Nieuws & Tips voor het MKB

HomeOverzicht Nieuws & Tips voor het MKB (Page 184)

Besloten en naamloze vennootschappen dienen jaarlijks binnen acht dagen na vaststelling van de jaarrekening doch uiterlijk binnen 13 maanden na afloop van het boekjaar hun jaarrekening te deponeren. Voor 1 februari aanstaande dient de jaarrekening over het boekjaar 2002 gepubliceerd te zijn. Het te laat deponeren is strikt genomen een economisch delict. Voor dit delict kan een forse boete opgelegd worden.

Een groter probleem van te laat publiceren blijkt als de vennootschap onverhoopt failliet gaat. De curator zal in dit geval onderzoeken of er in de drie jaar voorafgaand aan het faillissement niet of te laat gedeponeerd is. Als dat het geval is dan kunnen de (gewezen) bestuurders aansprakelijk worden gesteld voor de schulden van de onderneming.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Met ingang van 2004 hoeft als werkgever alleen nog in speciale gevallen een Verzekeringsverklaring werkgever aan het ziekenfonds te zenden. De ziekenfondsen krijgen hun meldingen in het vervolg doorgezonden door het UWV. Als werkgever blijft u wel, als vanouds, verplicht om uw werknemers schriftelijk te informeren over begin en einde van de ziekenfondsverzekering. U kunt de meldingen bijvoorbeeld opnemen in de arbeidsovereenkomst of aanstellingsbrief. Ook is het mogelijk dat wij de meldingen, op uw verzoek, opnemen op de eerste en laatste salarisspecificatie. Aanmeldingen van personeelsleden die net voor het begin van 2004 zijn begonnen kunnen nog gewoon op de gebruikelijke wijze naar het ziekenfonds gezonden worden.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Indien u betalingen verricht aan personen waarvan u meent dat deze niet bij u in loondienst werkzaam zijn, dan dient u voor 1 februari aanstaande opgave te doen aan de belastingdienst van de bedragen die u aan deze derden heeft uitbetaald. Het is zaak om tevens te controleren of u van iedere freelancer die voor u werkt een geldige Verklaring Arbeidsrelatie heeft waaruit blijkt dat deze persoon zelfstandige is. Daarnaast is het raadzaam geregeld een verklaring van een accountant voor iedere freelancer te vragen waaruit blijkt dat verschuldigde belastingen juist en tijdig zijn afgedragen. U beperkt hiermee de risico’s van naheffingen en boetes. Wij wijzen u er overigens op dat een Verklaring Arbeidsrelatie afgegeven door de belastingdienst geen volledige rechtszekerheid biedt over het uiteindelijke oordeel van het UWV.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Regelmatig blijkt dat werkgevers de regels rondom de proeftijd niet kennen of verkeerd toepassen. Zo is slechts sprake van een proeftijd indien deze schriftelijk is overeengekomen. Daarnaast is de maximaal toegestane proeftijd afhankelijk van de gesloten arbeidsovereenkomst. Bij een arbeidsovereenkomst met een duur korter dan 2 jaar geldt een maximale toegestane proeftijd van 1 maand. Voor arbeidsovereenkomsten met een duur van tenminste 2 jaar of arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd geldt een maximale proeftijd van 2 maanden. Spreekt u een langere proeftijd af dan wettelijk is toegestaan, dan is het gehele beding ongeldig.

Met het gebruik van de opzegtermijn is het ook zaak de regelgeving scherp in de gaten te houden. Zonder specifieke bepalingen in de arbeidsovereenkomst of eventuele CAO geldt de wettelijke opzegtermijn. Voor werknemers is deze 1 maand. Voor werkgevers wordt de opzegtermijn in dit geval bepaald door de lengte van het dienstverband. Afhankelijk van de lengte van het dienstverband loopt de opzegtermijn voor de werkgever op tot 4 maanden. Wordt in de arbeidsovereenkomst afgeweken van de wettelijke opzegtermijn dan dient rekening gehouden te worden met een aantal voorwaarden. De verlenging dient schriftelijk vastgelegd te worden, de opzegtermijn voor de werkgever is tenminste 2 maal de voor de werknemer geldende opzegtermijn en de opzegtermijn voor de werknemer bedraagt maximaal 6 maanden.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Gebleken is dat er, door verwarrende berichtgeving, nogal wat onduidelijkheid is ontstaan over de nieuwe eisen die aan BTW-facturen gesteld worden met ingang van 2004. De meeste onduidelijkheid is ontstaan over het wel of niet moeten vermelden van het BTW-identificatienummer van de afnemer. De afgelopen maanden hebben veel leveranciers hun afnemers om hun BTW-identificatienummer gevraagd. De vermelding van dit nummer is echter alleen vereist als het gaat om een intracommunautaire levering (levering aan een ondernemer in een ander EU-land) of bij toepassing van de verleggingsregeling voor de BTW. Deze laatste regeling wordt slechts in uitzonderingsgevallen toegepast. Bij binnenlandse leveringen waarbij BTW in rekening wordt gebracht is vermelding van het BTW-identificatienummer van de afnemer derhalve niet wettelijk verplicht.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Blijven uw investeringen dit jaar tot op heden onder de 2.000 dan is het verstandig (een deel van) de voorgenomen investeringen 2004 naar voren te halen en nog dit jaar te doen. De ondergrens om voor investeringsaftrek in aanmerking te komen is 2.000. Beneden deze grens is er geen recht op investeringsaftrek. Daarboven is er recht op 25% investeringsaftrek. Naarmate er meer geïnvesteerd wordt daalt het percentage van de investeringsaftrek stapsgewijs naar 3%. Afhankelijk van de omvang van de totale investeringen kan een spreiding of juist het concentreren van de investeringen al gauw het nodige voordeel opleveren.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

