Nieuws & Tips voor het MKB

HomeOverzicht Nieuws & Tips voor het MKB (Page 194)

Stel: U verbouwt uw bestaande woning en financiert deze verbouwing eerst uit eigen middelen. Pas later sluit u alsnog hiervoor een (hypothecaire) lening af. Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk de rente op deze lening fiscaal af te trekken als eigen woningrente.

De Hoge Raad heeft onlangs bevestigd dat een tijdelijke kortstondige voorfinanciering van een verbouwing van een eigen woning met eigen middelen geen probleem hoeft te geven voor de renteaftrek voor een later afgesloten lening. De betreffende lening kan daarom gewoon dienen als eigenwoningschuld, mits u aan de eisen voldoet.

Dit is het geval wanneer u het volgende aannemelijk kunt maken:
– Op het moment van de verbouwing was het uw bedoeling om de uitgaven (later) met een geldlening te financieren.
– De later afgesloten financiering moet ook daadwerkelijk ter uitvoering van dat voornemen zijn aangegaan.
U moet dus vooraf, tijdens en achteraf kunnen aangeven dat het uw bedoeling was om het onderhoud of de verbetering van de eigen woning extern te financieren. Dat u tijdelijk van eigen middelen gebruik heeft gemaakt, is dan van ondergeschikt belang.

Tip
Voldoet u aan de eisen en heeft u een financiering afgesloten na een betaalde verbouwing dan kunt u de rente aftrekken van uw ‘box 1’-inkomen.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Vanaf 1 januari 2006 is het mogelijk om voor de loonheffingen een beperkte fiscale eenheid aan te vragen. Deze regeling kan vooral interessant zijn voor concerns waarbinnen regelmatig personeel overgaat van de ene naar de andere onderneming.

Een fiscale eenheid loonbelasting is een samenhangende groep van inhoudingsplichtigen. Zij is geïntroduceerd met het oog op de administratieve lastenverlichting. U moet hiervoor een verzoek indienen bij de inspecteur.

Geen gezamenlijke aangifte
Meerdere inhoudingsplichtigen voor de loonheffingen die door de Belastingdienst als een samenhangende groep worden aangemerkt, blijven gewoon zelf aangifte doen. Er is dus geen gezamenlijke aangifte mogelijk, zoals bij een fiscale eenheid voor de BTW en VPB wel het geval is. Het is wel mogelijk om gelijktijdig aangifte te doen en de verschuldigde (totaal)belasting in een keer te betalen. De voorwaarden staan opgenomen in de wet loonbelasting (art 27e).

Voordelen
Bij overplaatsing van een medewerker binnen het concern, hoeft geen nieuwe identificatie plaats te vinden en hoeft er geen nieuwe eerstedagsmelding te worden gedaan. Vooral binnen concerns waar regelmatig medewerkers worden overgeplaatst, scheelt dat veel rompslomp.
Bij overplaatsing kan de werknemer gewoon blijven deelnemen aan de spaarloonregeling. Als er geen fiscale eenheid zou zijn, dan zou hij/zij pas per 1 januari van het volgend jaar weer kunnen deelnemen. Bij uitgezonden en ingekomen werknemers loopt de 30%-bewijsregel gewoon door, tenzij de omstandigheden gewijzigd zijn.

Tip
Hebt u werknemers die regelmatig worden overgeplaatst, dan is wellicht de toepassing van de beperkte fiscale eenheid in de loonbelasting mogelijk. Hiermee kunt u een administratieve latenverlichting bereiken.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Vanuit de media wordt u geadviseerd om bij het invullen van de schattingsformulieren voor IB-ondernemers rekening te houden met de MKB-winstvrijstelling voor het jaar 2007. Deze zorgt voor een verlaging van de aanslag. Daarnaast is het sparen op kosten van de fiscus aantrekkelijk. Wat te doen?

Lagere aanslag
De schattingsformulieren voor (ondermeer) IB-ondernemers moeten voor 1 augustus a.s. worden ingediend. Voldoet u aan het urencriterium, dan mag u de MKB-winstvrijstelling van 10% toepassen. Dit kan ervoor zorgen dat uw voorlopige aanslag lager uitvalt, waardoor u minder hoeft te betalen. Bij het opleggen van de voorlopige aanslagen inkomstenbelasting 2007 eerder dit jaar, werd hier geen rekening mee gehouden.

Sparen bij de fiscus
Aan de andere kant: het percentage heffingsrente en invorderingsrente bedraagt nu 5,00% en zal stijgen naar 5,25% in het 3e kwartaal. Het rendement op een spaarrekening bedraagt momenteel gemiddeld 3,5% en voor een deposito 4,5% (afhankelijk van de aanbieder). Sparen bij de Belastingdienst is momenteel gunstiger dan een spaarrekening.

