Nieuws & Tips voor het MKB

HomeOverzicht Nieuws & Tips voor het MKB (Page 190)

Om ouders de kans te geven langer zelf voor hun kind te zorgen, hebben ze met ingang van 1 januari 2009 recht op 26 weken ouderschapsverlof.

Ouderschapsverlof
Werknemers hebben recht op ouderschapsverlof als zij zorgen voor een kind jonger dan acht jaar. Zij moeten wel minimaal één jaar bij dezelfde werkgever in dienst zijn.
Het kabinet heeft voorgesteld het recht op ouderschapsverlof te verlengen van 13 naar 26 weken. De verlening van het ouderschapsverlof geldt alleen voor nieuwe aanvragen. Heeft u al ouderschapsverlof (gedeeltelijk) opgenomen, dan kunt u voor dat kind geen aanspraak maken op de extra weken. U kunt voor elk kind apart ouderschapsverlof opnemen. Heeft u voor een ander kind nog geen ouderschapsverlof opgenomen, dan heeft u voor dat kind wel recht op de uitbreiding van het ouderschapsverlof.

Ouderschapsverlofkorting
Deze wijziging leidt tot een verhoging van de maximale ouderschapsverlofkorting.
De ouderschapsverlofkorting is een korting op de verschuldigde belasting en geldt voor belastingplichtigen die in 2008 gebruik maken van hun wettelijke recht op ouderschapsverlof en deelnemen aan de levensloopregeling. De korting wordt berekend door het aantal uren ouderschapsverlof te vermenigvuldigen met een bedrag van 50% van het bruto minimumuurloon per opgenomen verlofuur. De verlenging van het ouderschapsverlof in 2009 naar 26 weken leidt dus tot een verhoging van de maximale ouderschapsverlofkorting.

In 2008 heeft u alleen bij deelname aan de levensloopregeling recht op de ouderschapsverlofkorting. Er ligt een voorstel de ouderschapsverlofkorting met ingang van 1 januari 2009 los te koppelen van de levensloopregeling. Om van de ouderschapsverlofkorting gebruik te maken, hoeft u vanaf 2009 dus niet meer mee te doen aan de levensloopregeling.

Let op!
Per 1 januari 2009 wil het kabinet het recht op ouderschapsverlof verlengen van 13 naar 26 weken. De verlenging van het ouderschapsverlof geldt alleen voor nieuwe aanspraken. Indien mogelijk, wacht met het aanvragen van ouderschapsverlof tot na 1 januari 2009. Bovendien wordt de ouderschapsverlofkorting in 2009 losgekoppeld van de levensloopregeling. Het parlement moet het voorstel nog wel goedkeuren.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

De helft van alle zelfstandige ondernemers heeft zich niet verzekerd tegen de gevolgen van arbeidsongeschiktheid. Voor deze onverzekerde ondernemers bestaat de mogelijkheid om zich de komende drie maanden alsnog te verzekeren.

Sinds 1 augustus 2004 krijgt u als zelfstandige ondernemer geen uitkering meer van overheidswege voor ziekte of arbeidsongeschiktheid. Als ondernemer moet u dus zelf bepalen of u deze inkomensrisico’s wilt afdekken. U kunt dit doen door zelf een verzekering af te sluiten of door geld te reserveren. Als de verzekeraar uw arbeidsongeschiktheidsrisico’s te hoog vindt, zal hij u veelal een verzekering aanbieden met bepaalde uitsluitingen en/of duurdere premie. Echter, in bepaalde gevallen kunt u ook een beroep doen op de alternatieve verzekering, de vangnetregeling.

