Nieuws & Tips voor het MKB

HomeOverzicht Nieuws & Tips voor het MKB (Page 182)

De bijtelling voor het privégebruik van de bestelauto mag achterwege blijven bij overtuigend bewijs dat uw werknemer op kalenderjaarbasis maximaal 500 kilometer privé rijdt. Uw werknemer kan dit bewijs met een rittenregistratie leveren. Hierin moet de werknemer elke zakelijke rit en elke privérit registreren. Deze rittenregistratie voor de bestelauto is vereenvoudigd.

Vereenvoudigde rittenregistratie
De registratie blijft verplicht, maar de werknemer hoeft niet alle ritinformatie op het registratieformulier te vermelden. In de vereenvoudigde rittenregistratie hoeft per dag alleen nog de datum, de werktijd, de begin- en eindkilometerstand en een verwijzing naar de zakelijke adressen in de administratie van de werkgever te worden opgeschreven.
Als de werknemer een privérit maakt, dan moeten de volgende gegevens in de administratie worden opgenomen: de datum, de begin- en eindkilometerstand van de privérit en het vertrek en aankomstadres.

Voorwaarden
De versimpelde registratie mag alleen door de werknemers worden toegepast als hierover afspraken met de werkgever zijn vastgelegd. U moet schriftelijk met uw werkgever hebben afgesproken dat:

 de werknemer een vereenvoudigde rittenadministratie bijhoudt;
 privégebruik tijdens werk- en lunchtijd niet is toegestaan;
 u de zakelijke adressen in uw administratie heeft.

Let op!

U kunt een voorbeeldafspraak tussen werkgever en werknemer over vereenvoudigde rittenregistratie bestelauto’s via de site van de Belastingdienst downloaden. Gebruikt u deze voorbeeldafspraak niet of heeft u de voorbeeldafspraak gewijzigd, dan kan het zijn dat de schriftelijke vastlegging van de afspraak niet voldoet. U kunt uw afspraak dan voor goedkeuring aan de Belastingdienst voorleggen

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Volgens de staatssecretaris is een papieren factuur niet meer nodig. Bedrijven mogen vanaf 16 februari 2009 facturen volledig elektronisch versturen.

Op papier of elektronisch
Facturen mogen op papier worden uitgereikt of elektronisch worden verzonden. Elektronische verzending is alleen toegestaan als dit door uw afnemer wordt aanvaard. U kunt dit vooraf met uw afnemer overeenkomen. Als uw afnemer zonder commentaar de factuur verwerkt en betaalt, wordt hij geacht de elektronische verzending van de factuur te hebben aanvaard. De staatssecretaris heeft in dit kader goedgekeurd dat u de aanvaarding van de elektronische factuur door uw afnemer niet in uw administratie hoeft vast te leggen.

Voorwaarden
Elektronisch verzonden facturen werden door de Belastingdienst aanvaard als de authenticiteit van de herkomst en integriteit van de inhoud van de facturen waren gewaarborgd. Hiervoor golden een aantal regels. Zo kon de authenticiteit en integriteit zijn gewaarborgd door middel van:
 een geavanceerde elektronische handtekening;
 een elektronische uitwisseling van gegevens;
 of een andere methode, waarbij in ieder geval de authenticiteit en integriteit waren gewaarborgd. Deze laatste andere methode moest bij de inspecteur zijn gemeld. De ondernemer die zekerheid wilde hebben of met betrekking tot deze andere methode de vereisten waren gewaarborgd, kon daartoe een verzoek indienen bij de inspecteur, die daarop bij voor bezwaar vatbare beschikking besliste.
Deze regels voor elektronische facturering zijn sterk vereenvoudigd. De staatssecretaris keurt goed dat de elektronische wijze van opmaak en versturen van de factuurgegevens vorm- en middelvrij kan plaatsvinden. De nu al toegestane methoden voor elektronisch factureren blijven bestaan. De verplichting om het gebruik van een andere methode aan de inspecteur te melden, vervalt. In de praktijk valt bij die andere methode te denken aan bedrijfsspecifieke elektronische apparatuur voor het maken en versturen van elektronische facturen of aan het per e-mail versturen van facturen, die bijvoorbeeld de vorm van een pdf-bestand krijgen.

