Nieuws & Tips voor het MKB

HomeOverzicht Nieuws & Tips voor het MKB (Page 181)

Komt u door de economische crisis in betalingsproblemen dan kunt u uitstel van betaling voor uw belastingschulden krijgen.

Voorwaarden voor uitstel van betaling
Heeft u als ondernemer betalingsproblemen dan kunt u in aanmerking komen voor maximaal twaalf maanden uitstel van betaling voor uw belastingschulden. De voorwaarden zijn:
1. u moet de lopende verplichtingen nakomen;
2. u moet zekerheid stellen voor de totale omvang van de openstaande schuld. Bij een zekerheidsstelling moet worden gedacht aan een bankgarantie, een hypotheekrecht of een verpanding. De zekerheid moet gelijk zijn aan het bedrag waarvoor uitstel wordt gevraagd.

Tijdelijke uitstelregeling
Als u niet aan beide voorwaarden voldoet, bijvoorbeeld omdat u uw lopende verplichtingen voor een bepaalde periode niet tijdig kunt nakomen, dan is er nog een mogelijkheid: u kunt gebruik maken van de tijdelijke uitstelregeling. Deze tijdelijke regeling zorgt ervoor dat er soepeler wordt omgegaan met het innen van belastingschulden. U moet hierbij aan de volgende voorwaarden voldoen:
1. u heeft tijdelijke betalingsproblemen die niet via zakelijke kredietverlening kunnen worden opgelost;
2. uw betalingsproblemen moeten het directe gevolg zijn van de economische crisis.
Had u voor 2009 al betalingsproblemen of hebben de betalingsproblemen een andere oorzaak dan de economische crisis, dan komt u niet in aanmerking voor de tijdelijke regeling;
3. u moet aangeven wanneer de betalingsachterstand waarvoor uitstel wordt aangevraagd uiterlijk is ingelopen. Hierbij moet u inzicht bieden in de getroffen en nog te treffen maatregelen die nodig zijn om de gevolgen van de economische crisis het hoofd te bieden.

Bij het verzoek tot uitstel van betaling moet u een (derde-)deskundige inschakelen, die een verklaring opstelt waarin staat dat u aan de voorwaarden voldoet. Deze bevat een beoordeling van de aard van de betalingsproblemen, de bedrijfseconomische gezondheid van de onderneming en de haalbaarheid van het in de toekomst inlopen van de betalingsachterstand. Vraag ons om meer informatie.

Let op!
Kunt u door de economische crisis uw belastingschulden niet voldoen, dan kunt u uitstel van betaling krijgen. Voldoet u niet aan de voorwaarden voor de reguliere uitstelregeling, dan kunt u mogelijk wel gebruik maken van de tijdelijke uitstelregeling.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Het verlaagde BTW-tarief van 6% geldt al voor het schilderen en stukadoren van woningen ouder dan 15 jaar. Dit tarief is per 1 juli 2009 ook van toepassing op het isoleren van woningen.

Het verrichten van isolatiewerkzaamheden aan woningen die langer dan twee jaar geleden in gebruik zijn genomen, wordt onder het verlaagde BTW-tarief van 6% gebracht. Het verlaagde tarief is alleen van toepassing op het isoleren (de dienst) en niet op de levering van isolatiemateriaal. Het BTW-tarief op isolatiemateriaal blijft 19%.

Let op!
Dak-, muur- en vloerisolatie van woningen ouder dan twee jaar vallen per 1 juli 2009 onder het verlaagde BTW-tarief van 6%.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Vanaf 1 januari 2010 geldt er voor hybride auto’s een bijtelling van 10% voor het privégebruik auto van de zaak! Een hybride auto wordt fiscaal dus nog voordeliger!