De vangnetregeling
Deze alternatieve verzekering is een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor moeilijk verzekerbare risico’s. Voor de vangnetregeling kunt u in aanmerking komen als u:
– als startende ondernemer moeilijk verzekerbaar blijkt, vanwege bijvoorbeeld een hoog risico op arbeidsongeschiktheid en u zich binnen drie maanden na de start van het bedrijf meldt voor deze alternatieve verzekering bij een particuliere verzekeraar.
– als zelfstandige na herkeuring weer volledig aan het werk kunt en daarmee uw WAZ-uitkering verliest.
– als gevestigde ondernemer moeilijk verzekerbaar blijkt. De vangnetregeling is voor u als gevestigde ondernemer vanaf 1 november 2008 eenmalig gedurende drie maanden opnieuw opengesteld. Als u binnen de periode van 1 november 2008 tot 1 februari 2009 een offerte heeft gekregen voor een reguliere verzekering waaruit blijkt dat u moeilijk verzekerbaar bent, dan kunt u alsnog een beroep doen bij de betreffende verzekeraar op de vangnetregeling. Voor een startende ondernemer geldt deze termijn van drie maanden niet en is deze regeling ook na 1 februari 2009 te gebruiken.

Let op!
De vangnetregeling geldt in principe voor startende zelfstandigen die na de start van hun onderneming zijn geweigerd voor een reguliere arbeidsongeschiktheidsverzekering. De regeling is nu ook tijdelijk opengesteld voor bestaande ondernemers die zich moeilijk kunnen verzekeren.

De vangnetregeling hoeft voor u niet gunstiger uit te pakken. Een reguliere verzekering met uitsluitingen en/of hoge premie kan aantrekkelijker zijn, wanneer de uitkeringsvoorwaarden gunstiger zijn.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

U heeft recht op een voorlopige teruggaaf als uw werkgever meer loonheffing zal inhouden dan u op grond van uw persoonlijke omstandigheden moet betalen. Dit speelt als u bepaalde aftrekposten heeft, zoals de eigenwoningrente, lijfrentepremies, giften, scholingsuitgaven, alimentatie aan ex-partner of levensonderhoud kinderen of als u heffingskortingen in verband met bijzondere omstandigheden heeft. Bijvoorbeeld de alleenstaande ouder-, levensloop- en ouderschapsverlofkorting.

Verwacht u een voorlopige teruggaaf 2009 dan hoeft u niet te wachten tot uw aangifte inkomstenbelasting 2009 is geregeld. U kunt deze teruggaaf alvast in de loop van 2009 laten uitbetalen. Vanaf 31 oktober 2008 kunt u uw voorlopige teruggaaf aanvragen met het programma voorlopige aanslag 2009. Met dit programma kunt u ook uw voorlopige teruggaaf wijzigen of stopzetten.

Buitenlands belastingplichtige
Buitenlands belastingplichtigen kunnen het formulier ‘voorlopige aanslag 2009 voor buitenlands belastingplichtigen’ online bestellen. Met dit formulier kunt u een voorlopige teruggaaf 2009 aanvragen, wijzigen, bevestigen of stopzetten.

Let op!
U dient alleen een voorlopige teruggaaf 2009 aan te vragen als u nog geen voorlopige teruggaaf 2008 ontvangt. Ontvangt u al een voorlopige teruggaaf 2008, dan krijgt u automatisch bericht over uw voorlopige teruggaaf in 2009. Wilt u uw voorlopige teruggaaf 2009 stopzetten of wilt u een wijziging doorgeven, dan kunt u hiervoor het programma voorlopige aanslag 2009 gebruiken.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

De heffings- en invorderingsrente zijn verhoogd van 5,15% naar 5,45% voor het vierde kwartaal van 2008.

Wat is de heffingsrente en invorderingsrente
Heeft u in een bepaald jaar te weinig belasting betaald op aangifte, dan moet u aan de Belastingdienst heffingsrente betalen. Was dit juist te weinig, dan krijgt u heffingsrente van de Belastingdienst. De rente wordt berekend vanaf het midden van het tijdvak waarover belasting wordt geheven. Invorderingsrente moet u betalen als u te laat bent met het betalen van uw belastingaanslag. Deze wordt berekend vanaf de eerste dag na uiterste betaaldatum tot de dag dat u betaalt. Per 1 oktober 2008 is de heffings- en invorderingsrente verhoogd met 0,3 procentpunt naar 5,45%.