De belangrijkste wijzigingen
Om de regelingen rondom de (kilometer)vergoedingen voor de eigen auto en de bijtelling voor de auto van de zaak te vereenvoudigen wordt met ingang van 1 januari 2004 de fiscale behandeling van de (eigen) auto ingrijpend gewijzigd. Onderstaand geven wij u de belangrijkste wijzigingen.

Vergoeding voor de eigen auto
Tot op heden gelden voor het woon-werkverkeer forfaitaire onbelaste vergoedingen die zijn gemaximeerd op 130,- per maand. Bovendien mag geen onbelaste vergoeding verstrekt worden indien de werknemer minder dan 10 kilometer van het bedrijf woont. Daarnaast geldt nu een maximale onbelaste vergoeding van 0,28 per zakelijke kilometer.
Vanaf 2004 mag voor iedere gereden kilometer een onbelaste vergoeding gegeven worden van 0,18. Dit betekent dat ook personeelsleden die minder dan 10 kilometer van het bedrijf wonen met ingang van volgend jaar in aanmerking komen voor een onbelaste kilometervergoeding. In een aantal gevallen zal de nieuwe regeling extra vergoedingsmogelijkheden bieden bij het woon-werkverkeer. Wij wijzen u erop dat het om een maximale belastingvrije vergoeding gaat. Met andere woorden: u bent niet verplicht deze te verstrekken. Op de goede manier gebruikt kan de vergoeding zonder meer een mooi beloningsinstrument zijn.
Voor degenen die veel zakelijke kilometers rijden is het nieuws minder goed: zij gaan er 0,10 per gereden kilometer op achteruit.
Volledigheidshalve wijzen wij u erop dat een vergoeding per kilometer met zich meebrengt dat u en uw medewerkers de gereden kilometers controleerbaar dienen bij te houden. Een vrije dag betekent in het nieuwe systeem bijvoorbeeld geen recht op kilometervergoeding voor die dag.

Bijtellingspercentage
Vanaf 2004 kennen we weer 1 bijtellingspercentage. Het percentage voor 2004 is vastgesteld op 22%. Indien minder dan 500 kilometer per jaar privé gereden worden dan is er geen bijtelling verschuldigd. Uiteraard ligt de bewijslast om aan te tonen dat er geen bijtelling verschuldigd is bij de belastingplichtige.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Indien u bedrijfsmiddelen verkoopt waarvoor u in het verleden investeringsaftrek hebt genoten dan bent u in principe desinvesteringsbijtelling verschuldigd. Deze regeling is van toepassing indien u het bedrijfsmiddel binnen vijf jaar na aanvang van het kalenderjaar waarin de investering plaatsvond weer verkoopt. Voor bedrijfsmiddelen uit 1999 kan het dan ook verstandig zijn deze pas in 2004 te verkopen.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Heeft u dubieuze debiteuren die u niet meer kunnen betalen? Dan kunnen wij wellicht een verzoek indienen om de door u afgedragen BTW terug te vragen. Om dit verzoek te kunnen indienen hebben wij bewijsstukken nodig waaruit blijkt dat de debiteuren (waarschijnlijk) niet meer kunnen betalen. Het verzoek dient bij de laatste aangifte over 2003, of in ieder geval direct na de jaarrekening te worden ingediend.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Alle rechtshandelingen tussen de BV en de DGA moeten op grond van art. 247 BW schriftelijk worden vastgelegd. De vastlegging dient te gebeuren in de vorm van notulen van de algemene vergadering van aandeelhouders. Voorbeelden van rechtshandelingen die vastgelegd dienen te worden zijn: arbeidsovereenkomst, vaststellen van de hoogte van het salaris of een kostenvergoeding, sluiten van een managementovereenkomst, sluiten van een geldlening, het toekennen van pensioenrechten etc. Ontbreekt de schriftelijke vastlegging dan is de betreffende transactie vernietigbaar.

  • Gepubliceerd op
Lees verder