Bijtelling privégebruik
De bijtelling voor privégebruik auto van de zaak komt aan de orde als een auto van de zaak ook voor privédoeleinden ter beschikking staat en met die auto op jaarbasis meer dan 500 privékilometers wordt gereden. De bijtelling bedraagt op jaarbasis (minimaal) 25% van de waarde van de auto. Voor zuinige auto’s geldt een bijtellingpercentage van 20% en voor zeer zuinige auto’s geldt een bijtelling van 14%. Of een auto zuinig of zelfs zeer zuinig is, is afhankelijk van de hoeveelheid CO2-uitstoot.

Hybride auto
Per 1 januari 2010 wordt een nieuwe categorie geïntroduceerd voor de bijtelling privégebruik auto van de zaak: de categorie voor de elektrische auto (ook wel bekend als de hybride auto). Het bijtellingpercentage voor deze categorie wordt 10%.

BPM en MRB
Voor de aanschafbelasting voor auto’s (de BPM) geldt al een vrijstelling voor hybride auto’s. Met de BPM krijgt u te maken als u een nieuwe auto aanschaft. Deze vrijstelling blijft bestaan tot 2018. Verder blijft er voor de wegenbelasting (de MRB) een vrijstelling voor hybride auto’s bestaan.

Let op!
Vanaf 1 januari 2010 is de elektrische auto fiscaal nog voordeliger. Er geldt niet alleen een vrijstelling voor de BPM en MRB, maar u krijgt vanaf 2010 ook te maken met een bijtelling van 10% voor het privégebruik auto van de zaak.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Heeft u een oudere personen- of bestelauto dan kunt u een aantrekkelijke slooppremie krijgen als u deze auto omruilt voor een jongere personen- of bestelauto.

Sloopregeling
De regeling geldt zowel voor particulieren als voor bedrijven. De volgende auto’s komen voor de sloopregeling in aanmerking:
1. personen-/bestelauto’s met een benzinemotor en van bouwjaar t/m 1989
Deze auto’s ontvangen een slooppremie van € 750,-
2. personen-/bestelauto’s met een benzinemotor en van bouwjaar 1990 t/m 1995
Deze auto’s ontvangen een slooppremie van € 1.000,-
3. bestelauto’s met een dieselmotor, een bruto voertuiggewicht <1800kg en van bouwjaar t/m 1999
Deze auto’s ontvangen een slooppremie van € 1.000,-
4. bestelauto’s met een dieselmotor, een bruto voertuiggewicht ≥1800kg en van bouwjaar t/m 1999
Deze auto’s ontvangen een slooppremie van € 1.750,-
5. personenauto’s met een dieselmotor en van bouwjaar t/m 1999
Deze auto’s ontvangen een slooppremie van € 1.000,-

Deze auto’s moeten wel omgeruild worden tegen een nieuwere:
• personen-/bestelauto met benzinemotor vanaf bouwjaar 2001
• personen-/bestelauto met dieselmotor met een gesloten roetfilter (af fabriek)

Verder gelden de volgende aanvullende voorwaarden:
• de oude auto is vóór 1 maart 2008 op naam van de laatste eigenaar gezet en sindsdien is de tenaamstelling niet meer gewijzigd;
• de oude en jongere auto hebben een Nederlands kenteken;
• de APK van de oude auto is nog minimaal 3 maanden geldig op het moment van tekenen van de koopovereenkomst;
• de oude auto heeft geen “WOK-status” (Wachten Op Keuren);
• de oude auto heeft sinds 1 maart 2008 geen deel uitgemaakt van de bedrijfsvoorraad van een autobedrijf.

Let op!
U kunt met het kentekencheck controleren of u in aanmerking kunt komen voor de slooppremie.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Het MKB-tarief in de vennootschapsbelasting wordt voor de jaren 2009 en 2010 verlaagd tot 20% voor winsten tot € 200.000. De winst vanaf € 200.000 wordt belast tegen 25,5%. De huidige tweede schijf van 23% komt hiermee te vervallen. De eerste schijf loopt door tot € 200.000. De verlaging van het MKB-tarief werkt terug tot en met 1 januari 2009.

