Nieuws & Tips voor het MKB

HomeOverzicht Nieuws & Tips voor het MKB (Page 192)

U kunt voor een periode van 3 maanden een proefplaatsing van een arbeidsongeschikte of werkloze aanvragen, waarbij het UWV de uitkering van de werknemer blijft doorbetalen. Wat zijn de voordelen en voorwaarden?

Het is mogelijk om nagenoeg kosteloos iemand voor 3 maanden op proef aan te nemen. Het moet gaan om iemand met een WIA-, WAO-, WAZ-, Wajong- of ZW-uitkering of een WW-uitkering die al langer dan 6 maanden wordt uitgekeerd. het UWV blijft dan de uitkering van de werknemer voor deze periode doorbetalen.

Op deze manier kunt u indien u twijfelt om iemand wel of niet aan te nemen, iemand 3 maanden op proef laten komen. In deze periode betaalt u geen loon uit. U moet de werknemer wel verzekeren voor ongevallen en aansprakelijkheid. Bent u na de proeftijd tevreden en komt de werknemer in kwestie in vaste dienst, dan hoeft u minder sociale premies te betalen voor deze werknemer. U kunt ook nog in aanmerking komen voor een vergoeding voor eventuele extra kosten die samenhangen met aanpassingen op de werkvloer. Hierbij moet u denken aan aangepaste machines of een aangepast toilet.
Wordt uw werknemer binnen 5 jaar ziek, dan zal het UWV u een groot deel van de ziektekosten vergoeden. Het grootste voordeel is echter dat u met deze regeling in contact kunt komen met zeer gemotiveerde werknemers, die waardevol kunnen zijn voor uw onderneming.

Wilt u gebruik maken van de proefplaatsing voor 3 maanden, dan moet u voldoen aan de volgende voorwaarden:
– U ondertekent de intentie om de werknemer een dienstverband van minimaal 6 maanden aan te bieden als de proef slaagt,
– Het werken zonder loon duurt maximaal 4 maanden,
– Indien de werknemer een WW-uitkering ontvangt, dan moet hij/zij al 6 maanden werkloos zijn.

U kunt de proefplaatsing aanvragen door samen met de werknemer het formulier “Melding UWV proeftijd” in te vullen.

TIP
Overweeg of een plaatsing van een arbeidsongeschikte en/of werkloze voor u aantrekkelijk kan zijn.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Per 1 januari is de afdracht loonheffing voor de fiets van de zaak afgeschaft. u mag nu aan uw werknemers eens per 3 jaar geheel onbelast een fiets van de zaak vergoeden of verstrekken tot een bedrag van € 749,=.

De afschaffing scheelt u € 68,= loonbelasting, maar vooral een hoop administratieve lasten.

Bijkomende kosten aan de fiets mag u vergoeden tot een bedrag van € 82,= per kalenderjaar, zonder dat u daarvoor nader bewijs hoeft te leveren. In de oude regeling was dit nog € 250,= verspreid over 3 jaren. Onder de bijkomende kosten vallen bijvoorbeeld een regenpak en een fietstas. Een fietsverzekering mag u overigens altijd onbelast vergoeden of verstrekken. Voorwaarde is en blijft wel dat uw werknemer op meer dan de helft van het aantal werkdagen van de fiets gebruik maakt voor het woon-werkverkeer.

TIP
Het belastingvrij verstrekken dan wel het vergoeden van een zakelijke fiets is administratief eenvoudiger en voordeliger geworden. Overweeg of de nieuwe regeling ook voor u aantrekkelijk kan zijn.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Met ingang van 1 juli jl. zijn er wijzigingen doorgevoerd in de arbowet met als doel bedrijven meer keuze te geven wat betreft ondersteuning bij aanpak van arbeidsomstandigheden en verzuim.
De belangrijkste wijzigingen zijn:

• Alternatief mogelijk voor arbodienst
• Invoering verplichte preventiemedewerker
• Onder 10 medewerkers is een deskundige toets op de verplichte risico inventarisatie en -evaluatie vaak niet nodig.

Met ingang van 1 juli jl. bent u verplicht een preventiemedewerker aan te wijzen. De preventiemedewerker is een eigen werknemer die de werkgever helpt bij de dagelijkse veiligheid en gezondheid en arbeidsomstandigheden binnen het bedrijf. De preventiemedewerker houdt zich bezig met de veiligheid en gezondheid. Hij moet dus kennis hebben van de specifieke arbo-risico’s binnen de onderneming. De preventiemedewerker hoeft geen algemene cursus te volgen, als hij maar over specifieke kennis van de arborisico’s beschikt die voor de onderneming relevant is. Heeft u niet meer dan 15 werknemers, dan kunt u deze taak zelf op u nemen.
Zoals u weet bent u reeds een aantal jaren als werkgever verplicht een risico inventarisatie en -evaluatie uit (te laten) voeren. Tot nu toe moest deze laten toetsen door een gecertificeerde arbodienst. Heeft u niet meer dan 10 werknemers dan is deze verplichte (dure) toetsing vervallen. Indien gewenst kunnen wij u in een adviesgesprek nader informeren over alle wijzigingen en uw specifieke situatie.
Voor algemene informatie over de wijzigingen verwijzen wij u naar www.szw.nl

