Nieuws & Tips voor het MKB

HomeOverzicht Nieuws & Tips voor het MKB (Page 187)

Sinds 2006 wordt de belasting over het privé-gebruik van de auto maandelijks via de loonadministratie verwerkt. Wanneer uw werknemer minder dan 500 km privé in een zakelijke auto rijdt, kan hij/zij aan een bijtelling ontkomen door vooraf een ‘verklaring geen privé-gebruik’ te ondertekenen en af te geven. Aangezien het kabinet de privé-bijtelling voor zakelijke rijders weer wil gaan verhogen, wordt dit extra belangrijk. Wat bijvoorbeeld als u bijtelling heeft toegepast en uw werknemer deze achteraf onterecht vindt?

Het is mogelijk dat bij uw werknemer met een auto van de zaak achteraf blijkt dat een bijtelling onterecht heeft plaats gevonden. Onlangs heeft de Belastingdienst vier alternatieven gegeven om dit te corrigeren:

1. Uw werknemer overlegt aan u bewijs (bijvoorbeeld een sluitende rittenregistratie). Vervolgens dient u correctieberichten in over de al verstreken inhoudingtijdvakken, waarin de bijtelling onterecht is verwerkt.
2. Uw werknemer geeft bij de fiscus aan dat bijtelling onterecht was door middel van een bezwaarschrift of ‘verzoek om ambtshalve vermindering’ en overlegt daarbij de bewijsstukken. De Belastingdienst legt vervolgens een (negatieve) correctieverplichting aan u op.
3. Uw werknemer geeft een lager loon (zonder de bijtelling) op in zijn/haar aangifte inkomstenbelasting, maar wel de daadwerkelijk ingehouden loonheffing. De teveel ingehouden loonheffing wordt dan met de aanslag inkomstenbelasting verrekend. Uw werknemer zal het noodzakelijke bewijs wel moeten kunnen leveren, wanneer daarom gevraagd wordt.
4. Wanneer de aanslag inkomstenbelasting over het betreffende jaar al vastgesteld is, staat bezwaar voor uw werknemer bezwaar open. Hij/zij overlegt het daarvoor noodzakelijke bewijs.

Tip
Voor u zijn de opties 3 en 4 het meest eenvoudig. Uw werknemer regelt immers zijn/haar zaken zelf via de aangifte inkomstenbelasting. Bij de eerste twee opties blijft u betrokken, omdat de correcties via de loonheffing worden verwerkt. Als bij een loonbelastingcontrole blijkt dat het bewijs onvoldoende of onjuist is geweest, kunt u worden geconfronteerd met een naheffingsaanslag. Leg alles daarom zorgvuldig vast!

  • Gepubliceerd op
Lees verder

De belastingdienst is van plan het aantal loonbelastingcontroles in 2007 op te voeren van 7.000 naar 38.000. Per 1 januari is de loonbelastingverklaring afgeschaft en mogen de noodzakelijke gegevens vormvrij worden vastgelegd. Het belang hiervan blijft echter groot; indien u deze gegevens niet of niet volledig vastlegt, kunt u gestraft worden met het anoniemtarief.

Identiteit
Het is wettelijk geregeld dat u een werknemer die u in dienst neemt vooraf moet identificeren. Dit moet u doen aan de hand van een origineel, geldig identiteitsbewijs. Dit is bijvoorbeeld een Nederlands paspoort of identiteitsbewijs, een verblijfdocument van de Vreemdelingendienst I t/m IV of een nationaal paspoort of ID-bewijs van een land van de Europese Economische Ruimte. Belangrijk is te weten dat een rijbewijs in dit geval géén geldig identiteitsbewijs is.

Van het identiteitsbewijs moet u een kopie bewaren in uw eigen administratie. Let op dat u alle bladzijden met persoonlijkheidskenmerken kopieert en dat de foto goed herkenbaar is. U bent verplicht de kopie te bewaren tot minimaal 5 jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking met de desbetreffende werknemer is beëindigd.

