Nieuws & Tips voor het MKB

HomeOverzicht Nieuws & Tips voor het MKB (Page 191)

In de praktijk blijkt dat het vaak moeilijk is om een duidelijke scheidingslijn te trekken tussen een arbeidsovereenkomst een opdrachtovereenkomst. Pijnlijk wordt het wanneer de fiscus en/of het UWV achteraf alsnog een dienstbetrekking constateren, terwijl u uitging van alleen een opdracht. Dat kan u veel geld kosten.

Het belangrijkste verschil is dat u bij de dienstbetrekking (verplicht) verzekerd bent voor de premies werknemersverzekeringen, maar bij de opdrachtovereenkomst niet. De gezagsverhouding is bepalend voor het verschil tussen een dienstbetrekking of een opdrachtovereenkomst, in combinatie met het soort arbeid en de hoogte van het loon.

Gezagsverhouding
Bij de beoordeling door de Belastingdienst en het UWV wordt vooral gekeken naar de ”artistieke vrijheid” van degene die het werk uitvoert. Is er sprake van een opdracht, dan is er meer vrijheid voor de uitvoering van de prestaties dan bij een dienstbetrekking, waarbij over het algemeen een strakkere gezagsverhouding geldt. Zo wordt het realiseren van een ICT-project eerder aangemerkt als een overeenkomst van opdracht, dan het metselen van een muur. Zoals u zult begrijpen zijn de kaders tussen deze 2 arbeidsvormen niet altijd even duidelijk aan te geven. De feitelijke omstandigheden zullen de doorslag geven.

VAR
Voordat er sprake kan zijn van een opdrachtovereenkomst, moet eerst vastgesteld worden dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. U kunt dit vooraf regelen met een VAR-verklaring (Verklaring Arbeidsrelatie).

Tip
Vanwege de onduidelijkheid op dit gebied en het risico dat u daarmee loopt, is het verstandig om een VAR (Verklaring Arbeidsrelatie) aan te vragen. Op grond van deze VAR weet u hoe de overheid tegen uw werkzaamheden aankijkt en zult u in de toekomst niet voor nare verrassingen komen te staan.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Per 1 januari 2008 veranderen de fiscale regels voor ”algemeen nut beogende instellingen” beter bekend als ”de goede doelenorganisaties”. Wanneer zij gebruik willen maken van fiscale faciliteiten en tegemoetkomingen, moeten ze een beschikking hebben van de Belastingdienst.

Heeft u een dergelijke instelling opgericht of bent u van plan deze in het leven te roepen, dan kunt u de beschikking medio dit jaar aanvragen bij de Belastingdienst Oost-Brabant/Kantoor ”s-Hertogenbosch. Hiermee bent u dan vrijgesteld van schenkings- of successierecht over schenkingen en erfrechtelijke verkrijgingen. Ook bij uitkeringen in het algemeen belang hoeft u daarover geen schenkingsrecht te betalen.

Voor particuliere schenkers is deze verandering eveneens van belang. Vanaf de hiervoor genoemde datum is uw gift namelijk alleen aftrekbaar voor de inkomstenbelasting als zij is gedaan aan een instelling met een beschikking. Hetzelfde geldt voor bedrijven in de vennootschapsbelasting. Op de site www.belastingdienst.nl kunt u nagaan of de desbetreffende instelling een beschikking heeft ontvangen.

Tip
Controleer (in het vervolg) of u aan een gekwalificeerde instelling schenkt. De staatssecretaris heeft onlangs in een besluit de randvoorwaarden van een dergelijk algemene nut beogende instelling aangegeven, zodat u kunt beoordelen of u liefdadige instelling hieraan voldoet.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Werkgevers mogen onder voorwaarden vaste vergoedingen onbelast aan hun werknemers verstrekken. Een vaste reiskostenvergoeding mag alleen verstrekken, indien sprake is van een vaste werkplek. Dit kan soms tot problemen leiden indien de werknemer niet altijd naar dezelfde werkplek reist. Om in deze situaties tegemoet te komen heeft de Belastingdienst de regeling per 1 januari 2007 versoepeld.