Tip
Beoordeel bij het invullen van uw schattingsformulier de mogelijkheid om de MKB-winstvrijstelling toe te passen. Afhankelijk hiervan kunt u uw standpunt bepalen. Vraag uw adviseur in voorkomende gevallen om advies.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Voor gemengde kosten geldt er zowel voor natuurlijke- als rechtspersonen een aftrekbeperking van € 4.100,- (tarief 2007). Deze beperking is in principe een absoluut bedrag. Als u in de loop van het kalenderjaar een onderneming start, mag u het bedrag niet tijdsevenredig toepassen.

Kosten die zowel een zakelijk als een privé-karakter hebben, worden gemengde kosten genoemd. Hieronder vallen onder andere kosten voor voedsel, drank, genotsmiddelen, maar ook representatiekosten, kosten van congressen, excursies en studiereizen.

Aftrekbeperking per kalenderjaar
Genoemde (bedrijfs)kosten mogen tot een bedrag van € 4.100,- niet worden afgetrokken van de winst. De Staatssecretaris heeft besloten dat het hier gaat om een absolute aftrekbeperking. Met andere woorden, de aftrekbeperking geldt per kalenderjaar. Als u gedurende het kalenderjaar fiscaal ondernemer wordt, moet u nog steeds uitgaan van het absolute bedrag. U mag dus niet de aftrekbeperking naar verhouding verminderen om op die manier uw fiscale winst te verlagen.

Tip: om van hoofdregel af te wijken
De wet biedt u wel de mogelijkheid om van bovenstaande hoofdregel af te wijken. U kunt ervoor kiezen om de gemaakte kosten voor 73,5 % in aftrek te brengen van de fiscale winst. Kortom, 26,5 % van de kosten zijn dan niet aftrekbaar. Deze methode is voordelig zolang uw kosten de grens van € 15.471,70 (€ 4.100/26,5 x 100) niet te boven gaan.

Het bovenstaande geldt ook voor rechtspersonen die onder de wet vennootschapsbelasting vallen. De grens van € 4.100,- wordt daarbij gesteld op 0,4 % van het gezamenlijk bedrag van het door de desbetreffende werknemers in het jaar genoten belastbare loon, indien dit hoger uitvalt.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Als ondernemer krijgt u vast wel eens te maken met een factuur die niet meer te innen is. Naast het probleem dat u naar uw omzet kunt fluiten, heeft u de BTW al wel afgedragen! Het is mogelijk om deze terug te vragen bij de Belastingdienst.

Om voor een teruggaaf in aanmerking te komen moet u een afzonderlijk verzoek indienen bij de fiscus. U moet dan wel kunnen aantonen dat de factuur niet is betaald, ook niet betaald zal worden door de debiteur en dat u pogingen heeft ondernomen om de openstaande post daadwerkelijk te innen.

Bewijs
Het is van groot belang dat vaststaat dat de vordering niet betaald zal worden. Dit moet u dus kunnen bewijzen. In het geval van een faillissement kunt u aan de curator vragen om een verklaring waarin staat dat geen uitkering uit het faillissement te verwachten valt. In andere gevallen zal dit vaak lastiger zijn om te bewijzen. Let op: als u het kasstelsel toepast, kunt u uiteraard een dergelijk verzoek niet indienen..U draagt hierbij de omzetbelasting pas af bij ontvangst.

Tip: verzoek tijdig indienen
Het verzoek voor teruggaaf van BTW moet u bij een belastingkantoor in uw regio indienen. Houd hierbij in de gaten dat het verzoek tijdig (dat wil zeggen in het tijdvak waarin is komen vast te staan dat de debiteur niet zal betalen) wordt ingediend. Bij een te late indiening kan uw verzoek worden afgewezen.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Hebt u vergevorderde plannen voor een innovatieproject? Maar hangt met dat project een dusdanig risico samen, dat u overweegt om ervan af te zien? Het uitdagerskrediet kan juist het steuntje in de rug zijn dat u nodig hebt.

Het Ministerie van Economische Zaken wil MKB-bedrijven die vergevorderde plannen hebben voor een innovatieproject ondersteunen met een Uitdagerskrediet. Het gaat hierbij om MKB-ondernemers die met een onderscheidend product, dienst of technisch proces willen inspelen op een concrete marktbehoefte. Als het perspectief goed is en het bedrijf zich kan onderscheiden van de concurrentie, dan is het zeer wel mogelijk dat de ontwikkeling gepaard gaat met een snelle groei van de onderneming.

