Nieuws & Tips

HomeNieuws & Tips voor het MKBDe systematiek voor btw-heffing bij privégebruik onroerende zaken krijgt een nieuwe draai!

De systematiek voor btw-heffing bij privégebruik onroerende zaken krijgt een nieuwe draai!

  • Gepubliceerd op

Minister De Jager van Financiën heeft een wetsvoorstel ingediend om de Nederlandse btw-wetgeving met ingang van 1 januari 2011 aan te passen aan een btw-richtlijn van de Europese Unie. Hierdoor zal er een wijziging optreden van de btw-heffing over het privégebruik van onroerende zaken die tot het bedrijfsvermogen behoren.

Per 1 januari 2011 treedt er een wijziging op in de systematiek waarop btw-heffing over het privégebruik van onroerende zaken die tot het bedrijfsvermogen behoren plaatsvindt. Nu is het nog zo dat u de voorbelasting op onroerende zaken, die u zowel zakelijk als privé gebruikt, in principe volledig en onmiddellijk in aftrek kan brengen. Het privégebruik wordt vervolgens gedurende tien jaar jaarlijks belast. Straks geldt er een verplichte beperking van de btw-aftrek voor het privégebruik. Daar staat dan wel tegenover dat er dan ook geen btw-heffing meer plaatsvindt over het privégebruik. Eventuele wijzigingen in het zakelijk- en privégebruik van de onroerende zaak worden gedurende tien jaar gecorrigeerd. Om de nieuwe systematiek te verduidelijken volgt hieronder een voorbeeld.

Voorbeeld

Stel dat de verschuldigde btw voor de aanschaf van uw woon-werkpand dat geheel tot het bedrijfsvermogen gaat behoren, € 40.000 bedraagt. U gebruikt het pand voor 90% voor bedrijfsdoeleinden waarvoor recht op aftrek van voorbelasting bestaat en voor 10% voor privédoeleinden. Onder de nieuwe regeling kunt u € 36.000 (90% van € 40.000) onmiddellijk op uw btw-aangifte in aftrek brengen. Het privégebruik ter grootte van 10% (€ 4.000) wordt uitgesloten van btw-aftrek.

Als het privégebruik vervolgens wijzigt, wordt de in aftrek gebrachte btw gecorrigeerd. Stel dat het privégebruik in het tweede jaar wordt uitgebreid van 10% naar 20%. De vooraftrek die aan dat jaar kan worden toegerekend, moet dan worden herzien. Dit betekent dat 10% van de vooraftrek die aan het tweede jaar is toegerekend, moet worden herzien. Dat is: 10% van € 4.000 (€ 40.000/10 jaar). De herziening over het tweede jaar bedraagt daarom € 400.

Er treedt overigens geen wijziging op van de regels van de btw-aftrek voor roerende zaken. De Europese btw-richtlijn bevat voor de roerende zaken een optionele bepaling en geen verplichting. Nederland wijzigt daarom per 2011 alleen de aftrekbepalingen voor onroerende zaken.

Let op!
Indien het wetsvoorstel wordt aangenomen zal de systematiek van de btw-heffing over het privégebruik van onroerende zaken wijzigen per 1 januari 2011. Wij adviseren u contact met ons op te nemen om te bepalen wat de gevolgen voor u kunnen zijn van deze wijziging.