Met ingang van 1 januari 2011 worden winsten tot € 40.000 weer belast tegen 20% (eerste schijf). De winst tot € 200.000 wordt vanaf die datum belast tegen 23% (tweede schijf) en de winst vanaf
€ 200.000 wordt belast tegen 25,5% (derde schijf).

Let op!
Het MKB-tarief in de tweede schijf van de vennootschapsbelasting is voor de jaren 2009 en 2010 verlaagd naar 20%.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Vanaf 2009 is de regeling voor het voorschot op de teruggaaf van de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet veranderd. De Belastingdienst berekent heffingsrente als u in 2010 een bedrag moet terugbetalen. Dat kan het geval zijn als u in 2009 een te hoog voorschot heeft ontvangen.

Bijdrage Zvw
Als u in loondienst bent of een uitkering ontvangt, houdt uw werkgever of uitkeringsinstantie de bijdrage Zorgverzekeringswet automatisch in op uw loon of uitkering. Heeft u meerdere werkgevers of ontvangt u meerdere uitkeringen, dan is het mogelijk dat te veel bijdrage Zvw is ingehouden. Is dit het geval, dan zorgt de Belastingdienst ervoor dat u in een volgend kalenderjaar automatisch een teruggaaf ontvangt. Deze teruggaaf wordt aan u of aan uw werkgevers of uitkeringsinstanties betaald.

Voorschot
In het kalenderjaar waarin te veel bijdrage Zvw is ingehouden, kunt u een voorschot op de teruggaaf ontvangen. In het 3e kwartaal van 2009 betaalt de Belastingdienst een voorschot uit op de teruggaaf van de bijdrage Zvw die te veel wordt ingehouden in 2009. In het 3e kwartaal van 2010 wordt deze teruggaaf vervolgens definitief vastgesteld. Het ontvangen voorschot wordt verrekend met de definitieve teruggaaf. Als het door u ontvangen voorschot hoger is dan de definitieve teruggaaf, dan moet u dit verschil terugbetalen aan de Belastingdienst. Hierover wordt heffingsrente berekend. De heffingsrente wordt berekend vanaf 1 januari 2010 tot het moment waarop de teruggaaf definitief wordt vastgesteld (3e kwartaal 2010).

Wilt u voorkomen dat u heffingsrente moet betalen wanneer de teruggaaf definitief wordt vastgesteld, dan kunt u nu al doorgeven dat u niet automatisch een teruggaaf wilt ontvangen. U kunt dit doen met het formulier ‘Verzoek geen voorschot teruggaaf bijdrage Zvw’. Als u dit vóór 1 juni 2009 doet, ontvangt u in 2009 en volgende jaren geen voorschot. U kunt ook wachten tot u het voorschot ontvangt en als blijkt dat het voorschot te hoog is dit wijzigen. Dit kunt u doen met het formulier ‘Verzoek wijziging voorschot teruggaaf bijdrage Zvw’. U kunt tot 1 december 2009 een voorschot wijzigen nadat u het hebt ontvangen.

Let op!
Om te voorkomen dat u heffingsrente moet betalen wanneer het door u ontvangen voorschot hoger is dan de definitieve teruggaaf, kunt u doorgeven dat u niet automatisch een voorschot wilt ontvangen. Doe dit vóór 1 juni 2009, dan ontvangt u in 2009 en volgende jaren geen voorschot.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Heeft u over 2008 een fiscaal verlies geleden dan kunt u dit met de winst van 2005, 2006 of 2007 verrekenen. Om de liquiditeitspositie van bedrijven te verbeteren, kan een verlies nu sneller worden teruggewenteld.