Krediet voor eenderde kosten
Het financiële risico dat aan het project gebonden is, kan de draagkracht van uw onderneming te boven gaan. Vaak kan of wil een bank of financiële instelling voor een dergelijk risico niet garant staan, omdat zij niet verwachten dat het concept daadwerkelijk een succes wordt. Bedrijven die het uitdagende project toch aan willen gaan, kunnen voor een derde van de kosten (lees: investering) een krediet aanvragen.

Krediet tenminste € 100.000
Het project moet minimaal € 300.000 aan kosten met zich meebrengen. Het kleinst mogelijke krediet bedraagt dus € 100.000. Een ondernemer kan maximaal aanspraak maken op een bijdrage van € 1.000.000. Naast een minimumomvang van het project geldt als aanvullende voorwaarde, dat het project de potentie heeft om te leiden tot een groei van de onderneming met 20% tot 50%. Deze groei kan gemeten worden in omzet of aan het aantal medewerkers. De financiering moet in een periode van 6 jaar worden afgelost, volgens een van tevoren vastgesteld schema.

Tip
Krijgt u de financiering van een innovatief project niet rond bij uw bankier? Doe de ‘Quick scan’ via www.senternovem.nl/uitdagerskrediet en laat nagaan of uw kostbare project met hulp van de overheid wel van de grond kan komen.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

De Hoge Raad heeft in een uitspraak duidelijk aangegeven welke uren meetellen voor het urencriterium. Deze uren zijn van belang voor het verkrijgen van de ondernemersaftrek. In tegenstelling tot een eerdere uitspraak blijkt dat u gewoon zelf geheel kunt bepalen welke uren in het belang van uw onderneming zijn geweest. Positief nieuws dus, in uw voordeel!

Het urencriterium is een belangrijk begrip voor de fiscale ondernemer. Indien u minimaal 1.225 uur per jaar aan uw onderneming besteedt en het drijven van deze onderneming uw belangrijkste activiteit is, hebt u recht op de ondernemersaftrek. Deze faciliteiten zijn de oudedagsreserve, de zelfstandigenaftrek, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, de meewerkaftrek en de per 1 januari geïntroduceerde MKB-winstvrijstelling.

Nuttige uren bepaalt u zelf
De tijd die meetelt voor het urencriterium is volgens de Hoge Raad de tijd die het drijven van een onderneming in beslag neemt. Hiervan is sprake indien u als ondernemer tijd besteedt aan werkzaamheden die worden verricht met het oog op de zakelijke belangen van uw bedrijf. De Hoge Raad neemt nu het standpunt in dat u zelf mag bepalen welke werkzaamheden nut hebben voor uw onderneming. Voorheen had de inspecteur vaak de neiging achteraf te bepalen dat gemaakt uren onvoldoende nuttig waren geweest, waardoor deze uren niet meetelden. Een ingeschakelde lagere rechter was het in eerdere instantie met de inspecteur eens.

Tip
Het is niet aan de inspecteur om te bepalen welke uren tellen voor het urencriterium. Het is voldoende dat de uren zijn gemaakt met het oog op de zakelijke belangen van uw onderneming. En dat bepaalt u nog altijd zelf!

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Bij iedere controle voor de omzetbelasting die de Belastingdienst bij u of uw cliënten instelt, komen de eisen aan de orde waaraan een goede factuur moet voldoen. Niet zelden worden door de controlerende ambtenaar van dienst hierover opmerkingen gemaakt. Wellicht het moment om een (blanco) factuur te nemen en te beoordelen op juistheid en volledigheid.

De eisen waaraan een juiste factuur moet voldoen, staan in artikel 35a van de wet op de omzetbelasting 1968. Deze zijn onder andere:
– Vermelding van de datum van uitreiking van de factuur.
– Eenduidig identificeerbare opeenvolgende nummering (meerdere reeksen zijn daarbij toegestaan).
– BTW-identificatienummers van de leverancier (altijd) en afnemer (bij intracommunautaire transacties en verleggingsregeling).
– NAW-gegevens van u en uw klant/leverancier.
– Een duidelijke omschrijving van de hoeveelheid en de aard va de geleverde goederen en/of diensten.
– Datum waarop de levering of dienst heeft plaatsgevonden, is voltooid of waarop een vooruitbetaling is gedaan.
– Vergoeding, eenheidsprijs en eventuele verleende kortingen.
– Het belastingbedrag en het (BTW) tarief dat is verschuldigd.