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Op 1 januari 2006 gaat de nieuwe zorgverzekering in.
De zorgverzekeringswet regelt dat noodzakelijke zorg voor iedereen toegankelijk is. De zorgverzekering kent een wettelijk vastgelegd basispakket. Zorgverzekeraars zijn verplicht iedereen te accepteren voor deze basisverzekering. Uiteraard krijgt u de mogelijkheid zich bij te verzekeren.
Er komt een zorgtoeslag als tegemoetkoming in de kosten van de premie. Deze zorgtoeslag is inkomensafhankelijk. Als u, op basis van gegevens van de belastingdienst, in aanmerking komt voor de zorgtoeslag dan zenden zij u een aanvraagformulier toe. Ontvangt u geen formulier, maar bent u van mening wel voor de zorgtoeslag in aanmerking te komen dan is het zaak een formulier aan te vragen.
De premie bestaat uit een nominaal deel (momenteel geschat op € 1.100,- per jaar) en een inkomensafhankelijk deel. Over uw inkomen tot maximaal € 30.000,- wordt door uw werkgever 6,25% bijgedragen. Bent u zelfstandig werkzaam dan ontvangt u een aanslag van de belastingdienst voor de inkomensafhankelijke bijdrage.
Maakt u geen of nauwelijks zorgkosten dan kunt u tot maximaal € 225,- terugkrijgen van uw verzekeraar.
Voor meer informatie verwijzen wij u naar www.denieuwezorgverzekering.nl

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Vanaf 1 januari 2006 is de gecombineerde loonaangifte een feit. Werkgevers kunnen dan bij één loket aangifte doen voor de loonheffing en premies werknemersverzekeringen. Hiervoor is door de belastingdienst en het UWV een werkgeversadministratie ingericht waarin de aansluitnummers en de loonbelastingnummers van elke werkgever zijn geregistreerd. De belastingdienst heeft inmiddels overzichten verzonden met de bij haar bekende gegevens. Uiteraard is het van belang deze gegevens te controleren.
U bent verplicht de loonaangifte elektronisch in te dienen. Momenteel wordt de elektronische aangifte van de gecombineerde loonaangifte door de belastingdienst samen met softwareontwikkelaars getest.
De bij de belastingdienst in te dienen loonaangifte bestaat uit totalen per werkgever en gegevens per werknemer. De belastingdienst draagt zorg voor doorzending van de gegevens per werknemer aan het UWV voor opname in de polisadministratie. Nieuwe werknemers meldt u dan ook vanaf 2006 bij de belastingdienst en niet langer meer bij het UWV.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