Let op!

Elektronische facturering is per 16 februari 2009 nog gemakkelijker geworden, waardoor het net zo makkelijk is om een factuur te e-mailen.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Per 1 januari 2009 is de onbelaste vergoeding van ziektekosten aan een werknemer verleden tijd. Wanneer u als werkgever echter in 2008 toezeggingen hebt gedaan aan uw werknemer voor in 2008 gemaakte kosten, zijn deze vergoedingen nog even onbelast.

Onbelaste vergoedingen
Een werkgever kon tot en met 2008 voor de loonbelasting onbelast vergoedingen verstrekken voor kosten met betrekking tot ziekte, invaliditeit en bevalling die op de werknemer drukken. Deze regeling was gekoppeld aan de buitengewone uitgavenregeling in de inkomstenbelasting. Wie een onbelaste vergoeding kreeg van zijn werkgever, kon geen gebruik meer maken van de buitengewone uitgavenregeling, omdat de kosten dan niet meer op de werknemer drukten.

Regeling vervallen
Met ingang van 1 januari 2009 zijn de buitengewone uitgavenregeling in de inkomstenbelasting en de mogelijkheid tot onbelaste vergoeding van ziektekosten door de werkgever komen te vervallen. Dit betekent dat de werkgever de vergoedingen en verstrekkingen vanaf 2009 voor de loonheffingen moet belasten.

Goedkeuring staatssecretaris
Het kan echter voorkomen dat een werknemer in 2008 kosten heeft gemaakt in verband met ziekte, invaliditeit of bevalling, waarvoor de werkgever een vergoeding heeft toegezegd die pas in 2009 wordt uitgekeerd. In deze situatie zou de uitkering niet onbelast kunnen plaatsvinden, maar mag met de kosten ook geen rekening worden gehouden bij de aangifte IB over 2008, omdat de vergoeding in dat jaar al was toegezegd. Staatssecretaris De Jager vindt dit onwenselijk. In een onlangs uitgegeven besluit wordt daarom een goedkeuring gegeven voor deze situatie. U kunt als werkgever nog tot en met 31 maart 2009 een onbelaste kostenvergoeding verstrekken aan uw werknemers voor bijzondere ziektekosten, mits deze kosten zijn gemaakt in 2008 en de vergoeding in 2008 is toegezegd.

Let op!

Vanaf 1 januari 2009 kunt u als werkgever geen belastingvrije vergoedingen voor bijzondere ziektekosten meer verstrekken. Indien u echter in 2008 toezeggingen heeft gedaan met betrekking tot bijzondere ziektekosten die zijn gemaakt in 2008, dan zijn de vergoedingen wél onbelast tot en met 31 maart 2009.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

De regeling willekeurige afschrijving is een tijdelijke maatregel die geldt voor nieuwe bedrijfsmiddelen.

Willekeurig afschrijven
De regeling houdt in dat u als ondernemer de mogelijkheid krijgt de in 2009 gedane investeringen in twee jaar af te schrijven. U kunt maximaal 50% in 2009 afschrijven en maximaal 50% in 2010 op de aanschaffingskosten of voortbrengingskosten van nieuwe bedrijfsmiddelen. De maatregel geldt zowel voor IB- als voor VPB-ondernemingen.

Welke bedrijfsmiddelen
De faciliteit is beperkt tot de aanschaf van nieuwe bedrijfsmiddelen. Op de aanschaffingskosten van bestaande (tweedehands) bedrijfsmiddelen kan niet willekeurig worden afgeschreven. Verder zijn de volgende investeringen uitgesloten:
 gebouwen;
 woonschepen, bromfietsen, motorrijwielen en personenauto’s;
 dieren;
 wegen en paden;
 immateriële activa (bijvoorbeeld software).

Let op: op zeer zuinige personenauto’s kan wel willekeurig worden afgeschreven.

Samenloop
Als u als ondernemer al gebruik maakt van een andere vorm van willekeurige afschrijving (bijvoorbeeld de regeling voor startende ondernemers, milieubedrijfsmiddelen of zeeschepen) dan kunt u kiezen van welke regeling u gebruik wilt maken. Samenloop met de tijdelijke regeling willekeurige afschrijving kan niet.