Bezwaar
U kunt bezwaar maken tegen de berekende rente door een bezwaarschrift in te dienen binnen 6 weken na dagtekening van de beslissing.

Let op!
In vergelijking met de rente die u op een spaarrekening kunt ontvangen, is de heffingsrente die u van de Belastingdienst ontvangt meer. Het kan daarom aantrekkelijk zijn om uw geld pas na afloop van het belastingjaar terug te ontvangen in plaats van maandelijks via een voorlopige teruggaaf.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

In het Belastingplan 2009 is een nieuwe tussencategorie van 20% voorgesteld voor de bijtelling privégebruik auto van de zaak!

Bijtelling privégebruik
De bijtelling voor privégebruik auto van de zaak komt aan de orde als een auto van de zaak ook voor privédoeleinden ter beschikking staat en met die auto op jaarbasis meer dan 500 bijtelling voor privékilometers wordt gereden. De bijtelling bedraagt op jaarbasis (minimaal) 25% van de waarde van de auto. Voor zeer zuinige auto’s geldt een lagere bijtelling van 14%.

Tussencategorie
Om het gebruik van zuinige auto’s verder te stimuleren, wordt in 2009 een nieuwe tussencategorie van 20% geïntroduceerd. Deze nieuwe categorie geldt voor dieselauto’s met een CO2-uitstoot tussen de 96 en 116 gram per kilometer en voor auto’s met een andere motor tussen de 111 en 140 gram per kilometer. De bijtelling geldt voor ondernemers, resultaatgenieters en werknemers. De bewijslast dat sprake is van een (zeer) lage uitstoot ligt bij de ondernemer, de resultaatgenieter, de werkgever of de werknemer.

Let op!
Als de voorgestelde maatregelen worden aangenomen, dan bestaat er per 1 januari 2009 een tussencategorie voor de bijtelling privégebruik auto van de zaak. Hierdoor is in 2009 ook het gebruik van een zuinige auto fiscaal aantrekkelijk. Voor deze auto’s is de bijtelling namelijk niet 25%, maar 20%. De bijtelling van 14% voor zeer zuinige auto’s blijft gehandhaafd.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Jongeren die een vakantie- of (bij)baan hebben gehad, hebben in veel gevallen recht op een belastingteruggaaf.

Jongeren kunnen recht hebben op een belastingteruggaaf van een vakantie- of bijbaan. De werkgever houdt de belasting namelijk in met het uitgangspunt dat er het hele jaar wordt gewerkt, daardoor wordt er teveel belasting betaald. Het terugvragen van de belasting kan tot vijf jaar terug. Dus ook nog over het jaar 2003 kan er belasting worden teruggevraagd. Via de site van de Belastingdienst kan er worden bekeken welk formulier er ingevuld moet worden. Om het formulier in te vullen zijn de jaaropgaven van het jaar waarover belasting wordt teruggevraagd nodig. De teruggaaf kan oplopen tot enkele honderden euro’s

Let op!
Meer informatie en de benodigde formulieren kunnen via de site van de Belastingdienst worden verkregen (zie www.belastingdienst.nl/jongeren).

  • Gepubliceerd op
Lees verder

De staatssecretaris van Financiën heeft onlangs aangekondigd de Successiewet te willen moderniseren. Een belangrijk onderdeel daarvan is de verlaging van de tarieven van de schenk- en erfbelasting.