De standaard methode werkt als volgt. Er is sprake van een vaste arbeidsplaats indien in tenminste 36 weken (70% van 52 weken) de arbeidsplaats wordt bezocht. Bij de berekening van de onbelaste vergoeding moet u van 206 werkdagen uitgaan (260 werkdagen minus 54 dagen voor vakantie, ziekte etc.). Is de totale reisafstand meer dan 150 kilometer, dan is nacalculatie van de vaste reiskostenvergoeding verplicht.

Indien niet altijd naar dezelfde arbeidsplaats wordt gereisd kunnen er problemen ontstaan. Daarom staat de Belastingdienst toe dat per 1 januari 2007 de vaste reiskostenvergoeding vaker mag worden toegekend. Deze methode werkt als volgt:

Er wordt uitgegaan van 214 (i.p.v. 206) werkdagen per jaar met een kilometervergoeding van € 0,19 per kilometer. Voorwaarde is dat de werknemer op tenminste 150 dagen (70% van 214) naar de vaste arbeidsplaats reist. Deze berekeningsmethode geldt niet als de werknemer reist per taxi, luchtvaartuig, schip of een ter beschikking gesteld vervoermiddel.

Het aantal dagen (214 en 150) moet u naar evenredigheid toepassen wanneer de werknemer minder dan 5 dagen per week werkt, de dienstbetrekking begint of eindigt in de loop van het kalenderjaar, de reisafstand wijzigt door bijvoorbeeld verhuizing of wanneer de vaste reiskostenvergoeding wordt gestopt.

Tip
Bij werknemers die een vaste reiskostenvergoeding ontvangen kunt u per 1 januari 2007 gebruik maken van een versoepelde regeling.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Werkgevers hebben per 1 juli 2007 en vervolgens elk halfjaar (per 1 juli en 1 januari) de mogelijkheid te kiezen om eigenrisicodrager te worden voor de WGA-regeling.

Dit houdt in dat de werkgever de kosten voor de uitkeringen aan de gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers voor eigen rekening neemt en dit risico vervolgens verzekert bij een private verzekeraar. De andere mogelijkheid is om voor het WGA-risico verzekerd te blijven bij het UWV, tegenwoordig de Belastingdienst.

Indien u heeft gekozen voor eigenrisicoschap geldt een uitkeringsplicht van 10 jaar. Na 10 jaar wordt de uitkeringsplicht door het UWV overgenomen. In totaal is de werkgever 12 jaar lang verantwoordelijk voor de arbeidsongeschikte werknemer. 2 jaar loondoorbetaling bij ziekte en vervolgens 10 jaar de eventuele WGA-uitkering.

Particuliere verzekeraars rekenen vaak een aanzienlijk lagere premie dan het UWV. De gemiddelde premie bij het UWV is 0,7% tegen gemiddeld 0,3-06% premie over de loonsom. Ook werkt een verzekeraar sneller aan een eventuele arbeidsreïntegratie. Bij het UWV start dit proces pas wanneer een arbeidsongeschikte als zodanig is gekwalificeerd.

De overstap van UWV naar particuliere verzekeraars is het overwegen waard als u tussen de 5 en 100 werknemers heeft. Deze moeten daarbij geen of slechts een recent WAO-verleden hebben wat betreft ziekte onder het personeel, maar daarnaast geen verdere WIA-instroom. Voor de groep bedrijven met minder dan 5 werknemers is de overstap sowieso niet voordelig. Dit heeft te maken met het feit dat veel verzekeraars een minimumpremie hanteren. Zij zijn daardoor duurder voor de bedrijven met weinig werknemers.