Schriftelijke verklaring
Doordat de verplichte loonbelastingverklaring per 1 januari 2007 is vervallen, moet een nieuwe weknemer zelf een schriftelijke verklaring bij u indienen voordat hij bij u aan het werk gaat. Hierin moet de werknemer zijn naam en voorletters, adres, postcode en woonplaats, (evt.) land en regio. Geboortedatum en burgerservicenummer (BSN) opnemen. Deze verklaring moet gedagtekend en ondertekend zijn.

Ook moet een nieuwe werknemer een schriftelijk verzoek bij u indienen voor het toepassen van de loonheffingskorting. Wanneer hij deze loonheffingskorting bij u niet meer wil of mag toepassen, moet hij u dit eveneens schriftelijk verzoeken. Deze verzoeken moeten voorzien zijn van dagtekening en ondertekend zijn.

Goed vastleggen
Ondanks het afschaffen van de loonbelastingverklaring, moet u de noodzakelijke gegevens dus nog steeds tijdig en volledig vastleggen. Er wordt door de Belastingdienst tegenwoordig een zogenoemd ‘zero tolerance’-beleid gevoerd waarbij herstel achteraf niet meer mogelijk is. Om uw gegevens goed te documenteren kunt u gebruik maken van een ‘Model opgaaf gegevens voor de loonheffingen’, welk te downloaden is via de site van de Belastingdienst.

Tip
Controleer goed of u over alle benodigde en juiste gegevens beschikt in uw administratie. Hiermee voorkomt u naheffingen en boetes in geval van controle door de Belastingdienst. Om zeker te weten dat uw loonadministratie juist is, kunt een loonbelastingcheck laten uitvoeren. Neem hiervoor contact met ons op.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Zijn uw innovatieplannen van tafel geveegd, omdat de kosten van innovatie de opbrengsten zouden overstijgen? Er zijn MKB-innovatiesubsidies beschikbaar die uw plannen nieuw leven in kunnen blazen. Vooral de WBSO-regeling kan interessant voor u zijn!

Onderzoek naar innovatie
Onderzoek naar innovatie kan al subsidie opleveren dankzij de WBSO-regeling: een korting op de loonbelasting over uren die besteed zijn aan innovatie. Denk hierbij aan een nieuw product of proces. Tot en met een brutoloonsom van € 110.000,- per jaar, bedraagt de korting 42 % van de brutoloonkosten per uur van uw eigen werknemers. Is er meer dan € 110.000,- brutoloonkosten besteed aan innovatie, dan ontvangt u over het meerdere 14 % subsidie.

Voorbeeld
U en uw drie medefirmanten besteden gezamenlijk op jaarbasis 1000 uur aan onderzoek naar innovatie tegen een brutoloon van € 60,- per uur. U blijft dan onder de grens van € 110.000,- en bent zodoende slechts € 34,80 (ofwel 58 % van € 60,-) kwijt aan brutoloon per uur. Dit is een besparing van €25.200,- ofwel 42 % van € 60.000,-! Stel: U besteedt 2000 uur aan onderzoek naar innovatie. Uw korting bedraagt dan (€ 110.000 x 42 %) + ((€ 120.000 – € 110.000) x 14 %) = € 47.600,-. Dit komt neer op een korting van 40 %. U ziet dat naarmate de drempel wordt overschreden, de effectieve korting afneemt.

Technostarter
Bent u een startend bedrijf met een innovatief technisch product of dienst (ofwel een Technostarter), dan komt u bij onderzoek naar innovatie ook in aanmerking voor een subsidie. De subsidievorm is voor inhoudingsplichtigen anders dan voor zelfstandige ondernemers. Startende inhoudingsplichtigen mogen een loonbelastingkorting van 60 % over de eerste € 110.000,- toepassen. Bovendien komen startende zelfstandigen onder voorwaarden in aanmerking voor de ‘speurders en ontwikkelings’-aftrek en starters S&O-aftrek van samen € 17.155,- (2007).