Munteenheid en andere (verplichte) informatie
U mag op uw factuur overigens gebruik maken van wisselende munteenheden, maar de te betalen belasting moet in euro’s worden aangegeven. Voor de wisselkoers van de andere munteenheden maakt u gebruik van een in de zesde richtlijn opgenomen wisselkoersmechanisme. Naast de hiervoor genoemde punten, kan het handig of zelfs verplicht zijn om ook andere informatie op uw factuur op te nemen. U moet denken aan uw handelsnaam, verwijzing naar algemene voorwaarden, (zakelijke) bank- of girorekeningen en uw handelsregisternummer bij de Kamer van Koophandel.

Tip
Controleer of uw factuur nog aan de vereisten voldoet. Twijfelt u hierna nog aan de compleetheid ervan, neem dan contact met ons op.

  • Gepubliceerd op
Lees verder

Vaak wordt een BBZ lening (Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen) geassocieerd met faillissement of schuldsanering. Zij wordt daarom soms als negatief ervaren. Toch is dit maar één aspect van het financieringsinstrument van de overheid. Wist u dat ook sommige starters in aanmerking komen voor een uitkering of financiering?

Doel van de regeling
De BBZ is in het leven geroepen om zelfstandigen uit de bijstandswet te houden. In bepaalde gevallen kunt u een beroep doen op de overheid totdat u weer in uw eigen levensbehoeften kunt voorzien. De financieringsvorm is echter ook bedoeld om ondernemers in (tijdelijke) financiële problemen financieel te ondersteunen zoals: startende-, stakende- en oudere ondernemers met een niet (langer) levensvatbaar bedrijf en marginale ondernemers met een levensvatbaar bedrijf. Dus als een bank of financiële instelling u niet meer kan financieren zijn er wellicht mogelijkheden bij de overheid.

Wat zijn de voorwaarden?
Iedereen met een goed ondernemersplan en een uitkering kan een dergelijke lening aanvragen. Er wordt onder andere bekeken of er sprake is van vermogen van de aanvrager. Ook moet blijken dat uw onderneming levensvatbaar is, dan wel wordt. Deze eis is soepeler wanneer u ouder dan 55 jaar bent. Ook moet u minimaal 1225 uur besteden aan de ondernemingsactiviteiten. Tenslotte moet u gewoon voldoen aan de ondernemerseisen (inschrijving KvK, vergunningen, diploma’s, milieueisen e.d.). Mocht u al langer ondernemer zijn en aanvulling op uw inkomen nodig hebben, dan is onder bepaalde voorwaarden ook een beroep mogelijk op de overheidsfaciliteit.

Waar moet u zijn?
U kunt u bij de Sociale Dienst van uw gemeente informeren of u in aanmerking komt voor de faciliteit of bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (www.home.szw.nl).

  • Gepubliceerd op
Lees verder

De vraag van welke aftrekposten u in aftrek kunt brengen en welke niet, is zo oud als de weg naar Rome. Hof Leeuwarden heeft in een uitspraak opnieuw de bakens aangegeven en verhelderd.

In het bewuste geval wenste een Hoogleraar zijn ”scholingsuitgaven”, bestaande uit PC upgrade-, software- en vakliteratuurkosten ter waarde van € 4.837,- van zijn belastbaar inkomen uit werk en woning af te trekken. Zowel de inspecteur als het daarna geconsulteerde Hof, waren een andere mening toegedaan. Laatstgenoemde instantie verduidelijkt met haar uitspraak het kader waarbinnen scholingskosten (van u of uw partner) wel of niet afgetrokken kunnen worden.

Ten eerste moet er sprake zijn van echte scholingsuitgaven. In de wet omschreven als ”uitgaven van de belastingplichtige voor een door hem (of haar) gevolgde opleiding of studie met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning”. De uitgaven moeten reëel zijn en direct verband houden met een leertraject. Het gaat om kosten, lasten en afschrijvingen voor de gevolgde opleiding of studie. Zo is vakliteratuur alleen aftrekbaar als: ”er een zodanig verband tussen de literatuur en het volgen van een leertraject bestaat dat de literatuur in de gegeven omstandigheden naar het spraakgebruik als leerboek of leermiddel kan worden aangemerkt”. Daarnaast is het begrip leertraject (lees: verwerven van kennis onder begeleiding van een derde) essentieel. Zelfstudie voldoet daarbij niet. De rechter vond een leertraject onvoldoende aanwezig bij de Hoogleraar.
Ten derde is het van belang dat de drempel van € 500,- wordt gehaald, maar dat de € 15.000,- niet wordt overschreden (wanneer de studie buiten de standaardperiode valt).

Tip:
Studiekosten zijn aftrekbaar wanneer ze u in staat stellen om uw inkomenspositie te handhaven of uw financiële situatie te verbeteren. Er moet wel sprake zijn van echte scholingsuitgaven. Zij moeten daarnaast jaarlijks de grens van € 500,- overschrijden.

  • Gepubliceerd op
Lees verder