In de loop van 2006 zal de eerstedagsmelding ingevoerd gaan worden. De hoofdregel is dat de werkgever een nieuwe werknemer uiterlijk 1 dag voorafgaand aan de dag waarop de werkzaamheden aanvangen moet aanmelden bij de belastingdienst. Niet nakomen van deze verplichting kan leiden tot een naheffingsaanslag en boete.
Voor situaties waarbij de dienstbetrekking en de aanvang van de werkzaamheden samenvallen is een uitzondering op de hoofdregel van toepassing. De eerstedagsmelding moet dan op dezelfde dag maar vóór aanvang van de werkzaamheden worden gedaan.
De werkgever zal aannemelijk moeten maken dat de uitzondering onvermijdelijk was. Worden tijdens een controle van de Belastingdienst op de werkplek werknemers aangetroffen waarvoor geen eerstedagsmelding is gedaan dan kan de Belastingdienst een naheffingsaanslag en/ of boete opleggen. De werkgever zal in dit geval aannemelijk moeten maken dat de werknemer pas op de dag van de controle is begonnen met de werkzaamheden, of dat er geen sprake is van een dienstbetrekking.
De wijze waarop de eerstedagsmelding vorm zal krijgen wordt nog nader uitgewerkt. Er is al voorgesteld dat de Belastingdienst een internetsite ter beschikking stelt waarop de werkgever een beperkt aantal gegevens kan invoeren.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Met ingang van 1 januari 2006 wordt het privé-gebruik van de auto van de zaak niet langer in de aangifte inkomstenbelasting aangegeven. Vanaf deze datum zal de auto van de zaak in de loonbelasting worden aangegeven. Dit betekent niet alleen een administratieve lastenverzwaring voor u als werkgever. U wordt namelijk verantwoordelijkheid voor het juist en volledig aangeven van de bijtelling voor privé-gebruik. Zoals bekend bedraagt de bijtelling momenteel 22% van de cataloguswaarde. Een eventuele bijdrage mag, onder voorwaarden, op de bijtelling in mindering gebracht worden. Kan door middel van een sluitende kilometeradministratie aangetoond worden dat minder dan 500 kilometer privé is gereden, dan kan de bijtelling achterwege blijven.
Gebeurt de aangifte niet juist dan zal in het vervolg de werknemer niet langer in verzuim zijn , maar de werkgever. Aan hem kan dan een naheffingsaanslag en/ of boete voor de loonbelasting worden opgelegd.
Uiteraard wilt u voorkomen dat er achteraf onduidelijkheden en of discussies ontstaan over de bijtelling. Wij raden u dan ook aan reeds nu diverse zaken te inventariseren, beleid te ontwikkelen naar uw werknemers en gemaakte afspraken schriftelijk vast te leggen.
Uiteraard kunnen wij u hierbij van dienst zijn.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Steeds meer succesvolle fiscale regelingen worden door Financiën afgeschaft. Een interessante regeling die (nu) nog bestaat is de fiets van de zaak.
Op grond van deze regeling kan een werkgever onder voorwaarden een voor het woon-werkverkeer te gebruiken fiets vergoeden, in eigendom verstrekken of ter beschikking stellen.
De belangrijkste voorwaarde is dat de werknemer op meer dan de helft van het aantal dagen dat hij pleegt te reizen in het kader van het woon-werkverkeer gebruik maakt van de fiets. De maximale onbelaste vergoeding bedraagt € 681,-. Wordt de fiets ter beschikking gesteld dan hoeft tot een maximale catalogusprijs van € 749,- geen bijtelling bij het loon plaats te vinden. Met de fiets samenhangende zaken die direct dienstbaar zijn aan het woon-werkverkeer, zoals regenkleding, onderhoud en sloten kunnen tot maximaal € 250,- per 3 jaar vergoed worden.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Stoppen met roken valt niet mee, maar is wel een issue sinds invoering van het recht op een rookvrije werkplek in dit jaar. De staatssecretaris van Financiën onderkent dit probleem blijkbaar ook en heeft onlangs een besluit gepulbiceerd dat werknemer en werkgever kan helpen. Op grond van dit besluit kan een cursus stoppen met roken belastingvrij worden vergoed of verstrekt door de werkgever. Voorwaarde is dat de cursus feitelijk deel uitmaakt van een arboplan. Maatregelen die een werkgever neemt om handhaving van een rookverbod op de werkplek te vergemakkelijken kunnen naar het oordeel van de staatssecretaris gezien worden in het kader van de vereiste zorg van de werkgever voor de arbeidsomstandigheden. Voor werkgevers die soortgelijke maatregelen hebben getroffen zonder dat deze feitelijk deel uitmaken van een arboplan wordt goedgekeurd dat het opnemen in een arboplan van deze maatregelen terugwerkende kracht krijgt tot 1 januari 2004 indien dit gebeurt voor 1 januari 2005.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Onlangs is het wetsvoorstel Wet kinderopvang door de tweede kamer aangenomen. Dit wetsvoorstel regelt de kwaliteit en de financiering van de kinderopvang. Uitgangspunt van de nieuwe wet is dat de kinderopvang een zaak is van ouders, overheid en werkgevers. In beginsel draagt iedere partij 1/3 deel van de kosten. Het gaat hierbij om kosten van bij de gemeente geregistreerde instanties. Er is geen verplichting van de werkgever om bij te dragen. Wel wordt veronderstelt dat werkgevers en ouders afspraken met elkaar maken. Vaak is dit middels een CAO geregeld. Standaard kan een werkgever 1/6 van de kosten belastingvrij vergoeden. Betaalt de werkgever van de partner van de werknemer niets of minder dan kan de werkgever tot 1/3 belastingvrij vergoeden. Uiteraard zal dan aangetoond moeten worden dat de andere werkgever niet of minder bijdraagt.
De bijdrage van de overheid kan uit 2 bestanddelen bestaan: de reguliere bijdrage en de compensatieregeling. De laatste regeling komt in beeld wanneer de werkgevers niet of minder dan 1/3 bijdragen. Daarnaast geldt deze regeling voor zelfstandige ondernemers. Recht op vergoeding van de overheid bestaat in beginsel alleen indien beide ouders werken. De overheidsbjidrage is afhankelijk van het inkomen, het aantal uren opvang, het uurtarief van de opvang, het aantal kinderen en de soort opvang.
Let op: de aanvraag voor de overheidsbijdrage over 2005 dient uiterlijk 30 november 2004 ingediend te zijn bij de belastingdienst. Aanvraagformulieren zullen vanaf 15 september beschikbaar komen.

  • Gepubliceerd op
Lees verder