Tip
Uit een evaluatieonderzoek is gebleken dat gebruikers dankzij de WBSO-regeling meer omzet uit nieuwe producten halen en daarmee een grotere productie. Raadpleeg voor meer informatie over deze subsidie uw adviseur.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Inkomstenbelastingschulden zijn normaal gesproken niet aftrekbaar van uw ‘box 3’-inkomen. Er is echter één uitzondering: Wanneer u uw belastingschuld niet meer vóór 31 december kon betalen, omdat een (nadere) voorlopige aanslag nog niet is opgelegd en u daar wel tijdig om heeft verzocht.

Verzoek om een (nadere) voorlopige aanslag
De belangrijkste voorwaarde is dat u een verzoek doet voor het opleggen van een (nadere) voorlopige aanslag en wel vóór 1 oktober van het kalenderjaar. Een spontane betaling van de inkomstenbelastingschuld levert geen extra aftrek op, omdat er nog geen sprake is van een formele belastingschuld.

Aanslag niet of te laat opgelegd
Waneer de inspecteur de (nadere) voorlopige aanslag niet voor 31 december oplegt, waardoor u uw inkomstenbelasting niet meer voor die datum kunt betalen, dan mag u deze belastingschuld op 31 december als betaald beschouwen en daarom aftrekken van uw ‘box 3’-inkomen.

Tip
Indien u vermoedt dat u een inkomstenbelasting moet (bij)betalen is het van belang vóór 1 oktober een verzoek tot het opleggen van een (nadere) voorlopige aanslag in te dienen bij de Belastingdienst.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Met de verwachte invoering van de vereenvoudigde wetgeving voor BV’s per 1 januari 2008 wordt ook de wetsaanpassing voor personenvennootschappen verwacht. De wijzigingen voor personenvennootschappen hebben belangrijke juridische gevolgen voor u.

Hoofdelijk aansprakelijk
De (openbare en stille) maatschappen, commanditaire vennootschap en vennootschap onder firma worden automatisch een openbare vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid. Het gevolg is dat de maten/vennoten hoofdelijk aansprakelijk worden (met uitzondering van de commanditair). Dit is een ingrijpende verandering omdat de maatschap juist een beperkte aansprakelijkheid kent.

Toe- en uittredingsregels
Ook de toe- en uittredingsregels zullen veranderen. In beginsel zal een openbare vennootschap blijven bestaan, tenzij in de overeenkomst anders bepaald is. Onder het huidige recht houdt de samenwerking op te bestaan bij uittreding, tenzij een verblijvings-, toebedelings- of voortzettingsbeding is overeengekomen.

Rechtspersoonlijkheid
U kunt kiezen voor rechtspersoonlijkheid van de openbare vennootschap. Dit heeft weliswaar géén gevolgen voor de aansprakelijkheid, maar biedt u de mogelijkheid om het samenwerkingsverband eigenaar van zaken te laten worden. De vennootschap kan dus in het wetsvoorstel eigenaar worden van onroerende zaken. Dit vereenvoudigt het toe- en uittreden.

Tip
Met name de verwachte wijziging in de aansprakelijkheid zou de aanleiding kunnen zijn om het samenwerkingsverband opnieuw te beoordelen. Is dit dan toch het moment om een BV op te richten?
Vraag uw adviseur om informatie.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Stel: U verbouwt uw bestaande woning en financiert deze verbouwing eerst uit eigen middelen. Pas later sluit u alsnog hiervoor een (hypothecaire) lening af. Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk de rente op deze lening fiscaal af te trekken als eigen woningrente.

De Hoge Raad heeft onlangs bevestigd dat een tijdelijke kortstondige voorfinanciering van een verbouwing van een eigen woning met eigen middelen geen probleem hoeft te geven voor de renteaftrek voor een later afgesloten lening. De betreffende lening kan daarom gewoon dienen als eigenwoningschuld, mits u aan de eisen voldoet.