Voorwaarden
Willekeurige afschrijving is mogelijk zodra u een investeringsverplichting bent aangegaan of voortbrengingskosten heeft gemaakt. Het bedrag van de willekeurige afschrijving kan niet hoger zijn dan het bedrag dat voor de investering is betaald of het bedrag van de gemaakte voortbrengingskosten. Het bedrijfsmiddel moet wel voor
1 januari 2012 in gebruik worden genomen. Neemt u het bedrijfsmiddel voor die datum niet voor die datum in gebruik, dan wordt de faciliteit teruggenomen. De grens van 31 december 2011 als uiterste datum van ingebruikname kan op verzoek van de belastingplichtige worden verschoven als dit door de omstandigheden wordt gerechtvaardigd. Zo’n omstandigheid kan bijvoorbeeld zijn het faillissement van de leverancier van het bedrijfsmiddel. Hiervan is geen sprake als de aard van het bedrijfsmiddel met zich meebrengt dat een lange bestel- of vervaardigingperiode nodig is. Als een bedrijfsmiddel waarop willekeurig is afgeschreven voor 1 januari 2012 van bestemming wijzigt, zodanig dat het bedrijfsmiddel niet meer voldoet aan de voorwaarden, wordt de genoten willekeurige afschrijving ook teruggenomen.

Let op!

Per 1 januari 2009 kunt u gebruik maken van de faciliteit voor willekeurige afschrijving.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

De Belastingdienst heeft laten weten bij de controle van de aangifte inkomstenbelasting 2008 extra aandacht te besteden aan de aftrek van giften. We zetten de regels voor de giftenaftrek voor u op een rij. Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk om giften af te trekken. Er wordt onderscheid gemaakt tussen ‘gewone giften’ en ‘periodieke giften’.

Gewone giften
Gewone giften zijn alleen aftrekbaar wanneer ze zijn gedaan aan een instelling die bij de Belastingdienst geregistreerd is als een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Daarbij mag de instelling geen tegenprestatie geleverd hebben voor de giften en moet u schriftelijk kunnen aantonen dat u de giften hebt gedaan, bijvoorbeeld met een bankafschrift of een kwitantie. Op http://www.belastingdienst.nl/giften/anbi_zoeken/ kunt u controleren of een instelling als ANBI wordt aangemerkt.

Drempelbedrag en maximum
Bij de aftrek van gewone giften moet u rekening houden met een drempelbedrag en een maximum. Alleen wat u méér betaald hebt dan het drempelbedrag, kunt u aftrekken. Het drempelbedrag is 1% (met een minimum van € 60,-) van het totaal van uw inkomsten en aftrekposten in box 1, 2 en 3, maar zonder uw persoonsgebonden aftrek. Dit is het zogenoemde drempelinkomen. Ook geldt er een maximum voor de aftrek; u mag niet meer dan 10% van uw drempelinkomen aftrekken. Wanneer u een fiscale partner hebt, kunt u de giften van u beiden bij elkaar optellen. Voor de berekening van het drempelbedrag en de maximale aftrek worden de drempelinkomens van u en uw fiscale partner eveneens bij elkaar opgeteld.

Periodieke giften
Voor periodieke giften geldt geen drempel of een maximaal af te trekken bedrag. Een gift is een aftrekbare periodieke gift als:

 de gift vastgelegd is bij de notaris;
 u de giften regelmatig overmaakt naar een instelling of vereniging en deze bedragen iedere keer ongeveer even hoog zijn;
 de giften uiterlijk eindigen als u overlijdt;
 u de giften minimaal 5 jaar achter elkaar doet; en de instelling of vereniging u geen tegenprestatie levert voor de gift.

Periodieke giften aan een ANBI zijn altijd aftrekbaar. Een verschil met de gewone giften is echter dat periodieke giften aan een vereniging die geen ANBI is, onder voorwaarden ook aftrekbaar zijn. Daarbij geldt dat de vereniging minimaal 25 leden en volledige rechtsbevoegdheid moet hebben en geen vennootschapsbelasting hoeft te betalen. Ook moet de vereniging gevestigd zijn in een lidstaat van de Europese Unie, de Nederlandse Antillen, Aruba of een ander land dat door de Belastingdienst is aangewezen.

Let op!