Voorlopige terugwenteling
Om de gevolgen van de kredietcrises te verzachten, heeft het kabinet besloten de liquiditeitspositie van ondernemingen te verbeteren. Daarom heeft de staatssecretaris van Financiën de voorwaarden voor de voorlopige verliesverrekening versoepeld. De volgende versoepelingen hebben betrekking op verliezen over 2008:
– De Belastingdienst mag een verlies voorlopig terugwentelen vóórdat de aangifte over 2008 is gedaan. U moet wel aannemelijk maken dat een fiscaal verlies is geleden. Dit kan bijvoorbeeld aan de hand van een voorlopige jaarrekening.
– Hiernaast mag de Belastingdienst al een voorschot op de voorlopige verliesverrekening geven als er slechts een voorlopige aanslag is opgelegd over het kalenderjaar waarnaar kan worden teruggewenteld. De aanslagen hoeven dus niet definitief te zijn vastgesteld. Let op: de Belastingdienst geeft geen voorschot als de aangifte over het verliesjaar al is gedaan en de aanslag over het jaar waarnaar wordt teruggewenteld op zeer korte termijn definitief wordt vastgesteld.

Verzoek
Wilt u een voorschot ontvangen op de terugwenteling van een verlies, dan moet u een onderbouwd en ondertekend verzoek aan de bevoegde inspecteur sturen. Het verzoek moet een benadering van het fiscale verlies bevatten. Deze benadering moet onderbouwd worden door bijvoorbeeld een (voorlopige) jaarrekening. Als de aangifte al is ingediend over het verliesjaar 2008 kan voor de onderbouwing worden verwezen naar die aangifte.

Definitieve verrekening
Ontvangt u een voorschot dan wordt dit voorschot ingehouden op het bedrag dat bij de definitieve terugwenteling van het verlies moet worden uitbetaald. Blijkt het uitbetaalde voorschot achteraf onjuist te zijn, dan moet u onmiddellijk nadat u de beschikking over de definitieve terugwenteling van het verlies heeft ontvangen, het eventueel teveel betaalde voorschot terugbetalen. Over dit teveel ontvangen bedrag moet u heffingsrente betalen.

Let op!
De versoepelingen die zijn aangebracht op de voorwaarden voor het terugwentelen van verliezen over 2008 gelden ook de Vpb-belastingplichtigen. Een Vpb-verlies mag echter slechts één jaar worden teruggewenteld en dus niet zoals bij een IB-ondernemer drie jaar.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Heeft u werknemers in dienst die direct betrokken zijn bij speur- en ontwikkelingswerk? Dan kunt u in aanmerking komen voor afdrachtvermindering (S&O).

Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk
Om in aanmerking te komen voor de S&O-afdrachtvermindering, moet u in het bezit zijn van een S&O-verklaring. Deze wordt door SenterNovem afgegeven (www.senternovem.nl/wbso). De afdrachtvermindering bedraagt per werkgever 42% van het loon dat betrekking heeft op speur- en ontwikkelingswerk waarbij dit S&O-loon niet meer mag bedragen dan € 110.000. Over het meerdere S&O-loon geldt een afdrachtvermindering van 14%. Per werkgever geldt een maximale afdrachtvermindering van € 8 miljoen (plafond).

Intensivering
De intensivering van de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk houdt het volgende in:
– het percentage van de eerste schijf wordt verhoogd van 42% naar 50%
– het percentage van de eerste schijf voor starters wordt verhoogd van 60% naar 64%
– het percentage van de tweede schijf wordt verhoogd van 14% naar 18%
– de loongrens van de eerste schijf wordt verhoogd van € 110.000 naar € 150.000
– de maximale afdrachtvermindering (plafond) wordt verhoogd van 8 naar 14 mln.

Door deze maatregelen kunnen de werkgevers over een groter deel van het S&O-loon het (verhoogde) percentage van de eerste schijf toepassen. De maatregelen hebben terugwerkende kracht tot 1 januari 2009.