Tarieven
De huidige structuur van het successie- en schenkingsrecht is nogal complex. Er bestaan momenteel drie verschillende tariefgroepen en zeven verschillende tariefschijven. De staatssecretaris wil dit terugbrengen tot twee tariefgroepen met ieder twee tarieven. Directe familieleden zoals partners en kinderen komen in tariefgroep 1. Schenkingen en erfenissen tot een bedrag van € 125.000 worden in tariefgroep 1 belast tegen 10%. Het deel van de verkrijging boven € 125.000 zal belast worden tegen een tarief van 20%. Ter vergelijking: het huidige maximumtarief bedraagt voor deze verkrijgers 27%.

In tariefgroep 2 vallen alle andere verkrijgers. Daartoe horen bijvoorbeeld ook kleinkinderen en broers en zussen. Het tarief in groep 2 is 30% voor verkrijgingen tot € 125.000, voor het deel van de verkrijging boven de € 125.000 geldt een tarief van 40%. Dit is een flinke verlaging ten opzichte van de huidige situatie; nu kan het maximale tarief oplopen tot 68%.

Vrijstellingen
In de huidige Successiewet is er sprake van veel zogenoemde voet- en drempelvrijstellingen. Bij een drempelvrijstelling is een schenking of erfenis vrijgesteld van belasting tot een bepaald bedrag. Is de schenking of erfenis hoger dan dat bedrag, dan vervalt de gehele vrijstelling en is de verkrijging volledig belast. Bij een voetvrijstelling wordt echter alleen het gedeelte boven het drempelbedrag belast. De staatssecretaris heeft aangegeven alle drempelvrijstellingen om te willen zetten in voetvrijstellingen.

In het successierecht (erfrecht) wordt het vrijstellingsbedrag voor partners verhoogd tot € 600.000. Voor kinderen gaat deze vrijstelling omhoog naar € 19.000. Voor overige verkrijgers gaat een vrijstellingsbedrag van € 2.000 gelden. Ook de vrijstellingen in het schenkingsrecht worden verhoogd. Schenkingen aan kinderen zijn straks vrijgesteld tot een bedrag van € 5.000 en aan kinderen in de leeftijd van 18 tot 35 jaar mag eenmalig een schenking van € 24.000 belastingvrij worden gedaan. Voor alle overige verkrijgers zal een schenkingsvrijstelling van € 2.000 gaan gelden.

Let op!
De staatssecretaris van Financiën wil het successie- en schenkingsrecht moderniseren door onder meer de tarieven te vereenvoudigen en te verlagen. Verwacht wordt dat het wetsvoorstel met de genoemde maatregelen in de eerste helft van 2009 bij de Tweede Kamer ingediend zal worden. De geplande datum van inwerkingtreding van de maatregelen is 1 januari 2010.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Sinds 1 januari 2006 bent u in Nederland verplicht een zorgverzekering af te sluiten. Daarvoor betaalt u een premie bij uw zorgverzekeraar én een bijdrage aan de overheid die afhankelijk van uw inkomsten is, de zogenoemde bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw). Wanneer u in loondienst bent, wordt deze bijdrage automatisch ingehouden door uw werkgever. Ontvangt u een uitkering, dan houdt de uitkeringsinstantie deze bijdrage in. Wanneer u niet in loondienst bent of geen uitkering ontvangt, wordt de inkomensafhankelijke bijdrage geïnd middels een aanslag.

Te veel betaald
De bijdrage Zvw is wel aan een maximum gebonden. Het kan dus zijn dat u in een jaar teveel aan inkomensafhankelijke bijdrage hebt betaald, bijvoorbeeld omdat u gelijktijdig meerdere werkgevers hebt gehad. De Belastingdienst heeft in juli jl. de teruggaaf van de teveel betaalde bijdrage Zvw in 2007 uitbetaald en de betrokkenen daarover per brief geïnformeerd. Wanneer u geen brief hebt ontvangen, maar wel denkt recht te hebben op een teruggaaf, kunt u deze alsnog zelf aanvragen.

