Gebleken is dat er, door verwarrende berichtgeving, nogal wat onduidelijkheid is ontstaan over de nieuwe eisen die aan BTW-facturen gesteld worden met ingang van 2004. De meeste onduidelijkheid is ontstaan over het wel of niet moeten vermelden van het BTW-identificatienummer van de afnemer. De afgelopen maanden hebben veel leveranciers hun afnemers om hun BTW-identificatienummer gevraagd. De vermelding van dit nummer is echter alleen vereist als het gaat om een intracommunautaire levering (levering aan een ondernemer in een ander EU-land) of bij toepassing van de verleggingsregeling voor de BTW. Deze laatste regeling wordt slechts in uitzonderingsgevallen toegepast. Bij binnenlandse leveringen waarbij BTW in rekening wordt gebracht is vermelding van het BTW-identificatienummer van de afnemer derhalve niet wettelijk verplicht.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Met ingang van 2004 hoeft als werkgever alleen nog in speciale gevallen een Verzekeringsverklaring werkgever aan het ziekenfonds te zenden. De ziekenfondsen krijgen hun meldingen in het vervolg doorgezonden door het UWV. Als werkgever blijft u wel, als vanouds, verplicht om uw werknemers schriftelijk te informeren over begin en einde van de ziekenfondsverzekering. U kunt de meldingen bijvoorbeeld opnemen in de arbeidsovereenkomst of aanstellingsbrief. Ook is het mogelijk dat wij de meldingen, op uw verzoek, opnemen op de eerste en laatste salarisspecificatie. Aanmeldingen van personeelsleden die net voor het begin van 2004 zijn begonnen kunnen nog gewoon op de gebruikelijke wijze naar het ziekenfonds gezonden worden.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Indien u betalingen verricht aan personen waarvan u meent dat deze niet bij u in loondienst werkzaam zijn, dan dient u voor 1 februari aanstaande opgave te doen aan de belastingdienst van de bedragen die u aan deze derden heeft uitbetaald. Het is zaak om tevens te controleren of u van iedere freelancer die voor u werkt een geldige Verklaring Arbeidsrelatie heeft waaruit blijkt dat deze persoon zelfstandige is. Daarnaast is het raadzaam geregeld een verklaring van een accountant voor iedere freelancer te vragen waaruit blijkt dat verschuldigde belastingen juist en tijdig zijn afgedragen. U beperkt hiermee de risico’s van naheffingen en boetes. Wij wijzen u er overigens op dat een Verklaring Arbeidsrelatie afgegeven door de belastingdienst geen volledige rechtszekerheid biedt over het uiteindelijke oordeel van het UWV.

  • Gepubliceerd op
Lees verder