Let op!
SenterNovem is gestart met het versturen van aanvullende S&O-verklaringen. Wilt u de tijdelijke intensivering van de afdrachtvermindering loonbelasting al in uw loonaangifte over de maand mei meenemen dan moet u de verklaring voor 15 mei 2009 hebben ingediend bij de Belastingdienst. Dient u de verklaring na 15 mei 2009 in dan is het nog mogelijk om via een correctiebericht gebruik te maken van de afdrachtvermindering loonbelasting voor de maand mei. De verruimde afdrachtvermindering kan dan alleen niet direct worden verrekend met de over de maand mei te betalen loonbelasting. Voor de aangiften loonheffingen die u over 2009 al hebt gedaan, kunt u de aanvullende afdrachtvermindering claimen door deze aangiften ook met een correctiebericht te corrigeren.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Heeft u kinderen die naar de kinderopvang gaan? Dan kunt u kinderopvangtoeslag krijgen! Van belang is dat uw kind naar een geregistreerde kinderopvanginstelling gaat.

Geregistreerde instelling
Als ouder mag u zelf bepalen naar welke kinderopvanginstelling uw kind gaat. Voor de kinderopvangtoeslag is het wel van belang dat uw kind naar een geregistreerde kinderopvanginstelling gaat. Hierbij kan het gaan om:

 Kinderdagverblijven of crèches (let op: een peuterspeelzaal valt hier niet onder).
 Buitenschoolse opvang. Dit is opvang buiten schooltijden en in vakanties (let op: overblijven tussen de middag valt hier niet onder).
 Opvang door een gastouder via een geregistreerd gastouderbureau. Hier kan het gaan om dagopvang en buitenschoolse opvang.

Oppasoma
Een oma, opa, kennis, oppasmoeder of familielid kan gastouder zijn als hij of zij via een gastouderbureau werkt. In 2010 komt de vergoeding voor deze informele opvang te vervallen. In de nieuwe regeling wordt het gastouderschap formeler en professioneler. Alleen opgeleide gastouders komen voor een vergoeding van maximaal € 5 per uur in aanmerking. Deze gastouders mogen de opvang wel bij het kind thuis verzorgen.

Let op!
Vanaf 2010 komt u alleen nog voor de kinderopvangtoeslag in aanmerking als de opvang wordt verzorgd door een opgeleide gastouder. U krijgt dus geen kinderopvangtoeslag meer als u uw ouders, kennissen of familie (zonder opleiding) op uw kind laat passen.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Als een klant uw factuur niet of niet geheel betaalt en u hebt de BTW al aan de Belastingdienst afgedragen, dan kunt u via de BTW-teruggaafregeling deze BTW weer van de Belastingdienst terugvragen. Dit kan in tijden van recessie van pas komen.

De BTW die u aan uw afnemers in rekening brengt, moet u aan de Belastingdienst voldoen. Als uw afnemer de factuur niet of niet geheel betaalt, heeft u waarschijnlijk al wel BTW over deze factuur afgedragen aan de Belastingdienst. Deze BTW kunt u middels een brief terugvragen van de Belastingdienst. Voorwaarde is wel dat u aannemelijk kunt maken dat de afnemer niet heeft betaald en ook niet zal betalen. Er hoeft geen sprake te zijn van een faillissement. Als uw vordering oninbaar is, dient u het teruggavenverzoek binnen een maand na het moment waarop vaststaat dat de afnemer u het verschuldigde bedrag niet meer zal betalen in te dienen. Het verzoek moet schriftelijk worden ingediend bij het belastingkantoor waar u onder valt.

Welke gegevens moet u in uw verzoek vermelden:
 naam en adres van uw afnemer
 datum- en factuurnummer
 het niet-betaalde factuurbedrag
 gegevens waarmee u aannemelijk maakt dat de afnemer niet heeft betaald en ook niet zal betalen
 het bedrag aan BTW dat u terugvraagt

Staan deze gegevens ook op de factuur dan kunt u volstaan met het toesturen van een kopiefactuur.

Let op!
Het is niet mogelijk om het teruggevraagde BTW-bedrag te verrekenen met uw aangifte omzetbelasting. Over de teruggaaf ontvangt u een afzonderlijke beschikking.

  • Gepubliceerd op
Lees verder