Tip
Heeft u een onderneming met meer dan 5 werknemers? Wellicht is het dan raadzaam te overwegen de verzekering van het WGA-risico over te hevelen van het UWV naar een particuliere verzekeraar.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Met ingang van 1 januari 2007 geldt automatisch een vrijstelling van overdrachtsbelasting voor bedrijfspanden die worden overgedragen aan een familielid.

Deze vrijstelling is ook van toepassing op onroerende zaken die aan de overheid worden verkocht. Eveneens geldt de vrijstelling bij schenking van onroerende zaken, fusie, splitsing of bedrijfsreorganisatie. Tot 1 januari 2007 gold dat binnen een maand na de transactie een beroep op de vrijstelling gedaan diende te worden. Veel mensen vergaten dit, waardoor alsnog de 6% overdrachtsbelasting voldaan moest worden.

Het ministerie van Financiën heeft aan MKB-Nederland laten weten dat deze regeling ook toegepast kan worden op de nog lopende gevallen. MKB-Nederland verwacht ook dat u voortaan minder notariskosten heeft bij dergelijke overdrachten, omdat u zich niet meer druk hoeft te maken om de aangifte van de onroerende zaak bij de fiscus.

Tip
Een verzoek tot vrijstelling is niet meer nodig, waardoor u (mogelijk) door lagere notariskosten goedkoper uit bent.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

De afgelopen tijd hebben steeds meer mensen voor de aankoop van hun (eigen) woning een hypothecaire geldlening afgesloten bij een buitenlandse bank. Potentiële woningkopers kunnen dus kiezen tussen Nederlandse of buitenlandse geldverstrekkers. De voor- en nadelen op een rij.

Buitenlandse hypotheekverstrekkers hanteren vaak lagere (rente)tarieven. Dit is voor hen mogelijk omdat ze zonder tussenpersoon handelen. In zo’n situatie betaalt u niet mee aan de ‘overhead’ van de bank, maar enkel voor de verleende dienst. In Nederland gelden vaak hogere rentetarieven. Alle Nederlandse banken verhogen de geldende marktrente nog eens met ongeveer 0,5% ter compensatie van de kosten.

Als u van plan bent een buitenlandse hypotheek af te sluiten, is het handig om de volgende punten in overweging te nemen:

1) De taal:
De kans bestaat dat bij ingewikkelde kwesties misverstanden kunnen ontstaan.

2) Kortere looptijden van de geldlening:
De buitenlandse hypothecaire geldleningen hebben veelal een maximale looptijd van 15 jaar, terwijl in Nederland de looptijden vaak langer zijn. In de laatstgenoemde situatie wordt de totale aflossing op die manier over meer jaren gespreid. Uiteindelijk betaalt u wel meer rente, maar de maandlasten liggen wat lager.

3) Minder mogelijkheden tot maximale financiering:
Er kan in het buitenland bijna nooit een 100% financiering worden afgesloten, terwijl in Nederland een tophypotheek mogelijk is.

4) Beperkt aanbod van hypotheekvormen:
In het buitenland worden vaak alleen de lineaire hypotheek of de annuïteitenhypotheek aangeboden. Nederland is in dit opzicht beter ontwikkeld. Door het fiscale klimaat zijn er veel verschillende hypotheekvormen.

Tip
Overweeg of een buitenlandse hypotheek interessant kan zijn. Maak een goede afweging tussen het rentevoordeel en de praktische bezwaren.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

De octrooibox is met terugwerkende kracht per 1 januari 2007 ingevoerd. Goedkeuring van Europa bleek niet noodzakelijk. Wanneer er winsten zijn gemaakt met gepatenteerde uitvindingen, geldt voor deze box het speciale belastingtarief van 10 procent.

De octrooibox brengt met zich mee dat u kunt kiezen voor een bijzonder tarief voor octrooien. Opbrengsten worden dan belast tegen het lage tarief van 10 procent. Het gaat om de netto vergoedingen: opbrengsten minus kosten, lasten en afschrijvingen. Deze regeling kunt u per octrooi aanvragen onder voorwaarde dat deze na 1 januari 2007 geregistreerd is.