In aanmerking voor teruggaaf?
Op de site van de Belastingdienst kunt u eenvoudig nagaan of u recht hebt op een teruggaaf van de bijdrage Zvw, zowel voor 2006 als voor 2007. U komt hiervoor in aanmerking wanneer u voldoet aan de volgende twee voorwaarden:

• U had gelijktijdig meerdere werkgevers of uitkeringen.
• Uw inkomsten bij werkgevers of uitkeringsinstanties waren gezamenlijk hoger dan € 30.623,- (voor 2007) of € 30.015,- (voor 2006). Dit is exclusief de inkomsten van uw (fiscale) partner.

Verzoek indienen
Wanneer u recht denkt te hebben op een teruggaaf van de bijdrage Zvw, kunt u hiervoor een verzoek indienen bij de Belastingdienst. Het formulier waarmee u dit verzoek indient, is te downloaden op de site van de Belastingdienst (zowel het formulier voor 2006 als het formulier voor 2007). Let op, een verzoek tot teruggaaf van de bijdrage in 2008 kunt u pas in 2009 indienen.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

In tegenstelling tot eerdere berichtgeving kunt u de VAR-verklaring voor 2009 pas half oktober digitaal aanvragen.

Aanvraag VAR
Wanneer u (vooraf) duidelijkheid wilt over uw fiscale status, kunt u een VAR-verklaring (Verklaring ArbeidsRelatie) aanvragen bij de Belastingdienst. Vanaf half oktober 2008 kunt u deze verklaring digitaal aanvragen. U vindt het aanvraagformulier vanaf die datum op www.belastingdienst.nl. U doet uw aanvraag door het formulier online in te vullen, te ondertekenen met u DigiD en te versturen. De VAR-verklaring is maximaal één kalenderjaar geldig. Deze termijn gaat in aan het begin van het kalenderjaar.

Let op!
U kunt de VAR voor het kalenderjaar 2009 vanaf half oktober 2008 digitaal aanvragen. Het is ook (nog steeds) mogelijk om de VAR-verklaring op papier aan te vragen. In dat geval kunt u nu al het formulier downloaden van de site van de Belastingdienst of bestellen via de belastingtelefoon.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Als u een sterk wisselend inkomen heeft, kan het voor u gunstig zijn om de middelingregeling toe te passen. Deze regeling kan voor een starter op de arbeidsmarkt een forse belastingbesparing opleveren.

Wisselend inkomen
Als starter groeit uw inkomen in de eerste jaren vaak aanzienlijk. In het jaar van afstuderen is het inkomen laag. Dit zal in de volgende jaren met een fulltime baan een stuk hoger liggen. Door middel van de middelingregeling is het voor belastingbetalers mogelijk hun belastbaar inkomen over drie jaar te spreiden. Uiteraard kunt u ook van de regeling profiteren als uw inkomen om een andere reden sterk wisselde, bijvoorbeeld omdat u freelance heeft gewerkt.

Middelingregeling
Via de middelingregeling is het mogelijk uw inkomen uit box 1 te middelen over de afgelopen drie jaar. Zo kan een hoog belastingtarief worden vermeden in jaren dat er veel wordt verdiend. U kunt alleen middelen over een periode van drie aangesloten kalenderjaren. U komt alleen voor teruggaaf in aanmerking als het verschil tussen de door u verschuldigde belasting en de door u berekende belasting groter is dan € 545.

Verzoek
Voldoet u aan de voorwaarden, dan moet u een verzoek tot middeling indienen bij de Belastingdienst. Bij dit verzoek moet u een berekening van de middeling meesturen. U kunt het verzoek tot drie jaar na de definitieve aanslag over het laatste jaar van de periode waarover u wilt middelen indienen.

Tip
U kunt gebruik maken van de middelingregeling als uw inkomen over een periode van drie aaneengesloten kalenderjaren sterk wisselde. Vooral voor starters kan dit een aanzienlijke belastingbesparing opleveren vanwege de plotselinge groei van het inkomen. Voor meer informatie kunt u terecht op de site van de belastingdienst.

  • Gepubliceerd op
Lees verder