De Belastingdienst gaat bij het controleren van de aangifte inkomstenbelasting 2008 extra aandacht besteden aan de giftenaftrek. Een gewone gift is alleen aftrekbaar als hij gedaan is aan een ANBI. Daarbij geldt een drempel en een maximaal af te trekken bedrag. Voor de aftrek van periodieke giften bestaat geen drempel of maximum en onder voorwaarden is de periodieke gift ook aftrekbaar als hij is gedaan aan een vereniging die geen ANBI is.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Wanneer u in uw laatste aangifte inkomstenbelasting een bedrag aan ziektekosten of andere buitengewone uitgaven hebt opgegeven, is het verstandig om voor 2009 te bekijken of de hoogte van uw toetsingsinkomen voor de toeslagen nog klopt. Vanaf 2009 zijn bepaalde ziektekosten namelijk niet meer aftrekbaar, maar deze wijziging heeft de Belastingdienst niet meegenomen in de voorschotbeschikking voor de toeslagen van dit jaar. Het is dus mogelijk dat uw toeslagen voor het komende jaar op basis van een te laag toetsingsinkomen zijn berekend en u nu een te hoog bedrag aan toeslagen ontvangt.

Toetsingsinkomen
In Nederland kennen we een viertal toeslagen: de zorgtoeslag, de huurtoeslag, de kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget. De hoogte van deze toeslagen is afhankelijk van uw zogenoemde toetsingsinkomen. Daarbij geldt dat hoe lager uw toetsingsinkomen is, hoe hoger de toeslagen zijn die u ontvangt. Wanneer u in uw laatste aangifte inkomstenbelasting een bedrag aan ziektekosten of andere buitengewone uitgaven hebt afgetrokken, kan het zijn dat uw toetsingsinkomen daardoor lager werd en u zodoende een hoger bedrag aan toeslagen hebt ontvangen.

Wijziging aftrek ziektekosten
In 2009 is de belastingaftrek van ziektekosten veranderd en zijn bepaalde kosten niet meer aftrekbaar. Dit kan dus ook gevolgen hebben voor de hoogte van uw toetsingsinkomen en daarmee de hoogte van uw toeslagen. De Belastingdienst heeft bij de voorschotbeschikking 2009 echter nog geen rekening gehouden met deze wijziging in de aftrek van ziektekosten. Het is daarom belangrijk dat u opnieuw uw toetsingsinkomen berekent.

Berekening
Op www.toeslagen.nl kunt u uw toetsingsinkomen opnieuw berekenen en een eventuele wijziging meteen doorgeven aan de Belastingdienst. Wanneer namelijk blijkt dat de toeslagen die u op dit moment ontvangt op basis van een te laag toetsingsinkomen zijn berekend, ontvangt u teveel toeslag en moet u dat later terugbetalen. Als u tijdig een wijziging in uw toetsingsinkomen doorgeeft aan de Belastingdienst, zal het bedrag dat u in de eerste maanden van 2009 teveel hebt ontvangen, verrekend worden met de toeslagen die u nog moet krijgen. Zo voorkomt u dat u na afloop van het jaar moet terugbetalen.

Let op!

Door een verandering in de aftrek van ziektekosten in 2009 kan uw toetsingsinkomen voor de toeslagen gewijzigd zijn. Hierdoor is het mogelijk dat u op dit moment een te hoog bedrag aan zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag en/of kindgebonden budget ontvangt. Om te voorkomen dat u dit teveel ontvangen bedrag aan het einde van het jaar moet terugbetalen aan de Belastingdienst, kunt u op www.toeslagen.nl uw toetsingsinkomen opnieuw berekenen en een eventuele wijziging meteen doorgeven.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

De drempel om kwartaalaangifte BTW te doen is verhoogd van € 7.000 naar € 15.000. Een groot aantal ondernemers hoeft hierdoor maar 4 keer per jaar aangifte BTW te doen, in plaats van 12 keer per jaar. De administratieve lasten van veel ondernemers worden hierdoor verlaagd.