De regeling is niet van toepassing op merken, logo’s en dergelijke. Eveneens is zij niet van kracht indien u octrooien aankoopt. U moet de rechten dus zelf ontwikkelen. Ze is wel van toepassing op kwekersrechten, dus ook de landbouwsector kan meeprofiteren.

Wanneer u voor de octrooibox kiest, moet u erop letten dat de voortbrengingskosten die in het verleden ten laste van de winst zijn gebracht, weer moeten worden geactiveerd. Dit is de zogenaamde ingroeiregeling. Kiest u niet voor de octrooibox, of gaat het om nieuwe rechten, dan geldt deze laatste regel niet.

De toepassing van de octrooibox heeft zo zijn grenzen. Dat wil zeggen dat de voordelen die u in totaal in de loop der jaren in de octrooibox vallen, niet meer kunnen bedragen dan maximaal 4 maal het totaal van de geactiveerde voortbrengingskosten.

Tip
De octrooibox kan voordelig voor u zijn als u vanaf 1 januari 2007 een octrooi registreert. De opbrengsten die voortkomen uit deze octrooien, worden belast tegen 10 procent. Laat u in voorkomende gevallen door ons adviseren.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

De overheid maakt het voor particulieren aantrekkelijk om geld te lenen aan startende ondernemers. In de volksmond is dit bekend als de Tante Agaathlening. Mits u aan de voorwaarden voldoet, biedt een dergelijke geldverstrekking u een aantal fiscale voordelen.

De eerste is de vrijstelling in box 3 voor het bedrag van het durfkapitaal. Dit bedrag is in 2007 vastgesteld op maximaal € 53.421,= per belastingplichtige (lees: persoon). Uw fiscale partner mag hetzelfde bedrag op verzoek aan u overdragen. De vrijstelling wordt zo verdubbeld. Daarnaast hebt u recht op een extra heffingskorting van 1,3 % voor directe beleggingen in durfkapitaal. ‘Direct’ wil in dit geval zeggen dat u zelf het geld uitleent aan de startende onderneming, dus niet via een bank of participatiemaatschappij.

Ten slotte mag u bij calamiteiten (bijvoorbeeld het faillissement van de startende ondernemer) het (gedeeltelijke) verlies op de financiering als persoonlijke verplichting in box 1 aftrekken tot een maximum van € 46.984,= per beginnende ondernemer. Dat betekent grofweg dat de winsten onbelast dan wel belast zijn tegen het (lage) tarief van box 3 en de verliezen aftrekbaar zijn tegen het progressieve (en vaak hogere) tarief. Aangezien de vrijstelling per persoon geldt, is het voor fiscale partners in voorkomende gevallen aantrekkelijker om beiden de lening te verstrekken, in plaats van het eigen aandeel over te dragen.

Uiteraard moet u voldoen aan een aantal voorwaarden. U moet bijvoorbeeld het geld uitlenen aan een ondernemer/onderneming (ook de BV valt eronder) die in beginsel korter bestaat dan 7 jaar (in bijzondere gevallen 14 jaar). De lening moet daarnaast zijn achtergesteld bij andere schuldeisers en worden geregistreerd bij de belastingdienst. Ook mag u geen hoger rentepercentage bedingen dan de wettelijke rente. Tenslotte moet de lening worden gebruikt voor de financiering van verplicht ondernemingsvermogen en mag u geen geleend geld inzetten voor een dergelijke geldverstrekking.