Dit is het geval wanneer u het volgende aannemelijk kunt maken:
– Op het moment van de verbouwing was het uw bedoeling om de uitgaven (later) met een geldlening te financieren.
– De later afgesloten financiering moet ook daadwerkelijk ter uitvoering van dat voornemen zijn aangegaan.
U moet dus vooraf, tijdens en achteraf kunnen aangeven dat het uw bedoeling was om het onderhoud of de verbetering van de eigen woning extern te financieren. Dat u tijdelijk van eigen middelen gebruik heeft gemaakt, is dan van ondergeschikt belang.

Tip
Voldoet u aan de eisen en heeft u een financiering afgesloten na een betaalde verbouwing dan kunt u de rente aftrekken van uw ‘box 1’-inkomen.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Vanaf 1 januari 2006 is het mogelijk om voor de loonheffingen een beperkte fiscale eenheid aan te vragen. Deze regeling kan vooral interessant zijn voor concerns waarbinnen regelmatig personeel overgaat van de ene naar de andere onderneming.

Een fiscale eenheid loonbelasting is een samenhangende groep van inhoudingsplichtigen. Zij is geïntroduceerd met het oog op de administratieve lastenverlichting. U moet hiervoor een verzoek indienen bij de inspecteur.

Geen gezamenlijke aangifte
Meerdere inhoudingsplichtigen voor de loonheffingen die door de Belastingdienst als een samenhangende groep worden aangemerkt, blijven gewoon zelf aangifte doen. Er is dus geen gezamenlijke aangifte mogelijk, zoals bij een fiscale eenheid voor de BTW en VPB wel het geval is. Het is wel mogelijk om gelijktijdig aangifte te doen en de verschuldigde (totaal)belasting in een keer te betalen. De voorwaarden staan opgenomen in de wet loonbelasting (art 27e).

Voordelen
Bij overplaatsing van een medewerker binnen het concern, hoeft geen nieuwe identificatie plaats te vinden en hoeft er geen nieuwe eerstedagsmelding te worden gedaan. Vooral binnen concerns waar regelmatig medewerkers worden overgeplaatst, scheelt dat veel rompslomp.
Bij overplaatsing kan de werknemer gewoon blijven deelnemen aan de spaarloonregeling. Als er geen fiscale eenheid zou zijn, dan zou hij/zij pas per 1 januari van het volgend jaar weer kunnen deelnemen. Bij uitgezonden en ingekomen werknemers loopt de 30%-bewijsregel gewoon door, tenzij de omstandigheden gewijzigd zijn.

Tip
Hebt u werknemers die regelmatig worden overgeplaatst, dan is wellicht de toepassing van de beperkte fiscale eenheid in de loonbelasting mogelijk. Hiermee kunt u een administratieve latenverlichting bereiken.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Vanuit de media wordt u geadviseerd om bij het invullen van de schattingsformulieren voor IB-ondernemers rekening te houden met de MKB-winstvrijstelling voor het jaar 2007. Deze zorgt voor een verlaging van de aanslag. Daarnaast is het sparen op kosten van de fiscus aantrekkelijk. Wat te doen?

Lagere aanslag
De schattingsformulieren voor (ondermeer) IB-ondernemers moeten voor 1 augustus a.s. worden ingediend. Voldoet u aan het urencriterium, dan mag u de MKB-winstvrijstelling van 10% toepassen. Dit kan ervoor zorgen dat uw voorlopige aanslag lager uitvalt, waardoor u minder hoeft te betalen. Bij het opleggen van de voorlopige aanslagen inkomstenbelasting 2007 eerder dit jaar, werd hier geen rekening mee gehouden.

Sparen bij de fiscus
Aan de andere kant: het percentage heffingsrente en invorderingsrente bedraagt nu 5,00% en zal stijgen naar 5,25% in het 3e kwartaal. Het rendement op een spaarrekening bedraagt momenteel gemiddeld 3,5% en voor een deposito 4,5% (afhankelijk van de aanbieder). Sparen bij de Belastingdienst is momenteel gunstiger dan een spaarrekening.