Kwartaalaangifte
U komt alleen in aanmerking voor de kwartaalaangifte BTW als u per kwartaal doorgaans minder dan € 15.000 BTW afdraagt. Als dit het geval is, dan heeft u hier een brief over ontvangen. Wilt u kwartaalaangifte BTW doen, dan moet u een volledig ingevulde kopie van de brief vóór 12 december 2008 opsturen naar uw belastingkantoor. Wilt u geen kwartaalaangifte BTW doen, dan hoeft u helemaal niets te doen.

Aangiftetijdvak
Het volgende aangiftetijdvak geldt:
Te betalen omzetbelasting Tijdvak
< € 1.883 per jaar Jaaraangifte
≤ € 15.000 per kwartaal Kwartaalaangifte
> € 15.000 per kwartaal Maandaangifte

Let op!
Draagt u per kwartaal doorgaans minder dan € 15.000 BTW af, dan komt u in aanmerking voor de kwartaalaangifte BTW. U moet dan wel vóór 12 december 2008 een volledig ingevulde kopie van de door u ontvangen brief opsturen naar uw belastingkantoor.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

De fijnstoftaks zal per 1 januari 2009 komen te vervallen; er komt per deze datum een nieuwe bonusregeling.

Fijnstoftaks
De per 1 april 2008 ingevoerde ‘fijnstoftaks’ is binnenkort verleden tijd. Deze heffing differentieert de BPM (‘aanschafbelasting’) op dieselpersonenauto’s naar de uitstoot van fijnstofdeeltjes per kilometer. Voor dieselauto’s met een uitstoot van meer dan 5 mg per kilometer leidde de maatregel per saldo tot een verhoging van de BPM. Voor dieselauto’s die onder die grens vielen kreeg men een korting op de BPM, oplopend tot € 900. Hof Den Haag achtte de maatregel in strijd met Europees recht. Als gevolg van deze uitspraak mocht de staat met ingang van vier weken na de betekening van het arrest geen uitvoering meer geven aan de fijnstofdifferentiatie.

2008
De fijnstofdifferentiatie zal per 1 januari 2009 komen te vervallen. Voor dieselpersonenauto’s die in 2008 nog worden verkocht blijft de huidige wetgeving van toepassing. Maar op deze auto’s worden de uit de differentiatie voortvloeiende verhogingen niet toegepast. Alleen de BPM-kortingen zullen worden toegepast op de nog in 2008 verkochte dieselpersonenauto’s. De reeds in 2008 geheven fijnstoftaks wordt aan de houders van de dieselpersonenauto’s terugbetaald. Dit zal op initiatief van de Belastingdienst gebeuren. Op de in 2008 verleende BPM-kortingen zal niet worden teruggekomen.

2009
Per 1 januari 2009 zal de fijnstoftaks worden vervangen door een bonusregeling. De bonus houdt een korting op de BPM in voor dieselpersonenauto’s met een CO2-uitstoot van maximaal 5 mg per kilometer. In 2009 bedraagt deze bonus € 600 en in 2010 € 300. In 2011 zal de bonusregeling vervallen, omdat dan alle nieuwe dieselauto’s aan strengere Europese emissienormen moeten voldoen.

Let op!
De fijnstoftaks vervalt per 1 januari 2009. Mocht u in 2008 fijnstoftaks hebben betaald, dan krijgt u dit op initiatief van de Belastingdienst terug.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Om ouders de kans te geven langer zelf voor hun kind te zorgen, hebben ze met ingang van 1 januari 2009 recht op 26 weken ouderschapsverlof.

Ouderschapsverlof
Werknemers hebben recht op ouderschapsverlof als zij zorgen voor een kind jonger dan acht jaar. Zij moeten wel minimaal één jaar bij dezelfde werkgever in dienst zijn.
Het kabinet heeft voorgesteld het recht op ouderschapsverlof te verlengen van 13 naar 26 weken. De verlening van het ouderschapsverlof geldt alleen voor nieuwe aanvragen. Heeft u al ouderschapsverlof (gedeeltelijk) opgenomen, dan kunt u voor dat kind geen aanspraak maken op de extra weken. U kunt voor elk kind apart ouderschapsverlof opnemen. Heeft u voor een ander kind nog geen ouderschapsverlof opgenomen, dan heeft u voor dat kind wel recht op de uitbreiding van het ouderschapsverlof.