Tip
Leen dit jaar aan een startende ondernemer en profiteer optimaal van de fiscalevrijstellingen en kortingen. Voor dit advies kunt u bij ons terecht.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

De scholing van uw werknemers komt niet alleen de efficiëntie en kennis van uw bedrijf ten goede, ook is er voor de werkgever een aanzienlijk fiscaal voordeel

Sinds 2006 is bij een tweetal regelingen een (groter) fiscaal voordeel te behalen. De eerste regeling heeft betrekking op de werkgevers die voormalig werkloze werknemers opleiden tot deze een zogenaamde startkwalificatie hebben. Daar is een aantal voorwaarden aan verbonden. Het loon van de werknemer mag bijvoorbeeld niet hoger zijn dan het toetsloon in een bepaald loontijdvak. Daarnaast moet u een verklaring van het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) hebben dat de werknemer vóór indiensttreding als werkloze te boek stond. Als u aan deze voorwaarden voldoet hoeft u minder loonheffing af te dragen. Door het besluit wordt de afdrachtvermindering per kalenderjaar verhoogd van € 1.500,= naar € 3.000,=.

De tweede regeling is nieuw. U kunt ‘vermindering afdracht loonbelasting en premie volksverzekeringen’ ontvangen voor het aanbieden van stages binnen de beroepsopleidende leerweg op MBO 1- of 2- niveau. De afdrachtvermindering bedraagt € 1.200,= per kalenderjaar. Het recht bestaat voor leerlingen die gedurende tenminste 2 maanden een stage volgen in het kader van een beroepsopleiding.

Als deze leerlingen of werknemers bij u in dienst zijn dan kunt u recht hebben op deze (verhoogde) kortingen. Wanneer de opgestuurde aangifte loonbelasting door de afdrachtvermindering negatief blijkt te worden, dan kan de teruggave worden verkregen door een zogenaamde correctie. Dit wordt ook het correctiebericht genoemd. Controleer dit nauwkeurig.

Tip
Controleer of u ook recht heeft op deze verhoogde afdrachtverminderingen!

  • Gepubliceerd op
Lees verder

De WOZ-waarde van bedrijfsruimtes waarin machines staan, geven vaak aanleiding tot discussies. Horen deze wel of niet tot de onroerende zaak waarover belasting is verschuldigd? Hot Amsterdam heeft met 3 criteria aangegeven wat zij onder onroerende machines verstaat en daarmee de belastbaarheid concreet gemaakt.

Er zijn 3 elementen van belang om voor vrijstelling in aanmerking te komen, aldus de rechter. Ten eerste moet de machine zonder beschadiging uit de ruimte kunnen worden gehaald. Daarnaast moet zij ook nog kunnen functioneren, nadat zij is verwijderd. Tenslotte moet de ruimte waarin de machine stond haar waarde behouden.

Beschadiging
Wat betreft dit criterium vindt het Hof dat enige beschadiging niet van invloed is voor de werktuigenvrijstelling. Het moet dan gaan om beschadiging van een relatief geringe betekenis.

Functionaliteit
Over de demontage en het behoud van functionaliteit merkte zij op dat montage op zichzelf niet van doorslaggevend belang is. Het gaat er alleen om of het werktuig zijn functionaliteit behoudt. Als voorbeeld moet u denken aan het doorslijpen van pijpleidingen bij de demontage en het vervolgens lassen bij het gebruik elders. Bij hergebruik kan worden bepaald of zij met behoud van hun functie kunnen worden verwijderd, oftewel is er sprake van (on)belastbaarheid.

Waarde
Het Hof is duidelijk over het behoud van warde in bedrijfseconomische zin na verwijdering. De technische staat van het werktuig na verwijdering is van belang en niet de bedrijfseconomische waarde na verwijdering. Dit lijkt ook logisch. De werktuigenvrijstelling mag immers niet afhankelijk zijn van de (fluctuerende) markt voor gebruikte werktuigen.

Tip
Wanneer u voor uw machines in uw onderneming wordt belast voor de WOZ, ga dan aan de hand van de hiervoor genoemde criteria na of u de werktuigenvrijstelling mag toepassen.

  • Gepubliceerd op
Lees verder