Tip
Beoordeel bij het invullen van uw schattingsformulier de mogelijkheid om de MKB-winstvrijstelling toe te passen. Afhankelijk hiervan kunt u uw standpunt bepalen. Vraag uw adviseur in voorkomende gevallen om advies.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Voor gemengde kosten geldt er zowel voor natuurlijke- als rechtspersonen een aftrekbeperking van € 4.100,- (tarief 2007). Deze beperking is in principe een absoluut bedrag. Als u in de loop van het kalenderjaar een onderneming start, mag u het bedrag niet tijdsevenredig toepassen.

Kosten die zowel een zakelijk als een privé-karakter hebben, worden gemengde kosten genoemd. Hieronder vallen onder andere kosten voor voedsel, drank, genotsmiddelen, maar ook representatiekosten, kosten van congressen, excursies en studiereizen.

Aftrekbeperking per kalenderjaar
Genoemde (bedrijfs)kosten mogen tot een bedrag van € 4.100,- niet worden afgetrokken van de winst. De Staatssecretaris heeft besloten dat het hier gaat om een absolute aftrekbeperking. Met andere woorden, de aftrekbeperking geldt per kalenderjaar. Als u gedurende het kalenderjaar fiscaal ondernemer wordt, moet u nog steeds uitgaan van het absolute bedrag. U mag dus niet de aftrekbeperking naar verhouding verminderen om op die manier uw fiscale winst te verlagen.

Tip: om van hoofdregel af te wijken
De wet biedt u wel de mogelijkheid om van bovenstaande hoofdregel af te wijken. U kunt ervoor kiezen om de gemaakte kosten voor 73,5 % in aftrek te brengen van de fiscale winst. Kortom, 26,5 % van de kosten zijn dan niet aftrekbaar. Deze methode is voordelig zolang uw kosten de grens van € 15.471,70 (€ 4.100/26,5 x 100) niet te boven gaan.

Het bovenstaande geldt ook voor rechtspersonen die onder de wet vennootschapsbelasting vallen. De grens van € 4.100,- wordt daarbij gesteld op 0,4 % van het gezamenlijk bedrag van het door de desbetreffende werknemers in het jaar genoten belastbare loon, indien dit hoger uitvalt.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Als ondernemer krijgt u vast wel eens te maken met een factuur die niet meer te innen is. Naast het probleem dat u naar uw omzet kunt fluiten, heeft u de BTW al wel afgedragen! Het is mogelijk om deze terug te vragen bij de Belastingdienst.

Om voor een teruggaaf in aanmerking te komen moet u een afzonderlijk verzoek indienen bij de fiscus. U moet dan wel kunnen aantonen dat de factuur niet is betaald, ook niet betaald zal worden door de debiteur en dat u pogingen heeft ondernomen om de openstaande post daadwerkelijk te innen.

Bewijs
Het is van groot belang dat vaststaat dat de vordering niet betaald zal worden. Dit moet u dus kunnen bewijzen. In het geval van een faillissement kunt u aan de curator vragen om een verklaring waarin staat dat geen uitkering uit het faillissement te verwachten valt. In andere gevallen zal dit vaak lastiger zijn om te bewijzen. Let op: als u het kasstelsel toepast, kunt u uiteraard een dergelijk verzoek niet indienen..U draagt hierbij de omzetbelasting pas af bij ontvangst.

Tip: verzoek tijdig indienen
Het verzoek voor teruggaaf van BTW moet u bij een belastingkantoor in uw regio indienen. Houd hierbij in de gaten dat het verzoek tijdig (dat wil zeggen in het tijdvak waarin is komen vast te staan dat de debiteur niet zal betalen) wordt ingediend. Bij een te late indiening kan uw verzoek worden afgewezen.

  • Gepubliceerd op
Lees verder