Ouderschapsverlofkorting
Deze wijziging leidt tot een verhoging van de maximale ouderschapsverlofkorting.
De ouderschapsverlofkorting is een korting op de verschuldigde belasting en geldt voor belastingplichtigen die in 2008 gebruik maken van hun wettelijke recht op ouderschapsverlof en deelnemen aan de levensloopregeling. De korting wordt berekend door het aantal uren ouderschapsverlof te vermenigvuldigen met een bedrag van 50% van het bruto minimumuurloon per opgenomen verlofuur. De verlenging van het ouderschapsverlof in 2009 naar 26 weken leidt dus tot een verhoging van de maximale ouderschapsverlofkorting.

In 2008 heeft u alleen bij deelname aan de levensloopregeling recht op de ouderschapsverlofkorting. Er ligt een voorstel de ouderschapsverlofkorting met ingang van 1 januari 2009 los te koppelen van de levensloopregeling. Om van de ouderschapsverlofkorting gebruik te maken, hoeft u vanaf 2009 dus niet meer mee te doen aan de levensloopregeling.

Let op!
Per 1 januari 2009 wil het kabinet het recht op ouderschapsverlof verlengen van 13 naar 26 weken. De verlenging van het ouderschapsverlof geldt alleen voor nieuwe aanspraken. Indien mogelijk, wacht met het aanvragen van ouderschapsverlof tot na 1 januari 2009. Bovendien wordt de ouderschapsverlofkorting in 2009 losgekoppeld van de levensloopregeling. Het parlement moet het voorstel nog wel goedkeuren.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

De helft van alle zelfstandige ondernemers heeft zich niet verzekerd tegen de gevolgen van arbeidsongeschiktheid. Voor deze onverzekerde ondernemers bestaat de mogelijkheid om zich de komende drie maanden alsnog te verzekeren.

Sinds 1 augustus 2004 krijgt u als zelfstandige ondernemer geen uitkering meer van overheidswege voor ziekte of arbeidsongeschiktheid. Als ondernemer moet u dus zelf bepalen of u deze inkomensrisico’s wilt afdekken. U kunt dit doen door zelf een verzekering af te sluiten of door geld te reserveren. Als de verzekeraar uw arbeidsongeschiktheidsrisico’s te hoog vindt, zal hij u veelal een verzekering aanbieden met bepaalde uitsluitingen en/of duurdere premie. Echter, in bepaalde gevallen kunt u ook een beroep doen op de alternatieve verzekering, de vangnetregeling.

De vangnetregeling
Deze alternatieve verzekering is een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor moeilijk verzekerbare risico’s. Voor de vangnetregeling kunt u in aanmerking komen als u:
– als startende ondernemer moeilijk verzekerbaar blijkt, vanwege bijvoorbeeld een hoog risico op arbeidsongeschiktheid en u zich binnen drie maanden na de start van het bedrijf meldt voor deze alternatieve verzekering bij een particuliere verzekeraar.
– als zelfstandige na herkeuring weer volledig aan het werk kunt en daarmee uw WAZ-uitkering verliest.
– als gevestigde ondernemer moeilijk verzekerbaar blijkt. De vangnetregeling is voor u als gevestigde ondernemer vanaf 1 november 2008 eenmalig gedurende drie maanden opnieuw opengesteld. Als u binnen de periode van 1 november 2008 tot 1 februari 2009 een offerte heeft gekregen voor een reguliere verzekering waaruit blijkt dat u moeilijk verzekerbaar bent, dan kunt u alsnog een beroep doen bij de betreffende verzekeraar op de vangnetregeling. Voor een startende ondernemer geldt deze termijn van drie maanden niet en is deze regeling ook na 1 februari 2009 te gebruiken.

Let op!
De vangnetregeling geldt in principe voor startende zelfstandigen die na de start van hun onderneming zijn geweigerd voor een reguliere arbeidsongeschiktheidsverzekering. De regeling is nu ook tijdelijk opengesteld voor bestaande ondernemers die zich moeilijk kunnen verzekeren.

De vangnetregeling hoeft voor u niet gunstiger uit te pakken. Een reguliere verzekering met uitsluitingen en/of hoge premie kan aantrekkelijker zijn, wanneer de uitkeringsvoorwaarden gunstiger zijn.

  • Gepubliceerd op
Lees verder